Tag Archives: lenen

actie samenwerking van de redactie

Ook Pulse en VeSte van de Wageningen Universiteit komen in actie

Naast de studenten in andere delen van het land voeren ook de studenten van Wageningen deze week actie tegen de landelijke onderwijs bezuinigingen. Samen met studentenpartij VeSte vroeg de nieuwe vakbond Pulse (staat voor: Pro-active Union for Life Science Education”) studenten een petitie te tekenen.

Volgens  voorzitter  Romy Appelman, van de nieuwe Wageningse studentenvakbond Pulse hebben de studenten van de Wageningen Universiteit (WUR) extra last van de maatregel die er voor zorgt dat de studiefinanciering voor de 33 masters aan de WUR weg valt: “Elke master duurt hier twee jaar, waardoor studenten extra veel  zullen moeten lenen voor hun master.”

Naast de masterstudenten, zijn het ook de 900 buitenlandse EU studenten van de WUR die de dupe worden.  Eerst was het zo dat EU studenten een vergoeding kregen als ze 8 uur werkten, nu is de norm aangepast naar 12 uur.

Toch is de Wageningen Universiteit voor veel problemen zelf in staat oplossingen te vinden.  Zo biedt de WUR een tweejarig Social Science master aan tegen het normale collegeld tarief, terwijl de master door de overheid maar een jaar wordt vergoed.

Op zich zitten de ongeveer 7000 studenten van Wageningen Universiteit nog goed bij. Volgens Romy ligt dit vooral aan de kleinschaligheid van de universiteit: “De studies aan onze universiteit zijn geprofileerd, klein, gespecificeerd en uniek, je ziet dat je daardoor een hoog studierendement krijgt. “ Daarnaast is het zo dat de Universiteit Wageningen gesubsidieerd wordt door het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie.

Kijk voor feiten en cijfers over de Wageningse Studenten eens  hier.

Onderwijs en Geld Onderwijskwaliteit opinieartikel publicatie van de redactie

Mr. Peter Kwikkers gaat in op bezuinigingen hoger onderwijs

Langerstudeerders en Kortetermijndenkers

mr. P.C. Kwikkers, www.triasnet.nl
(Uit: Expertise, februari 2011, www.expertisevisieblad.nl)

Terwijl de economie herstelt van de deconfiture van wereldwijd falend financieel beleid en toezicht, ontwikkelt het kabinet Rutte bezuinigingsbeleid. Net als in de jaren ’80 zijn het uitdagende tijden op ministeries, maar nu is de vraag of Nederland over tien jaar, terwijl langerstudeerders hun rekeningen nog betalen, haar meeste kenniswerkers uit verre landen moet halen als gevolg van het gevoerde onderwijsbeleid. Exact twee jaar geleden voorspelde ik – bij de presentatie van het boek over financiering van ho, Geldstromen en Beleidsruimte – dat er een bezuiniging van 1 miljard in aantocht was . Dit boek adviseerde de universiteiten en hogescholen ook om een aantal bepaalde rationalisaties te gaan uitvoeren. De bezuiniging is 950 miljoen geworden, en OCW en de schrijvers van het rapport Veerman hebben zichtbaar in dat boek zitten grasduinen.Dat colleges van bestuur actie voeren met een ontslagdreiging voor enkele duizenden wetenschappers en docenten – de VSNU raamt er 5000 en als dat klopt zouden dit er in het hbo minstens evenveel moeten zijn – is een weinig intelligente provocatie gericht tegen de jonge staatssecretaris, maar ook afleidingsmanoeuvre. Zij hebben met hun politieke connecties twee jaar lang met de armen over elkaar gezeten, een spel gespeeld, en nu geen sterk verweer tegen een slecht idee.

