Tag Archives: basisbeurs

Geen studiefinanciering, geen….

Geen studiefinanciering, geen ondernemers

De regering van PvdA en VVD wil de basisbeurs voor nieuwe studenten afschaffen vanaf 2014. Studenten verliezen bovendien ook hun OV-kaart vanaf 2016. De LSVb onderzoekt welke gevolgen dit zal hebben. Deze week: wat betekent het afschaffen van de basisbeurs voor het aantal studenten dat een eigen onderneming start?

“Ondernemerschap is de zuurstof van Nederland!”, aldus het Ministerie van Economische Zaken. En gelukkig komen ook studenten tijdens hun studie dan ook steeds vaker in aanraking met de kunst van ondernemen. Hetzij als een minor, hetzij als verplicht onderdeel van het curriculum. Dit alles heeft als doel dat eenmaal afgestudeerde studenten zelf een bedrijf gaan opzetten, en zo de Nederlandse economie gaan stimuleren.

Ondernemingen zijn van groot belang voor de economie. Niet alleen voegen ze toe aan het BNI (Bruto Nationaal Inkomen), ze zorgen ook voor toenemende werkgelegenheid. Bedrijven die klein starten kunnen uitgroeien tot flinke ondernemingen met soms wel duizenden werknemers in dienst (zoals Remeha, Atlas Services Group, TomTom).

Voor het zover is heeft de starter nog wel een lange weg te gaan. Immers, ondernemen brengt vele risico’s met zich mee. Je kunt van te voren niet weten of je product of dienst aanslaat, en de financiële staat van de onderneming is vaak afhankelijk van externe factoren, zoals economische groei. Daarnaast zijn voor het starten van een onderneming vaak grote investeringen nodig. In de meeste gevallen moet het geld geleend worden, wat extra druk op de onderneming kan zetten. Voordat iemand een bedrijf start moet dan ook goed worden overwogen of de onderneming de risico’s waard is. Indien de starter zijn onderneming begint met een enorme studieschuld wordt deze overweging nog lastiger.

Voordat een bank krediet geeft aan de aanvrager, wordt de persoon in kwestie en de startende onderneming getoetst op een aantal indicatoren, waaronder kredietwaardigheid. Hiervoor wordt onder andere gekeken of de persoon geregistreerd is bij BKR (Bureau Krediet Registratie). Tot op heden wordt de studielening niet bij BKR geregistreerd, omdat de rente lager is en een lange termijn geldt voor de terugbetaling. Desondanks moet de lening gewoon terugbetaald worden, en dat zorgt nog altijd voor extra maandlasten bij de starter.

Mocht de studiefinanciering worden afgeschaft en het leenstelsel een feit worden, dan wordt de hoogte van deze lening nog veel hoger. Hierdoor zullen de maandlasten groeien, en wordt het bijna onontkoombaar dat ook de studieschuld op de één of andere manier wordt meegenomen in de beslissing van een bank. Hierdoor zullen starters met een hogere studieschuld rekening moeten houden met nog hogere maandlasten en zullen zij minder snel de afweging maken om een onderneming te starten. Zelfs als ze zelf de stap nog durven te nemen is er een grote kans dat ze worden afgewezen door de bank als die op de hoogte is van hun studieschuld.

Zo kan het afschaffen van de basisbeurs zorgen voor minder ondernemingen in ons land. Hierdoor gaan innovatie en vele werkplekken verloren. En net als dat de mens niet kan leven zonder zuurstof, zal Nederland wellicht ook stikken als men stopt met ondernemen.


Door: Masha Galperina (LOF-coördinator, student Wiskunde en Piano)

Onderwijs en Geld Persberichten

Tweede Kamer kort OV-studentenkaart met twee jaar in

De Tweede Kamer heeft besloten dat de OV-kaart voor studenten vanaf september met twee jaar ingekort wordt. Deze bezuiniging levert 10 miljoen op in 2013. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) zijn teleurgesteld over de inkorting van het reisrecht. “Deze bezuiniging is te snel doorgevoerd, studenten hebben nu hun studiekeuzes voor het komend jaar al gemaakt,” zegt Pascal ten Have, voorzitter van de LSVb.

