Tag Archives: uitval

Persberichten

betrek studenten bij het maken van vervolgafspraken hoofdlijnenakkoord WO

Vandaag tekenden Staatssecretaris Zijlstra en de voorzitter van de vereniging van universiteiten (VSNU) het hoofdlijnenakkoord. Het hoofdlijnenakkoord WO, dat aangekondigd werd in de strategische agenda, bevat afspraken over het verbeteren van onderwijskwaliteit, studiesucces en onderzoek. Het is echter teleurstellend dat studenten en docenten niet betrokken werden bij het opstellen van de afspraken. Dit terwijl zij de mensen zijn die dagelijks in contact staan met de universiteiten en gebruik maken van het onderwijs.

De LSVb maakt zich zorgen dat de toegankelijkheid van het onderwijs onder druk komt te staan doordat universiteiten de deuren sluiten voor studenten met een HBO-propedeuse. Ook wil de bond waarschuwen voor perverse prikkels zoals sturen op studentenuitval en bachelorrendement bij de gemaakte prestatieafspraken.

In de komende maanden gaan de universiteiten individuele afspraken maken met het ministerie over de precieze invulling van de prestatieafspraken. De LSVb vindt het belangrijk dat studenten en medezeggenschapsorganen hierbij nauw betrokken worden. Een externe commissie gaat het ministerie over de te maken afspraken adviseren. Pascal ten Have, voorzitter van de LSVb: in die commissie zou juist een student moeten zitten, het gaat immers om ons onderwijs.

Beleidsstuk Extern OC&W publicatie

Strategische Agenda Hoger Onderwijs ontneemt keuzevrijheid

Eens in de vier jaar komt de minister of staatssecretaris voor het hoger onderwijs met een vierjaren plan om de visie van dat kabinet op het hoger onderwijs te geven. Hierin worden de lijnen geschetst waar de overheid het hoger onderwijs graag zou zien over 4 jaar. Het laatste vierjaren plan kwam in de zomer van 2011 uit, de Strategische Agenda, Kwaliteit in verscheidenheid. Hierin zijn veel van de aanbevelingen van de commissie Veerman overgenomen. Nieuw is echter de enorme koppeling die gemaakt wordt met de zogenaamde topsectoren. Hierdoor dreigt de academische vrijheid in Nederland in het geding te komen. Verder nog meer selectie, collegegelddifferentiatie en meer eisen van studenten terwijl er weinig tegenover gezet wordt.

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) is zeer teleurgesteld in de strategische agenda die staatssecretaris Halbe Zijlstra vandaag heeft gepresenteerd. Met deze strategische agenda wordt destudent zijn vrijheid in studiekeuze ontnomen en komt deze in handen van deuniversiteit. Studenten moeten hun eigen toekomst kunnen bepalen, net als iedereen.

Door collegegeldverhoging in te voeren, belemmert de staatssecretaris de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Hierdoor wordt het wel of niet volgen van een goede opleiding een financiële afweging. “Studenten moeten altijd een goede opleiding kunnen volgen, ook als zij niet zo veel geld hebben.” zegt Pascal ten Have, voorzitter van de LSVb.

Om de juiste student op de juiste plek te krijgen, pleit de LSVb voor eerlijke voorlichting en matching. Vanaf het eerste contact met de universiteit of hogeschool hoort de student goede informatie te krijgen over de opleiding. Dat is nu lang niet altijd het geval. Universiteiten en hogescholen moeten objectieve informatie over de vakken, het aantal contacturen en de onderwijsvormen van de opleiding in hun voorlichting opnemen.

Door voorafgaand aan de studie gesprekken te laten plaatsvinden tussen de student en de opleiding, ontstaat bij de student een beter beeld van de studie en de universiteit of hogeschool. De uiteindelijke studiekeuze blijft dan bij de student. “Alsstudent en universiteit of hogeschool samen de juiste opleiding vinden, zijn beiden daarmee geholpen”, aldus ten Have.