Zoet

De nieuwe regering deelt de burger eerst wat strooigoed uit: 130 rijden, roken in kleine cafés, inbrekers zelf het huis uit rammen (alsof iedereen uit sportschoolkring komt) minder bonnen, minder regels, minder controle op chemische vervuiling, minder moslims, geen bezuiniging op onderwijs, minder herkansingen (schijnt goed te zijn voor het rendement), minder langstudeerders. En: chronisch zieke en gehandicapte studenten krijgen een extra uitloopjaar dat zij één keer mogen inzetten: in hun bachelor- òf hun masteropleiding. Zij mogen maximaal drie jaar vertragen voordat ze drieduizend euro extra collegegeld moeten betalen en krijgen een extra jaar prestatiebeurs. Niet-zieken mogen twee jaar uitlopen – één jaar in de bacheloropleiding en één jaar in de masteropleiding – waarna zij drieduizend euro extra collegegeld gaan betalen. Er is een harde knip: de uitloop mag niet over de hele bama worden uitgesmeerd; één keer ziek is wel genoeg.

Deze anti-langstudeerdersmaatregel is fraudegevoelig, maar laten we vooral vaststellen dat een bachelor+master van vijf jaar de internationale academische standaard is. In Nederland geldt die alleen in wat uitzonderingen. Daarom getuigt de maatregel ook van zelfoverschatting. Nederland komt de Top 5 niet in op 80% van de standaard, zeker niet als men de studie niet eens mag spreiden over langere tijd (ook niet voor wat extra).

Zuur

Met inperking van de bekostigde studietijd wil staatssecretaris Zijlstra een meer ambitieuze studiecultuur en beter studierendement bereiken. Van deskundigen – wie waren dat? – heeft hij gehoord dat er vooral in de bachelorfase sprake is van een klimaat van vrijblijvendheid. Bovendien zijn langstudeerders volgens hem duur, kosten energie van docenten en duurt het langer voordat ze een baan vinden en belasting betalen, zo antwoordt hij aan de Kamer in januari 2011. De langerstudeerder moet de bezuiniging op hoger onderwijs betalen. Na de bekostigingsfraude, diplomafraude en fraude met uitwonendenbeurzen, zullen we nog zien welke legale en illegale ontsnappingsroutes studenten en/of instellingen weten te vinden. Perverse prikkels dienen zich aan, want er is niet onderzocht wat de hoofd- en bijeffecten en kosten en baten zijn en hoe ongewenste effecten kunnen worden voorkomen. Dat een dergelijke maatregel de toegankelijkheid van het ho niet regardeert, zoals de staatssecretaris volhoudt, getuigt in ieder geval niet van inzicht in zaken.

Bitter

Verhoudingen raken zoek. De voorgenomen maatregel is tegelijk een straf voor èn een boete voor hen die niet in paradepas studeren. Het zevende studiejaar kost, ter vergelijking, meer dan de boete van de tweede categorie voor een strafrechtelijke overtreding. Die maximumboete is € 3.800 en staat bijvoorbeeld op het onbevoegd voeren van de Bachelor- of Mastergraad, of als hoger onderwijs wordt gevolgd zonder dat collegegeld is betaald. Laten we niet spreken over de problematiek van het overgangsrecht dat cvb-voorzitter Roelof de Wijkerslooth wist tegen te werpen. Dit is een juridisch detail van de soort waarmee hij zelf als directeur-generaal op OCW nooit veel mee op had. De staatssecretaris is dat oordeel ook toegedaan. Die antwoordt aan de Kamer: “Ik acht het van groot belang studenten, ouders en instellingen tijdig te informeren over de aanstaande wetswijziging. Ik zal hiermee dan ook zo spoedig mogelijk starten.” (Het lijkt mij dat die dit nu al wel van de LSVb en ISO weten). De Raad van State zal nog wel op het Harmonisatiewetarrest van de Hoge Raad wijzen; de Kamer, desnoods de Eerste, kan dan eventueel nog wat doen, maar dat is allemaal slechts tijdelijk. Een overgangsperiode is ingebouwd wisselgeld.