“Voor studenten betekent dit dat ze aan het eind van hun studie in de knel komen”, aldus Sebastiaan Hameleers, voorzitter van het ISO, “juist terwijl veel studenten in die periode stages of vakken gaan volgen in andere steden.” De inkorting van de OV-kaart gaat in september al in. Alleen studenten die nu al een geldige OV-kaart hebben kunnen deze tot en met december blijven gebruiken.

In de komende weken zal het wetsvoorstel behandeld worden door de Eerste Kamer. Naar verwachting zal de inkorting nog voor het zomerreces worden aangenomen.

kamerstuk OC&W Onderwijs en Geld Persberichten

Tweede Kamer neemt definitief afstand van leenstelsel

De Tweede Kamer heeft besloten geen leenstelsel in te voeren. Dat staat in het lenteakkoord van VVD, CDA, GroenLinks, D66 en ChristenUnie. Wel hebben de partijen besloten dat het reisrecht voor studenten met twee jaar ingekort gaat worden. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) vindt het terecht dat de basisbeurs behouden blijft. “De basisbeurs is noodzakelijk voor de toegankelijkheid van het onderwijs”, zegt Pascal ten Have, voorzitter van de LSVb, “wel zijn we teleurgesteld over de inkorting van het reisrecht.”

“Voor studenten betekent dit dat ze aan het eind van hun studie in de knel komen”, aldus Ten Have, “juist terwijl veel studenten in die periode stages of vakken gaan volgen in andere steden.” Het is nog onduidelijk vanaf wanneer het reisrecht ingekort wordt. Wel verwacht de LSVb dat het wetsvoorstel “Studeren is investeren” op 31 mei door de Kamer op de lijst met controversiële onderwerpen wordt gezet. Met “Studeren is investeren” wilde de regeringscoalitie de masterbeurs afschaffen.

factsheet Informatiepakket Onderwijs en Geld Onderwijskwaliteit Persberichten update wet of wetsvoorstel

Landelijke Studenten Vakbond verklaart de volgende onderwerpen controversieel

Na het aanbieden van het ontslag van het kabinet aan de koningin is er een demissionair kabinet met een fikse minderheid in de Tweede Kamer. Dit heeft gevolgen voor álle beleidsterreinen, maar zeker voor het hoger onderwijs. Er zijn een groot aantal maatregelen aangekondigd, die nu niet meer op een meerderheid kunnen rekenen en daarmee dus ‘controversieel’ zijn geworden.

Controversieel houdt in dat de maatregelen vergaand zijn en maar door een minderheid gesteund worden. De volksvertegenwoordiging van een meerderheid van het land wil deze maatregelen dus niet. Een demissionair kabinet kan deze maatregelen dus niet meer invoeren. Op dit moment betreft dat de volgende onderwerpen:

  • Wetsvoorstel “Studeren is investeren”
      • Wetsvoorstel bevat:
      • Afschaffen basisbeurs in de master en vervanging door leenstelsel.
      • Verkorten OV-reisrecht met 2 jaar.
      • Allerlei bezuinigingen op de aanvullende beurs.
  • Status:
    • Wetsvoorstel zou maandag worden besproken in de Tweede Kamer.
    • Zou uiterlijk op 26 april aangenomen moeten worden, omdat er anders te weinig behandelingstijd is voor de Eerste Kamer om het voor het zomerreces aan te nemen
    • ChristenUnie heeft maandag 23 april aangevraagd het wetsvoorstel controversieel te verklaren.
  • Saillante punten:
    • PVV en CDA hadden beide het behouden van de basisbeurs in hun verkiezingsprogramma staan.
    • GroenLinks heeft al aangekondigd op Twitter dit wetsvoorstel controversieel te willen verklaren. ChristenUnie heeft daarna opgeroepen het controversieel te verklaren in de Tweede Kamer.
    • Over enkele uren komt er een dossier online op de website van de Tweede Kamer waarin de procedure om iets controversieel te verklaren uitgelegd wordt.
  • Ontzettend veel discussie in Tweede Kamer:
      • Wat is nu een sociaal leenstelsel?
      • Effecten van cumulatie (langstudeerboete, harde knip, OV-jaarkaart).
      • Veel pijnlijke keuzes in het korten van de aanvullende beurs.