 

Onderwijs en Geld Onderwijskwaliteit opinieartikel publicatie van de redactie

Mr. Peter Kwikkers gaat in op bezuinigingen hoger onderwijs

Langerstudeerders en Kortetermijndenkers

mr. P.C. Kwikkers, www.triasnet.nl
(Uit: Expertise, februari 2011, www.expertisevisieblad.nl)

Terwijl de economie herstelt van de deconfiture van wereldwijd falend financieel beleid en toezicht, ontwikkelt het kabinet Rutte bezuinigingsbeleid. Net als in de jaren ’80 zijn het uitdagende tijden op ministeries, maar nu is de vraag of Nederland over tien jaar, terwijl langerstudeerders hun rekeningen nog betalen, haar meeste kenniswerkers uit verre landen moet halen als gevolg van het gevoerde onderwijsbeleid. Exact twee jaar geleden voorspelde ik – bij de presentatie van het boek over financiering van ho, Geldstromen en Beleidsruimte – dat er een bezuiniging van 1 miljard in aantocht was . Dit boek adviseerde de universiteiten en hogescholen ook om een aantal bepaalde rationalisaties te gaan uitvoeren. De bezuiniging is 950 miljoen geworden, en OCW en de schrijvers van het rapport Veerman hebben zichtbaar in dat boek zitten grasduinen.Dat colleges van bestuur actie voeren met een ontslagdreiging voor enkele duizenden wetenschappers en docenten – de VSNU raamt er 5000 en als dat klopt zouden dit er in het hbo minstens evenveel moeten zijn – is een weinig intelligente provocatie gericht tegen de jonge staatssecretaris, maar ook afleidingsmanoeuvre. Zij hebben met hun politieke connecties twee jaar lang met de armen over elkaar gezeten, een spel gespeeld, en nu geen sterk verweer tegen een slecht idee.

Zoet

De nieuwe regering deelt de burger eerst wat strooigoed uit: 130 rijden, roken in kleine cafés, inbrekers zelf het huis uit rammen (alsof iedereen uit sportschoolkring komt) minder bonnen, minder regels, minder controle op chemische vervuiling, minder moslims, geen bezuiniging op onderwijs, minder herkansingen (schijnt goed te zijn voor het rendement), minder langstudeerders. En: chronisch zieke en gehandicapte studenten krijgen een extra uitloopjaar dat zij één keer mogen inzetten: in hun bachelor- òf hun masteropleiding. Zij mogen maximaal drie jaar vertragen voordat ze drieduizend euro extra collegegeld moeten betalen en krijgen een extra jaar prestatiebeurs. Niet-zieken mogen twee jaar uitlopen – één jaar in de bacheloropleiding en één jaar in de masteropleiding – waarna zij drieduizend euro extra collegegeld gaan betalen. Er is een harde knip: de uitloop mag niet over de hele bama worden uitgesmeerd; één keer ziek is wel genoeg.

Deze anti-langstudeerdersmaatregel is fraudegevoelig, maar laten we vooral vaststellen dat een bachelor+master van vijf jaar de internationale academische standaard is. In Nederland geldt die alleen in wat uitzonderingen. Daarom getuigt de maatregel ook van zelfoverschatting. Nederland komt de Top 5 niet in op 80% van de standaard, zeker niet als men de studie niet eens mag spreiden over langere tijd (ook niet voor wat extra).