Zout

  • Langerstudeerders (wie dat zijn weet nog niemand) gaan structureel de rekening van de leenbankencrisis betalen. Extra zout in de wonde: zij moeten daarvoor èèrst lenen.
  • De groep langerstudeerders is niet zo groot meer als in de tijd dat de ministers studeerden en de no-show-groep is zeer klein.
  • Langer studeren brengt wel collegegeld op. Weg cadeautje. De langerstudeerder kost de instelling nauwelijks geld: hij brengt wèl in de la !
  • In slechte tijden is langerstuderen een automatische economische stabilisator die jonge mensen met goed fatsoen uit de WW houdt èn hun opleidingsniveau verhoogt.
  • Dat de prijs per niet langstuderende student stijgt doordat de verdeling van het macrobudget daarop uitkomt zoals de staatssecretaris zegt, kan niet kloppen. De prijs die de instelling per student ontvangt, gaat straks niet omhoog. Het is een bezuiniging.
  • De langstudeerstraf leidt tot studie-uitval in plaats van afstuderen, Dan zijn niet alleen de instellingen geld kwijt, maar verliest Nederland ook afgestudeerden, èn zijn gedane investeringen van overheid, instelling en student weggegooid geld.
  • De VNSU berekent dat de maatregel een budgetkorting van 10-15% teweegbrengt. Dit zou voor ongeveer 3/4 drukken op bezuiniging op personeel: 5000 banen, waarvan 1100 voor onderwijstaken. Dan zouden dit er in het hbo minstens evenveel zijn. Als dat klopt lekt bijna de helft van de bezuiniging weer weg aan sociaal beleid, reorganisatie en werkeloosheidpremie, en ook dit lek moet weer worden gecompenseerd.
  • Dit slaat een gat in de kenniseconomie die Nederland wil worden en verstoort de balans in de opbouw van de staven, die toch al moeilijk in evenwicht te krijgen is.
  • De maatregel komt zwaarder terecht in zwaardere studies zoals in bèta-techniek, risicovoller masters en tweejarige masters. Dat kan niet de bedoeling zijn. Probleem- en tekortsectoren leveren relatief veel langerstudeerders: leraren en bèta.
  • De maatregel treft overstappers en stapelaars hard. Het impliceert langdurige vernietiging van menselijke kapitaal (en plezier in het werk). Het is onkies om hen te straffen alsof hun eerste keuze weggegooid geld was. Als overstappers al een probleem zouden zijn, wordt dit niet opgelost met boetes. Integendeel.
  • Statistieken indiceren dat studenten met een allochtone of sociaal zwakker achtergrond harder worden getroffen. Zij vertragen meer, stappen vaker over en zijn terughoudender om te studeren. Dit effect past wel in de toon van het regeer- en gedoogakkoord, maar betekent ook dat de 9 miljoen (dat zijn 1500 langstudeerboetes) die in 2011-2014 wordt besteed aan verbetering van studiesucces van niet-westerse allochtonen, weggegooid geld is.
  • Met de internationaal al korte studieduur van 4 jaar is de academische rijping van studenten in het gedrang en wordt het academisch niveau van jonge afgestudeerden navenant verlaagd. Veel academici worden (semi-)ambtenaar en als we de media mogen geloven, is de openbare dienst de laatste jaren minder op hun moeilijke taken berekend. Te veel incidenten, te veel onnodige fouten, te weinig lering uit het verleden, te veel overhead. Ook werkgevers zien dit. Zoals SER-voorzitter Rinnooy Kan onlangs opmerkte: “Je moest eens weten hoeveel domheid kost”.
  • Er zijn persisterende klachten over de kwaliteit en de intensiteit van het onderwijs en de student:stafratio. Die zullen toenemen.
  • Het benodigde overgangsrecht, uitzonderingsrecht en hardheidsclausules leiden tot strategisch gedrag en dus ook pervers effect.

Dat de CDA- en VVD-fracties hameren op bezuiniging via cultuuromslag en de lat voor instelling èn student omhoog moet, is een argument van monistische regeringspartijen waarin Kamerleden tot tranen toe lijden onder een regeer- en gedoogakkoord. Het voordeel dat de langstudeermaatregel tegenover de nadelen stelt, is slechts dat het de bezuiniging realiseert. Argumenten aan het onderwijs ontleend zijn erbij gezocht. Langerstuderen kost niets en is goed voor de student en voor Nederland; een boete daarop is incorrect.