 

  • Langstudeerboete:
      • Is één van de meest controversiële onderwerpen van 2011.
      • Het wetsvoorstel is aangenomen door de Eerste Kamer op voorwaarde dat er een oplossing gevonden zou worden voor de deeltijdstudenten (motie Ganzevoort).
      • Dit is nog steeds niet rond, dus er zijn gronden om te zeggen dat het wetsvoorstel nog niet is aangenomen door de Eerste Kamer. In ieder geval is het Kabinet haar belofte om iets voor de deeltijdstudenten te regelen nog niet nagekomen, terwijl dat wel een voorwaarde was voor het aannemen.
    • Daarnaast loopt de rechtszaak nog. 21 mei om 9:30 vindt de zitting plaats in het Paleis van Justitie te Den Haag. De rechtszaak en rechters zijn onafhankelijk van de politiek. Rechtszaak en controversieel verklaren zijn dus twee verschillende trajecten tegen 1 maatregel.

 

 

  • Experimenteer-AMvB rondom compensatieregelingen en jaarklassen:
    • Moet nog langs beide Kamers en is dus nog een proefballonnetje.
    • InHolland wetsvoorstel ligt bij de Raad van State ter advies.
    • Deeltijd:
    • Halbe werd al teruggestuurd naar de tekentafel door de Tweede Kamer donderdag. Dit onderwerp is zo pril dat het voorlopig niet verder komt.

 

De LSVb gaat er actief op inzetten om deze voorstellen en maatregelen in de komende weken van tafel te krijgen.

Onderwijs en Geld opinieartikel van de redactie

Studiefinanciering? Leenstelsel? Studietax! (2/2)

Door Lisa Westerveld op vrijzinnig.nl

Over alternatieven en draaiende partijen (deel II)

Uit het eerste deel van dit betoog blijkt dat argumenten voor of tegen studiefinanciering niet zozeer inhoudelijk bepaald worden maar vooral afhangen van de strategie die een politicus op dat moment aanhangt. Jammer, want juist inhoudelijk is er een grote winst te boeken. In het verleden is er vaker nagedacht over alternatieve modellen. Behalve de eerder genoemde ‘hogeronderwijsbelasting’ duikt ook de naam ‘academicibelasting’ regelmatig op. Omdat de verschillende termen grotendeels te herleiden zijn naar dezelfde uitgangspunten, gebruik ik ‘studietax’ in dit stuk. Zoals eerder gezegd ontwikkelden de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), PvdA, en GroenLinks een stelsel dat ‘studietax’ gedoopt werd. Het is evident dat het oorspronkelijke idee niet ongewijzigd op de huidige praktijk gelegd kan worden, maar wel is het interessant eens naar de uitgangspunten te kijken. De belangrijkste daarvan zijn de volgende:

  • De studiebeurs wordt verhoogd zodat iedere student kan studeren en voorzien in zijn levensbehoefte, zonder dat het noodzakelijk is er fors naast te werken of te lenen.
  • Het collegegeld wordt afgeschaft.
  • De studieschuld wordt vervangen door een collectief studiefonds, waaraan alle studenten na het afstuderen bijdragen.
  • Afgestudeerden betalen niet een vast bedrag, maar een klein percentage van hun inkomen gedurende een aantal jaar (dit zijn variabelen).
  • Het bedrag dat iemand terug moet betalen hangt wel af van het aantal maanden dat hij gestudeerd heeft. In het oorspronkelijke plan draagt een afgestudeerde per gestudeerde maand, drie maanden een bepaald bedrag bij.

Het grote voordeel met dit systeem is dat leenangst wordt tegengegaan en het hoger onderwijs toegankelijker wordt voor mensen uit lage inkomensgroepen. Immers, wanneer je na je afstuderen weinig verdient, betaal je minder terug. Degenen die vijf keer modaal verdienen, betalen meer terug en in die zin is studietax een progressieve belasting. Tegelijkertijd wordt er genoeg terugbetaald om te kunnen investeren in de nieuwe generatie studenten. Bovendien zit er geen leeftijdsgrens aan het plan waardoor het Leven Lang Leren pas echt bevorderd wordt. Studenten krijgen meer tijd voor hun studie omdat ze niet meer worden afgeleid door leenperikelen of veel tijd kwijt zijn aan bijbaantjes.