Zuur

Met inperking van de bekostigde studietijd wil staatssecretaris Zijlstra een meer ambitieuze studiecultuur en beter studierendement bereiken. Van deskundigen – wie waren dat? – heeft hij gehoord dat er vooral in de bachelorfase sprake is van een klimaat van vrijblijvendheid. Bovendien zijn langstudeerders volgens hem duur, kosten energie van docenten en duurt het langer voordat ze een baan vinden en belasting betalen, zo antwoordt hij aan de Kamer in januari 2011. De langerstudeerder moet de bezuiniging op hoger onderwijs betalen. Na de bekostigingsfraude, diplomafraude en fraude met uitwonendenbeurzen, zullen we nog zien welke legale en illegale ontsnappingsroutes studenten en/of instellingen weten te vinden. Perverse prikkels dienen zich aan, want er is niet onderzocht wat de hoofd- en bijeffecten en kosten en baten zijn en hoe ongewenste effecten kunnen worden voorkomen. Dat een dergelijke maatregel de toegankelijkheid van het ho niet regardeert, zoals de staatssecretaris volhoudt, getuigt in ieder geval niet van inzicht in zaken.

Bitter

Verhoudingen raken zoek. De voorgenomen maatregel is tegelijk een straf voor èn een boete voor hen die niet in paradepas studeren. Het zevende studiejaar kost, ter vergelijking, meer dan de boete van de tweede categorie voor een strafrechtelijke overtreding. Die maximumboete is € 3.800 en staat bijvoorbeeld op het onbevoegd voeren van de Bachelor- of Mastergraad, of als hoger onderwijs wordt gevolgd zonder dat collegegeld is betaald. Laten we niet spreken over de problematiek van het overgangsrecht dat cvb-voorzitter Roelof de Wijkerslooth wist tegen te werpen. Dit is een juridisch detail van de soort waarmee hij zelf als directeur-generaal op OCW nooit veel mee op had. De staatssecretaris is dat oordeel ook toegedaan. Die antwoordt aan de Kamer: “Ik acht het van groot belang studenten, ouders en instellingen tijdig te informeren over de aanstaande wetswijziging. Ik zal hiermee dan ook zo spoedig mogelijk starten.” (Het lijkt mij dat die dit nu al wel van de LSVb en ISO weten). De Raad van State zal nog wel op het Harmonisatiewetarrest van de Hoge Raad wijzen; de Kamer, desnoods de Eerste, kan dan eventueel nog wat doen, maar dat is allemaal slechts tijdelijk. Een overgangsperiode is ingebouwd wisselgeld.