Smakeloos

Dat langerstudeerders geld kosten is een mythe die universiteiten zelf in het leven riepen. Bij hogescholen was dit wel zo, maar die rariteit in het bekostigingsmodel is inmiddels opgeheven. Instellingen hebben steeds aangedrongen op ruimte om hen al aan of voor de poort tegen te houden, met een bindend studieadvies te lozen, of te vragen om extra middelen om die groep toch te laten afstuderen: met of zonder rendementscoaches.

Maar toch dienden D66 en SGP, constaterende dat studenten die lange tijd staan ingeschreven zonder dat zij studievoortgang boeken zelfs een flinke kostenpost zijn, een motie in waarin de regering werd verzocht om voorstellen te ontwikkelen om invulling te geven aan een bindend studieadvies voor studenten die onvoldoende studievoortgang boeken na de reguliere studietijd (TK 31288 nr 115). De motie is op 14 december aangenomen met steun van VVD, ChristenUnie, CDA en PVV. Zo haalt men dat dure zevende (in het hbo zesde) jaar niet eens en is de maatregel inhoudelijk onnodig (als het geen bezuinigingsmethode zou zijn geweest).

Gemiddeld konden onderwijsinstellingen jaarlijks ongeveer 3% van de rijksbijdrage aan reserves bijboeken. Terecht wijzen VVD/CDA/PVV en Regering op de eigen verantwoordelijkheid van instellingen die graag autonoom zijn en eigen vermogen kweken. OCW becijfert de reserves van universiteiten en hogescholen op 2,9 miljard. Daarvan is een deel liquide: een appel voor bezuinigingsdorst. Zo heeft de Radboud Universiteit een vermogen van 464 miljoen, waarvan 304 aan boekwaarde van gebouwen en 70 vrij liquide, op een berekende bezuiniging van 12 miljoen in 2012 en 2013. De instellingen hebben niet allemaal even grote reserves, maar volgens de regering hoeven zij die hooguit twee jaar in te zetten. Bovendien hebben zij alternatieven voor ontslagen, zoals rationalisaties, samenwerking en taakverdeling in masteropleidingen, en korting op bestuurskosten en bestuurderssalarissen.

Noorda (VSNU) riposteert dat liquide reserves bedrijfseconomisch nodig zijn voor incidentele reorganisaties, voor lopende exploitatie (in Nijmegen ca. 30 miljoen) en overige reserves voor dure investeringen en afschrijvingen. En er is een D66-motie die deze reserves wil aanwenden voor een kwaliteitsimpuls. De politiek geeft andermans gulden twee maal uit.

Er is nog iets: de verschuiving van publieke naar private financiering die de regering wil, maakt het noodzakelijk dat instellingen over eigen vermogen beschikken dat zo groot is dat het liquide middelen genereert zonder dat dit het vermogen aantast . Afroming van ervan lijkt sterk op de greep van de overheid uit de pensioenkassen in de jaren ’90. Die kwamen daardoor 10 jaar later in ernstige problemen waardoor u ook langer moet doorwerken.

Spoorloos

Het spoeddebat op 19 februari 2011 spitste toe op de vraag of de ingeboekte bezuinigingen vanaf 2012 parallel kunnen lopen met nog niet ingeboekte investeringen in het ho na 2012. Zijlstra moet van zijn baas Rutte die investering eerst met een bezuiniging vrijspelen, voordat hij voor de nog niet ingevulde Veerman-agenda nieuw geld ter beschikking stelt. Hij eist van de instellingen eerst plannen ter uitvoering van het Rapport Veerman. Bovendien zou hij in de problemen komen met de uitgaven voor andere onderwijssectoren als hij bezuinigen en investeren in de tijd laat samenvallen.