Nadelen zijn er ook, zowel van principiële als praktische aard. Is het terecht om een bepaalde groep meer te laten betalen? Wat doen we met mensen die naar het buitenland verhuizen? Wat gebeurt er wanneer iemand aan het begin van zijn carrière weinig, maar later veel verdient? Bovendien stellen critici als studenten niet worden geconfronteerd met de ‘waarde’ (lees: kosten) van hun studie, zij deze waarschijnlijk minder op waarde schatten. Hogere belastingen in de toekomst zijn wat dat betreft een veel vager middel dan een leenstelsel of zelfs het huidige lage wettelijke collegegeld.

Of het stelsel echt uitvoerbaar is zal echter nog moeten blijken, want er vallen serieuze vraagtekens te zetten bij de grondigheid van het onderzoek dat er naar verricht is. De commissie Vermeend heeft zich hier in 2003 mee bezig gehouden, maar dit rapport gaat vooral over studiefinanciering en verkent slechts ten dele een stelsel van studietax. De commissie wijst studietax af aan de hand van praktische nadelen zoals wet- en regelgeving waardoor een dergelijk stelsel onmogelijk zou zijn. Mij lijkt echter dat we juist een overheid hebben om wet- en regelgeving aan te passen en daarmee dit soort praktische bezwaren op te lossen. Bovendien verwijst de commissie naar een rapport van het CPB dat aantoont dat het stelsel niet uitvoerbaar is. Wel, laat nu net econoom Bas Jacobs (degene naar wie ik eerder verwees) een van de auteurs zijn.

Waar gaat het mis?

Studiefinancieringsstelsels zijn in het verleden regelmatig onderzocht. Eerder noemde ik de commissie Vermeend uit 2003, die de opdracht kreeg te onderzoeken welk financieringsstelsel wenselijk was. Het kan geen kwaad te vermelden dat deze commissie in het leven werd geroepen door staatssecretaris Annette Nijs van de VVD. Iemand die nog fanatieker was in het promoten van lenen, hogere collegegelden en meer barrièremaatregelen dan de huidig staatssecretaris (Zijlstra). Ondanks deze discussies is studietax de laatste tien jaar nauwelijks serieus genomen als alternatief voor studiefinanciering. En dat roept een behoorlijk aantal vragen op. Niet alleen naar de politieke agenda van onderzoekers, maar ook naar de rol van de politiek. Dat partijen die geen fan zijn van progressieve belastingstelsels niets voelen voor het model mag duidelijk zijn. Maar waarom is de SP bijvoorbeeld nooit voorstander geweest maar pleit ze wel voor het verhogen van de belasting in de hoogste schaal? En waarom trokken PvdA en GroenLinks zich terug?

De kentering van de PvdA is te herleiden naar 2002 toen Kamerlid en oud vakbondsman Jacques Tichelaar, samen met Martijn van Dam, het hoger onderwijs in de uitverkoop zette. Hogere collegegelden en selectie lagen ter bespreking op tafel, op voorwaarde dat er een nieuw stelsel van studiefinanciering zou komen. Nadat Tichelaar geen woordvoerder hoger onderwijs meer was, zijn de plannen echter naar de achtergrond verdwenen en maakten kennelijk plaats voor een leenstelsel. Bij GroenLinks heeft een paar jaar later een dergelijke verschuiving plaats gevonden. In februari  2010 tweette toenmalig fractievoorzitter Femke Halsema dat studietax studenten meer geld en minder zorgen geeft en minder afhankelijk maakt. Drie maanden later werd echter bekend dat de partij plotseling van standpunt wisselde.  Een rapport van het – hoe kan het anders – Centraal Planbureau (CPB) lag ten grondslag aan deze plotselinge draai standpuntherziening.