Zout

  • Langerstudeerders (wie dat zijn weet nog niemand) gaan structureel de rekening van de leenbankencrisis betalen. Extra zout in de wonde: zij moeten daarvoor èèrst lenen.
  • De groep langerstudeerders is niet zo groot meer als in de tijd dat de ministers studeerden en de no-show-groep is zeer klein.
  • Langer studeren brengt wel collegegeld op. Weg cadeautje. De langerstudeerder kost de instelling nauwelijks geld: hij brengt wèl in de la !
  • In slechte tijden is langerstuderen een automatische economische stabilisator die jonge mensen met goed fatsoen uit de WW houdt èn hun opleidingsniveau verhoogt.
  • Dat de prijs per niet langstuderende student stijgt doordat de verdeling van het macrobudget daarop uitkomt zoals de staatssecretaris zegt, kan niet kloppen. De prijs die de instelling per student ontvangt, gaat straks niet omhoog. Het is een bezuiniging.
  • De langstudeerstraf leidt tot studie-uitval in plaats van afstuderen, Dan zijn niet alleen de instellingen geld kwijt, maar verliest Nederland ook afgestudeerden, èn zijn gedane investeringen van overheid, instelling en student weggegooid geld.
  • De VNSU berekent dat de maatregel een budgetkorting van 10-15% teweegbrengt. Dit zou voor ongeveer 3/4 drukken op bezuiniging op personeel: 5000 banen, waarvan 1100 voor onderwijstaken. Dan zouden dit er in het hbo minstens evenveel zijn. Als dat klopt lekt bijna de helft van de bezuiniging weer weg aan sociaal beleid, reorganisatie en werkeloosheidpremie, en ook dit lek moet weer worden gecompenseerd.
  • Dit slaat een gat in de kenniseconomie die Nederland wil worden en verstoort de balans in de opbouw van de staven, die toch al moeilijk in evenwicht te krijgen is.
  • De maatregel komt zwaarder terecht in zwaardere studies zoals in bèta-techniek, risicovoller masters en tweejarige masters. Dat kan niet de bedoeling zijn. Probleem- en tekortsectoren leveren relatief veel langerstudeerders: leraren en bèta.
  • De maatregel treft overstappers en stapelaars hard. Het impliceert langdurige vernietiging van menselijke kapitaal (en plezier in het werk). Het is onkies om hen te straffen alsof hun eerste keuze weggegooid geld was. Als overstappers al een probleem zouden zijn, wordt dit niet opgelost met boetes. Integendeel.
  • Statistieken indiceren dat studenten met een allochtone of sociaal zwakker achtergrond harder worden getroffen. Zij vertragen meer, stappen vaker over en zijn terughoudender om te studeren. Dit effect past wel in de toon van het regeer- en gedoogakkoord, maar betekent ook dat de 9 miljoen (dat zijn 1500 langstudeerboetes) die in 2011-2014 wordt besteed aan verbetering van studiesucces van niet-westerse allochtonen, weggegooid geld is.
  • Met de internationaal al korte studieduur van 4 jaar is de academische rijping van studenten in het gedrang en wordt het academisch niveau van jonge afgestudeerden navenant verlaagd. Veel academici worden (semi-)ambtenaar en als we de media mogen geloven, is de openbare dienst de laatste jaren minder op hun moeilijke taken berekend. Te veel incidenten, te veel onnodige fouten, te weinig lering uit het verleden, te veel overhead. Ook werkgevers zien dit. Zoals SER-voorzitter Rinnooy Kan onlangs opmerkte: “Je moest eens weten hoeveel domheid kost”.
  • Er zijn persisterende klachten over de kwaliteit en de intensiteit van het onderwijs en de student:stafratio. Die zullen toenemen.
  • Het benodigde overgangsrecht, uitzonderingsrecht en hardheidsclausules leiden tot strategisch gedrag en dus ook pervers effect.

Dat de CDA- en VVD-fracties hameren op bezuiniging via cultuuromslag en de lat voor instelling èn student omhoog moet, is een argument van monistische regeringspartijen waarin Kamerleden tot tranen toe lijden onder een regeer- en gedoogakkoord. Het voordeel dat de langstudeermaatregel tegenover de nadelen stelt, is slechts dat het de bezuiniging realiseert. Argumenten aan het onderwijs ontleend zijn erbij gezocht. Langerstuderen kost niets en is goed voor de student en voor Nederland; een boete daarop is incorrect.

Smakeloos

Dat langerstudeerders geld kosten is een mythe die universiteiten zelf in het leven riepen. Bij hogescholen was dit wel zo, maar die rariteit in het bekostigingsmodel is inmiddels opgeheven. Instellingen hebben steeds aangedrongen op ruimte om hen al aan of voor de poort tegen te houden, met een bindend studieadvies te lozen, of te vragen om extra middelen om die groep toch te laten afstuderen: met of zonder rendementscoaches.

Maar toch dienden D66 en SGP, constaterende dat studenten die lange tijd staan ingeschreven zonder dat zij studievoortgang boeken zelfs een flinke kostenpost zijn, een motie in waarin de regering werd verzocht om voorstellen te ontwikkelen om invulling te geven aan een bindend studieadvies voor studenten die onvoldoende studievoortgang boeken na de reguliere studietijd (TK 31288 nr 115). De motie is op 14 december aangenomen met steun van VVD, ChristenUnie, CDA en PVV. Zo haalt men dat dure zevende (in het hbo zesde) jaar niet eens en is de maatregel inhoudelijk onnodig (als het geen bezuinigingsmethode zou zijn geweest).