Echter: dat de uitvoering van het Rapport Veerman Nederland in de nagejaagde Top 5 van meest competitieve kenniseconomieën brengen zoals de VVD beweert, is een idee fixe. Zo perfect en helder is dat rapport van bijeengeraapte oude ideeën en ambities nu ook weer niet en het compenseert evenmin het verlies van langerstudeerders. Bovendien is er minimaal twee miljard extra nodig om de Top 5 te halen. En dan doet Nederland dat nog veel goedkoper dan alle andere landen.

Reukloos

Zijlstra weet niet wat de langerstudeerder kost, heeft niet uitgerekend wat uitval kost, en ook niet het voorkomen ervan. Hij ontraadde een motie van GroenLinks om het CPB onderzoek naar de effecten van zijn maatregel te laten doen. Stiekem heeft hij het wèl uitgerekend: de gemiddelde kosten van één langerstudeerder zijn € 7.713 per jaar: de strafkorting van € 3.000 + € 3.000 extra collegegeld + € 1.713 wettelijk collegegeld. We tellen de reguliere jaarlijks rijksbijdrage per student daar niet bij op want een instelling krijgt na de nominale studieduur geen geld voor die student, Langstudeerders kosten belastingbetalers geen geld.

Het winstgevend collegegeld voor de International MBA op Nyenrode bedraagt € 32.500. In Engeland, met een budgetkorting van 40%, is het collegegeld € 11.000. In Nederland berekenen de meeste bekostigde universiteiten gemiddeld rond € 10.000 aan niet-EU-studenten: bedragen van € 6.000 voor een alfabachelor, tot € 20.000 voor een geneeskundemaster en een uitschieter van € 25.000 voor een tandheelkundemaster. De honoursbachelor uit de EU van de bekostigde Roosevelt Academy betaalt circa € 9.000 in totaal, inclusief leven en wonen. Roosevelt vraagt € 7.650 per jaar collegegeld van niet-EU-studenten. Hogescholen zitten ruwweg tussen de € 5.000 en 9.000 voor niet-EU studenten.

Als voor dergelijke bedragen (soms zeer intensief) kostendekkend onderwijs wordt gegeven, dan kan voor een collegegeld van € 1.700-1.800 ook extensief onderwijs worden gegeven aan hen die hun studie over een groter aantal jaren (en beter) willen spreiden. Verdunning van onderwijs over meer jaren, kost niet of nauwelijks meer dan de verdikte vorm en de kwaliteit wordt juist mede bepaald door het voor de individuele student geschiktste tempo.

Langerstudeerders zijn studenten die hun studielast spreiden, niet vergroten. Dat kost niets extra. Voor hen die niet in één keer hun tentamen halen of wat begeleiding vragen, kan met het wettelijk collegegeld van 1713 euro, minimaal 20-40 uur begeleiding worden geleverd. Dat is 30 uur individuele begeleiding en 4 extra tentamens. Of de maatregel doorgaat of niet: de idee om hiervoor € 6000 euro boete op te leggen (hoe ook verdeeld over de instelling en de student), getuigt niet van wijsheid noch van inzicht in de materie. Niettemin klinkt het aanpakken van langerstudeerders bij een deel van het electoraat nog steeds te goed om te laten liggen. Het gaat bovendien om het effectueren van een bezuiniging. De redenering daarachter pleegt dan niet relevant te zijn. Pecunia non olet.

Pijnloos

Ministeries en instellingen kunnen beleid ontwikkelen, maar het is de student die bepaalt of, waar, en hoe hij studeert en hoelang hij daarvoor uittrekt. Als het te duur (door collegegeld) of risicovol (door lenen) wordt, zullen zij hun eigen beleid voeren.

Wat langer (eigenlijk gespreider) studeren is goed voor het opleidings- en kennisniveau van Nederland; de kosten ervan vallen in het niet bij de opbrengst. De verbreding èn verdieping van jonge mensen in de leeftijdsgroep van 18 tot pakweg 24 jaar – in en buiten studie – fundeert het benodigde weldenkende menselijk kapitaal voor de toekomst. Dat te grabbel gooien is de grootste fout die de politiek het land kan aandoen. Maar de tekenen zijn dat de Kamer zich al bij de anti-langerstudeermaatregel heeft neergelegd.