Of toch niet? In een bericht op de site geeft Femke Halsema, samen met de toenmalige onderwijswoordvoerder van GroenLinks, Tofik Dibi, aan dat GroenLinks niet voor een levenslange terugbetaling is, maar een variant voorstelt op het sociaal leenstelsel. Opvallend is dat het rapport Keuzes in Kaart 2011-2015 echter stelt ‘GroenLinks wil het sociaal leenstelsel invoeren, wat 0,4 mld euro bespaart in 2015 en 0,8 mld euro structureel’.

Doorrekening CPB

De ‘doorrekening’ van het CPB in 2010 sloeg in bij de voorstanders van studiefinanciering. Niet alleen politieke partijen gebruikten het als excuus om studietax definitief vaarwel te zeggen, ook de LSVb stelde haar standpunt bij en maakte het behoud van studiefinanciering een thema in de verkiezingscampagne. Wie de ‘doorrekening’ echter goed bekijkt, ziet een bijlage bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s van nog geen 25 pagina’s. Hierin komt maar liefst vijf keer het woord ‘academicibelasting’ voor, waarvan een meerderheid in de kop en de voetnoten.

Opvallender is dat na een vluchtige lezing al snel duidelijk wordt dat het geen onderzoek is, maar dat de onderzoekers een mening hebben die zij graag kwijt willen. Zo begint het rapport met de mededeling dat het huidige stelsel ondoelmatig is omdat er ook subsidies worden verstrekt aan studenten die zelf hun studie kunnen betalen. Een leenstelsel is beter, omdat het deze ondoelmatige bestedingen tegen gaat. Daarnaast geven de onderzoekers niet overal een juist beeld van de situatie. Zo stellen zij dat hoger opgeleiden met een laag inkomen minder of niets terug hoeven te betalen. Wanneer argumenten niet goed uitkomen (zoals onderzoeken waaruit blijkt dat prijsverhogingen leiden tot minder deelname aan hoger onderwijs) wordt dit niet meegenomen, maar weerlegt men dit door een aantal andere rapporten te noemen die deze resultaten niet bevestigen. Grappig detail is dat de onderzoekers een bijzondere kijk hebben op argumenten die niet economisch van aard zijn. Het kopje ‘Niet-economische argumenten’ gaat in zijn geheel over het streven naar een meer gelijke inkomensverdeling…

Het meest storend is dat de ‘doorrekening’ niet alleen marginaal is, zo worden enkel berekeningen gemaakt op basis van een afdracht tot 65 jaar. Er zijn geen scenario’s doorberekend, iets wat men in een echte doorrekening mag verwachten. Bovendien maken de onderzoekers gebruik van andere CPB rapporten en heb ik al eerder geschreven dat bij datzelfde CPB een aantal personen werkzaam is die al jarenlang een lobby voeren voor de afschaffing van de studiefinanciering. Gelukkig vindt ene mijnheer B. Jacobs het CPB een zegen voor de democratie en mag er best kritiek komen; ‘Maar die kritiek moet komen van economen, niet van politici.’

Als iets pijnlijk duidelijk wordt is dat er helemaal geen doorrekening bestaat, noch een recent onderzoek naar de mogelijkheden van een alternatief stelsel van studiefinanciering. Of er is wel een doorrekening, compleet met ingewikkelde grafiekjes, tabellen en cijferreeksen, maar die wordt dan angstvallig verborgen gehouden. Kunnen wij in een land dat koning is in het maken van ingewikkelde belasting- en pensioensystemen nu echt niet op zoek gaan naar mogelijkheden om ook de toegankelijkheid van het onderwijs te waarborgen en er een prijskaartje aan te hangen voor degenen die het kunnen betalen? Natuurlijk, mogelijk komen we erachter dat een dergelijk stelsel helemaal niet werkt. Maar als we het niet onderzoeken, weten we het nooit.

Lisa Westerveld pleit voor het een gedegen onderzoek naar de mogelijkheden van studietax dat niet gedaan wordt door economen die op voorhand al weten wat de uitkomst van hun onderzoek is. Beter is het om een creatieve geest in te schakelen die een hele andere uitkomst voor ogen heeft.