Gemiddeld konden onderwijsinstellingen jaarlijks ongeveer 3% van de rijksbijdrage aan reserves bijboeken. Terecht wijzen VVD/CDA/PVV en Regering op de eigen verantwoordelijkheid van instellingen die graag autonoom zijn en eigen vermogen kweken. OCW becijfert de reserves van universiteiten en hogescholen op 2,9 miljard. Daarvan is een deel liquide: een appel voor bezuinigingsdorst. Zo heeft de Radboud Universiteit een vermogen van 464 miljoen, waarvan 304 aan boekwaarde van gebouwen en 70 vrij liquide, op een berekende bezuiniging van 12 miljoen in 2012 en 2013. De instellingen hebben niet allemaal even grote reserves, maar volgens de regering hoeven zij die hooguit twee jaar in te zetten. Bovendien hebben zij alternatieven voor ontslagen, zoals rationalisaties, samenwerking en taakverdeling in masteropleidingen, en korting op bestuurskosten en bestuurderssalarissen.

Noorda (VSNU) riposteert dat liquide reserves bedrijfseconomisch nodig zijn voor incidentele reorganisaties, voor lopende exploitatie (in Nijmegen ca. 30 miljoen) en overige reserves voor dure investeringen en afschrijvingen. En er is een D66-motie die deze reserves wil aanwenden voor een kwaliteitsimpuls. De politiek geeft andermans gulden twee maal uit.

Er is nog iets: de verschuiving van publieke naar private financiering die de regering wil, maakt het noodzakelijk dat instellingen over eigen vermogen beschikken dat zo groot is dat het liquide middelen genereert zonder dat dit het vermogen aantast . Afroming van ervan lijkt sterk op de greep van de overheid uit de pensioenkassen in de jaren ’90. Die kwamen daardoor 10 jaar later in ernstige problemen waardoor u ook langer moet doorwerken.

Spoorloos

Het spoeddebat op 19 februari 2011 spitste toe op de vraag of de ingeboekte bezuinigingen vanaf 2012 parallel kunnen lopen met nog niet ingeboekte investeringen in het ho na 2012. Zijlstra moet van zijn baas Rutte die investering eerst met een bezuiniging vrijspelen, voordat hij voor de nog niet ingevulde Veerman-agenda nieuw geld ter beschikking stelt. Hij eist van de instellingen eerst plannen ter uitvoering van het Rapport Veerman. Bovendien zou hij in de problemen komen met de uitgaven voor andere onderwijssectoren als hij bezuinigen en investeren in de tijd laat samenvallen.

Echter: dat de uitvoering van het Rapport Veerman Nederland in de nagejaagde Top 5 van meest competitieve kenniseconomieën brengen zoals de VVD beweert, is een idee fixe. Zo perfect en helder is dat rapport van bijeengeraapte oude ideeën en ambities nu ook weer niet en het compenseert evenmin het verlies van langerstudeerders. Bovendien is er minimaal twee miljard extra nodig om de Top 5 te halen. En dan doet Nederland dat nog veel goedkoper dan alle andere landen.

Reukloos

Zijlstra weet niet wat de langerstudeerder kost, heeft niet uitgerekend wat uitval kost, en ook niet het voorkomen ervan. Hij ontraadde een motie van GroenLinks om het CPB onderzoek naar de effecten van zijn maatregel te laten doen. Stiekem heeft hij het wèl uitgerekend: de gemiddelde kosten van één langerstudeerder zijn € 7.713 per jaar: de strafkorting van € 3.000 + € 3.000 extra collegegeld + € 1.713 wettelijk collegegeld. We tellen de reguliere jaarlijks rijksbijdrage per student daar niet bij op want een instelling krijgt na de nominale studieduur geen geld voor die student, Langstudeerders kosten belastingbetalers geen geld.