                                      Daarom, studenten van de toekomst:
ga in België, Schotland, Duitsland of een ander geciviliseerd land met redelijk collegegeld studeren voordat die door omringende landen gedwongen worden om ook een politique renverseé te voeren. U internationaliseert en Nederland kan dan over tien jaar haar kenniswerkers uit verre landen buiten Europa gaan halen (liefst Islamitische, die zijn goedkoper). Dat is dan het gevolg van het bezuinings- en internationaliseringsbeleid van de regerings- en gedoogpartijen. Extra voordeel in België: bier en eten zijn beter en u bent ook sneller geholpen aan een donororgaan, mocht dat nodig zijn.

Onderwijs en Geld van de redactie

een lening voor je studie aangaan is niet vrijblijvend

Of je nu vreest dat je je stufi gaat verliezen, moet sparen om je tweede studie te kunnen bekostigen, of gewoon aan het eind van je geld een stukje maand overhoudt: het is verleidelijk om als student niet te bezuinigen en je lening bij DUO (IB-Groep) op maximaal te zetten. Maar bedenk wel dat een hoge studieschuld wel degelijk gevolgen kan hebben voor later. 

Uit een onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) naar het leengedrag van studenten blijkt dat de helft van alle studenten per maand gemiddeld 400 euro leent.  Veel studenten die geld lenen doen dit omdat ze door hun ouders financieel niet voldoende ondersteund kunnen worden of omdat ze geld tekort komen om hun ‘levensstijl’ te bekostigen. Een eerstejaars student leent gemiddeld 320 euro per maand. Na 4 jaar studeren betekent dit een studieschuld van 15.360 euro (excl. rente). Vorig jaar was de gemiddelde studieschuld volgens de Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen IB-Groep) nog 12.523 euro, inclusief rente.

Een lening aangaan is voor een student vrij gemakkelijk, met een klik van je muis krijg je zo een extra bedrag binnen op je rekening. Daarom vraagt het Nibud zich af of studenten zich wel voldoende realiseren wat de gevolgen van een lening en een studieschuld zijn. Hoewel masterstudent Rick(25) wel goed nadacht voor hij een lening ging aanvragen, had hij zich niet gerealiseerd dat een studieschuld invloed kon hebben op een hypotheekaanvraag. Tijdens zijn bachelor leende Rick een tijdje wat extra geld bij omdat hij meer geld uitgaf en te weinig geld binnen kreeg: ‘mijn geld ging vooral op aan mijn studievereniging en uitgaan; studeren doe je maar één keer en dan moet je het er een beetje van nemen.’ Het was bij hem nooit de bedoeling geweest om echt veel te lenen: ‘je gaat alleen zo snel wennen aan het geld.’

Om studenten zoals Rick bewust te maken van hun leengedrag heeft het Nibud destudieleenwijzer ontwikkeld. Dit is een hulpmiddel waarmee je kunt uitrekenen welk bedrag je na je studie per maand moeten aflossen. Deze leenwijzer rekent uit dat een hbo-studente die gedurende haar gehele studententijd iedere maand 400 euro leent, na vier jaar studeren een totale schuld opbouwt van 21.550 euro, inclusief rente. Aan het einde van haar studie moet deze schuld afgelost worden door iedere maand minimaal 142 euro terug te betalen op een gemiddeld starterinkomen van 1630 euro. Het minimale bedrag dat je moet aflossen wordt door DUO bepaald en je bent verplicht om dit ook daadwerkelijk iedere maand te betalen.

Een aflossingsbedrag van bijna 150 euro zorgt ervoor dat je beduidend minder van je salaris overhoudt en zal moeten bezuinigen op luxe uitgaven. Zeker voor starters is 142 euro bovenop de gemiddelde maandelijkse uitgave van 1421 euro* geen kleinigheidje. Studenten die tijdens hun studie maximaal lenen om hun dure uitgaansgedrag te bekostigen, zullen na hun studie dus alsnog moeten bezuinigen om van een gemiddeld startsalaris rond te kunnen komen. Ondanks dit vooruitzicht maken veel studenten zich niet echt druk om hun lening. Een groot deel van de door Nibud ondervraagde studenten, 41%, denkt nog niet na over de vraag of ze hun lening wel af kunnen betalen. Hetzelfde percentage weet echter niet dat een hoge studieschuld ook problemen kan opleveren bij het aanvragen van een hypotheek.

Toen Rick samen met zijn vriendin Karlijn een appartement wilde kopen in Utrecht, bleek hun studieschuld het krijgen van een hypotheek wel degelijk te bemoeilijken. Dat had het stel zich niet gerealiseerd, een lening tijdens je studie wordt immers niet geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie. Bij verschillende hypotheekadviseurs kwam de schuld echter wel ter sprake. Bij de Rabobank konden Rick en Karlijn helemaal geen hypotheek krijgen en ook bij de Hypotheker bemoeilijkte de studieschuld van de twee de aanvraag van een lening. Uiteindelijk was het wel mogelijk om samen een hypotheek aan te vragen. Wanneer één van hen echter alleen een appartement had willen kopen was de aflossing van de studieschuld volgens de adviseur zeker te belastend geweest om daarnaast ook de hypotheek af te kunnen betalen. Van te voren had Rick niet bedacht dat een lening tijdens je studie van invloed was op je hypotheek: ‘als ik dit van te voren had geweten had ik zeker wel anders tegen de studielening aangekeken! Ik denk dat er heel veel studenten veel geld lenen zonder gewoon eerst wat te gaan werken en dat is geen goede zaak.’

De namen in dit artikel zijn omwille van privacyredenen gefingeerd

*Door het Nibud begroot als de minimale maandelijkse uitgave van een eenpersoonshuishouden aan vaste lasten en andere uitgave zoals kleding en uitgaan

actie Persberichten

LSVb vreest ondoordachte afschaffing studiefinanciering

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) vreest dat de studiebeurs wordt afgeschaft, zonder dat er gedegen onderzoek is gedaan naar de gevolgen hiervan. Terwijl de Tweede Kamer en het kabinet zich over het studiefinancieringsstelsel buigen, staan studenten, scholieren en ouders vooralsnog buitenspel. Er is door de LSVb bij minister Plasterk meermalen aangedrongen op een gedegen onderzoek naar het afschaffen van de studiefinanciering. De minister heeft dit geweigerd. Daarom roept de LSVb betrokkenen op om massaal hun mening te geven over het afschaffen van de studiebeurs via de website www.wiljijstufi.nl.

De studiefinanciering is in 1986 ingesteld om studeren toegankelijk te maken voor iedereen die daar het talent en de motivatie voor heeft. De LSVb heeft grote vraagtekens bij wat er gebeurt met dit streven, als studenten in de toekomst het geld voor hun gehele studie moeten lenen. Uit eerder onderzoek in opdracht van het ministerie van OCW(2005) blijkt dat studenten lenen zien als noodzakelijk kwaad. Er zijn studenten die zeggen überhaupt niet meer te gaan studeren als zij het hele bedrag moeten lenen. Daarnaast blijken studenten liever meer te gaan werken dan meer te moeten lenen. Dit zal ten koste gaan van de focus op het studeren. Het is maar de vraag of anno 2010 de houding tegenover lenen zo veranderd is, dat een eventueel leenstelsel niet de toegankelijkheid van het hoger onderwijs aantast.

Bovenstaande feiten baren de LSVb ernstig zorgen in de huidige discussie over het afschaffen van de studiefinanciering. Wat zijn de gevolgen van het afschaffen van de studiebeurs? En, wat betekenen de veranderingen voor de toegankelijkheid van het onderwijs? Vice-voorzitter Dennis Wiersma: “Hoe studenten reageren op een mogelijk nieuw studiefinancieringsstelsel is belangrijk om te weten. Er moet voorkomen worden dat er straks bepaalde jongeren niet meer gaan studeren uit financiële overweging of dat studenten zo veel bijwerken dat hun studie er onder lijdt.” De LSVb roept studenten, scholieren en hun ouders daarom op om de komende weken massaal de enquête over studiefinanciering in te vullen op www.wiljijstufi.nl.