Het winstgevend collegegeld voor de International MBA op Nyenrode bedraagt € 32.500. In Engeland, met een budgetkorting van 40%, is het collegegeld € 11.000. In Nederland berekenen de meeste bekostigde universiteiten gemiddeld rond € 10.000 aan niet-EU-studenten: bedragen van € 6.000 voor een alfabachelor, tot € 20.000 voor een geneeskundemaster en een uitschieter van € 25.000 voor een tandheelkundemaster. De honoursbachelor uit de EU van de bekostigde Roosevelt Academy betaalt circa € 9.000 in totaal, inclusief leven en wonen. Roosevelt vraagt € 7.650 per jaar collegegeld van niet-EU-studenten. Hogescholen zitten ruwweg tussen de € 5.000 en 9.000 voor niet-EU studenten.

Als voor dergelijke bedragen (soms zeer intensief) kostendekkend onderwijs wordt gegeven, dan kan voor een collegegeld van € 1.700-1.800 ook extensief onderwijs worden gegeven aan hen die hun studie over een groter aantal jaren (en beter) willen spreiden. Verdunning van onderwijs over meer jaren, kost niet of nauwelijks meer dan de verdikte vorm en de kwaliteit wordt juist mede bepaald door het voor de individuele student geschiktste tempo.

Langerstudeerders zijn studenten die hun studielast spreiden, niet vergroten. Dat kost niets extra. Voor hen die niet in één keer hun tentamen halen of wat begeleiding vragen, kan met het wettelijk collegegeld van 1713 euro, minimaal 20-40 uur begeleiding worden geleverd. Dat is 30 uur individuele begeleiding en 4 extra tentamens. Of de maatregel doorgaat of niet: de idee om hiervoor € 6000 euro boete op te leggen (hoe ook verdeeld over de instelling en de student), getuigt niet van wijsheid noch van inzicht in de materie. Niettemin klinkt het aanpakken van langerstudeerders bij een deel van het electoraat nog steeds te goed om te laten liggen. Het gaat bovendien om het effectueren van een bezuiniging. De redenering daarachter pleegt dan niet relevant te zijn. Pecunia non olet.

Pijnloos

Ministeries en instellingen kunnen beleid ontwikkelen, maar het is de student die bepaalt of, waar, en hoe hij studeert en hoelang hij daarvoor uittrekt. Als het te duur (door collegegeld) of risicovol (door lenen) wordt, zullen zij hun eigen beleid voeren.

Wat langer (eigenlijk gespreider) studeren is goed voor het opleidings- en kennisniveau van Nederland; de kosten ervan vallen in het niet bij de opbrengst. De verbreding èn verdieping van jonge mensen in de leeftijdsgroep van 18 tot pakweg 24 jaar – in en buiten studie – fundeert het benodigde weldenkende menselijk kapitaal voor de toekomst. Dat te grabbel gooien is de grootste fout die de politiek het land kan aandoen. Maar de tekenen zijn dat de Kamer zich al bij de anti-langerstudeermaatregel heeft neergelegd.

                                      Daarom, studenten van de toekomst:
ga in België, Schotland, Duitsland of een ander geciviliseerd land met redelijk collegegeld studeren voordat die door omringende landen gedwongen worden om ook een politique renverseé te voeren. U internationaliseert en Nederland kan dan over tien jaar haar kenniswerkers uit verre landen buiten Europa gaan halen (liefst Islamitische, die zijn goedkoper). Dat is dan het gevolg van het bezuinings- en internationaliseringsbeleid van de regerings- en gedoogpartijen. Extra voordeel in België: bier en eten zijn beter en u bent ook sneller geholpen aan een donororgaan, mocht dat nodig zijn.

Persberichten

Onderwijsbegroting blijft achter bij doelstellingen


De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) heeft gemengde gevoelens bij de inhoud van de onderwijsbegroting. In de begroting staan gelukkig geen enorme bezuinigingen op het hoger onderwijs. De investeringen blijven echter ver achter bij de doelstellingen.