Onderwijs en Geld Persberichten wet of wetsvoorstel

jokerjaren zijn pauze afbetaling studieschuld voor hypotheek of gezin

Vorige maand uitte de LSVb haar tevredenheid over de wijzigingen in de wet op de studiefinanciering. Met name het behoud van de vijftienjarige afbetalingstermijn en de invoering van vijf ‘jokerjaren’ (pauzejaren die kunnen worden ingelast bij het afbetalen) vielen in goede aarde. Wat zeggen (oud-)studenten van de wijzigingen in de afbetalingsregeling?

De studenten reageren over het algemeen positief op de veranderingen. De 23-jarige Sanne is na een particuliere opleiding aan haar tweede studie bezig. Zij is tevreden: “Omdat ik op mezelf woon kan ik niet leven van de studiefinanciering en heb ik er een lening bij van ongeveer €300,- per maand. Ik vind het erg fijn dat je bij de IB-Groep met de laagste rente kan lenen en dat ze je vijf jaar speling geven voor het vinden van een baan om het dan pas af te gaan betalen. Aan de andere kant mag je ook eerder beginnen met afbetalen en zelf het bedrag kiezen wat je elke maand aflost. Zo hangt het dus van jou af hoe lang je precies bezig bent met aflossen.”

Marga (24) is net afgestudeerd en wil niet te lang aan haar studieschuld vast zitten. Dat de termijn van vijftien jaar behouden blijft juicht ze dan ook toe. “Kwijtschelden vind ik geen goed idee, want dat stimuleert niet om hard te werken voor je studieschuld.” De jokerjaren vallen wel in de smaak: “Al wil ik ze zelf alleen gebruiken als ik geen inkomen heb. Afbetalen moet je uiteindelijk toch.”

Studenten die al wat langer afgestudeerd zijn lijken met een kritischer perspectief naar het leenstelsel te kijken. Zo is Vera (33) van mening dat het “uiteindelijk de verantwoordelijkheid is van de oud-student om de lening vlot af te betalen. Je moet dus prioriteiten stellen.” Ze heeft zelf altijd zoveel mogelijk betaald om de rente te beperken. Maar ze maakt zich zorgen om de algemene trend in de maatschappij, waarin volgens de Utrechtse een mentaliteit heerst van “nu kopen, later betalen”. Casper (36) herkent die ontwikkeling. “Het probleem is dat veel mensen een gat in de hand hebben en daar niet mee om kunnen gaan. Zij betalen niet meer dan nodig is en zijn zo dus veel geld aan rente kwijt. Ik had ook een lening bij de IBG en ik heb zo snel mogelijk afbetaald. Dat scheelde me een hoop rente en ik kon na het afbetalen mijn geld gebruiken voor andere leuke bestedingen.”

Maar niet iedereen van die generatie volgt deze lijn van denken. De 35-jarige JD: “Ik ga volledig onnadenkend met mijn lening om, wat vrij dom is. Ik betaal nog steeds af. Het is een onderdeel van mijn vaste lasten geworden.”

Sommige oud-studenten snappen niet waar de LSVb zo tevreden over is. Danielle (38): “De regeling is toch altijd al zo geweest? Het was immers al inkomensafhankelijk, ik moet niet voor niets elk jaar een draagkrachtmeting invullen. Mijn ‘jokerperiode’ was maar anderhalf jaar, dus dat was wel een stuk korter maar de rest is hetzelfde gebleven.” Ook de 33-jarige Nadine ziet weinig veranderingen: “Bij mij wordt ook elk jaar vastgesteld wat ik moet betalen. Het is wel goed dat ze de termijn niet verruimen naar  vijfentwintig jaar, want dat is wel erg lang, met al die rente en zo. Maar eerlijk gezegd kon ik me niet herinneren dat ik ooit een lening had afgesloten, of heeft het ermee te maken dat ik mijn opleiding niet heb afgerond?”