Een van de speerpunten van OCW is het drastisch terugdringen van de uitval en het verhogen van het rendement van het onderwijs. Ze stelt daarvoor het komende jaar echter maar €22,4 miljoen voor beschikbaar: dat is €38,47 per student. Lisa Westerveld, voorzitter van de LSVb: “Als de minister denkt dat de uitval flink omlaag gaat doordat studenten een uur per jaar extra naar hun studieadviseur kunnen gaan, komt hij bedrogen uit. Alleen met échte investeringen gaat de kwaliteit van het onderwijs omhoog.”

Het ministerie streeft er in de begroting zelfs naar dat het rendement op de universiteiten (in vier jaar de bacheloropleiding afgerond) van 45% in 2007 naar 70% gaat in 2014. Het rendement in het HBO moet van 77% (in 6 jaar de laatste drie jaar van de opleiding afgerond) naar 90% (in vier jaar de laatste 3 jaar van de opleiding afgerond). Daarvoor zijn enorme investeringen nodig, maar in totaal trekt het ministerie van OCW er tot 2013 slechts €142 miljoen voor uit.


Ondanks dat er bijna een miljard aan investeringen bijkomen op de onderwijsbegroting, ziet de student daar weinig van. Sterker nog, het geld dat per student wordt uitgegeven daalt licht. Waar wél heel veel geld naartoe gaat zijn gratis schoolboeken en de kinderopvang, beide zo’n 300 miljoen. Om dat laatste te kunnen betalen werd onder andere een overschot op de studiefinanciering van 53 miljoen euro gebruikt.

Ten slotte vraagt de LSVb zich af wat de overheid eigenlijk verwacht van studenten. Uit de begroting blijkt dat studenten nu al gemiddeld zo’n 12 uur per week aan hun bijbaan besteden en 34 uur per week studeren, terwijl de begroting stelt dat het aantal studie-uren hoger moet komen te liggen. De werkweek van een gemiddelde student bestaat al uit zo’n 46 uur; moet dat echt veel langer worden?

Persberichten

LSVb wil invoering exitgesprekken

Veel bètastudenten hebben onvoldoende zicht op de inhoud van de studie voordat zij beginnen en vallen daarom uit. Ook wordt er vaak geen exitgesprek gevoerd. Dit zijn de voornaamste conclusies van het rapport over uitval in het bètaonderwijs, dat vandaag gepubliceerd is door de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Aan dit onderzoek hebben 155 uitvallers meegedaan die eerder een bètastudie volgden.

Maar liefst 71% van de respondenten geeft aan dat de opleiding niet voldeed aan de verwachtingen. Dit was voor 47% reden om uiteindelijk te stoppen. Daarnaast geeft 33% aan dat de vakken niet interessant waren en zegt 23% dat de studiebegeleiding slecht op orde was. Volgens de LSVb tonen de resultaten nogmaals het belang van goede voorlichting en begeleiding aan. Voorzitter Lisa Westerveld: “Het moet van twee kanten komen. Studenten moeten zorgen dat zij goed weten waar ze aan beginnen en hun keuze niet alleen laten afhangen van één open dag. Instellingen moeten zorgen dat zij aankomende studenten een goed beeld geven van de studie“

Aanleiding van het onderzoek is de hoge uitval onder studenten. In de bètasector is deze iets lager dan het landelijk gemiddelde, maar ligt nog steeds rond de 30%. Dit terwijl zowel uitval als het bevorderen van meer studenten in het bètaonderwijs, belangrijke punten zijn in de onderwijsplannen van OCW.

Behalve het belang van voorlichting en begeleiding wijst de LSVb ook op het belang van een exitgesprek. Ruim 2/3e van de respondenten geeft aan dat bij hun vertrek nooit gevraagd is naar de reden. Lisa Westerveld: “Juist door uitvallers te vragen naar de reden van hun vertrek, kunnen opleidingen hun voorlichting verbeteren, waardoor het beter aansluit bij de verwachtingen van studenten. Wij hopen dat opleidingen de aanbevelingen uit het rapport overnemen.“