Vrouwen op weg naar de wetenschappelijke top: een moeizame klim?

nieuws | 11-11-2009

Vrouwelijke hoogleraren zijn ondervertegenwoordigd op de Nederlandse universiteiten. Uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2009, uitgebracht door de Stichting de Beauvoir, blijkt dat op dit moment 11,7% van de professoren vrouw is. Dit percentage stijgt ieder jaar, maar ligt nog ver onder het Europese gemiddelde van 19%. De EU-doelstelling is dat in 2010 een kwart van de Europese hoogleraren vrouwelijk moet zijn. Maar als het Nederlandse percentage in het huidige tempo blijft stijgen, voldoen we pas in 2030 aan deze Lissabonnorm. Wat zorgt ervoor dat zo weinig vrouwen de universitaire top bereiken en hoe kan dit verbeterd worden?

 Door: Loes van Suijlekom, lid van de onafhankelijke LSVb-webredactie

Aan de ambitie van de Nederlandse studentes kan het in ieder geval niet liggen. Uit een nota over het studierendement van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt dat vrouwelijke studenten vaker dan hun mannelijke collega’s hun bachelor binnen vier jaar halen. Ook zijn de vrouwen die er voor kiezen om te promoveren niet in de minderheid, de man/vrouw verhouding is onder de promovendi ongeveer gelijk. In iedere volgende stap van de wetenschappelijke carrière neemt het vrouwelijke aandeel echter af: hoe hoger de functie, hoe hoger het percentage mannen.

De (vrouwelijke) bedrijfsdeskundige Marieke van den Brink is zelf gepromoveerd op een onderzoek naar hoogleraarbenoeming. Zij toont aan dat tweederde van de benoemingen wordt geregeld achter de gesloten deuren van mannenkamers: het old boys network is in de wetenschap duidelijk aanwezig. De mannelijke hoogleraren zijn in de meerderheid en zoeken in hun eigen netwerk naar kandidaten. Omdat ze zichzelf meer herkennen in mannelijke dan in vrouwelijke kandidaten hebben de mannen een streepje voor. De Monitor Vrouwelijke Hoogleraren concludeert op basis van deze bevindingen dat een meer evenredige man/vrouw-verdeling in bestuurlijke universitaire functies een stijging van het percentage vrouwelijke hoogleraren tot gevolg zal hebben. In een wettelijke bepaling zou daarom moeten worden vastgesteld dat er in een sollicitatiecommissie minstens twee vrouwen moeten zitten.

Janneke Gerards, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden, vindt dit een goed initiatief: ‘Er is een cultuurverandering nodig, nu worden hoogleraren vaak binnen de eigen kring benoemt en dat kan voor vrouwen nadelig zijn. Het zou een verschil maken wanneer de leden in de benoemingsadviescommissies voor 30% vrouw zijn. Ook zou het helpen als meer open werd geworven, in plaats van kandidaten vooral in het eigen netwerk te zoeken.’ Gerards denkt ook dat vrouwen in haar positie een voorbeeldfunctie kunnen vervullen: ‘Vrouwelijke hoogleraren kunnen andere vrouwen aanjagen om ook hogere functies te ambiëren en om te laten zien dat het kán.’

Het blijft echter een feit dat het hoogleraarschap een zware functie is van 60 tot 70 uur per week, lange werktijden die de combinatie werk-privé lastig maken. Maar waarom moet dit voor vrouwelijke hoogleraren problematischer zijn dan voor hun mannelijke collega’s? Voor het gezinsleven van zowel vrouwelijke als mannelijke hoogleraren zou het goed zijn als de normen iets naar beneden werden bijgesteld. Volgens Gerards moet het bovendien mogelijk zijn om het hoogleraarschap in vier dagen te passen, maar daar is wel een cultuurverandering voor nodig. Ook Minister Plasterk zei in een interview met Radio 1 dat het mogelijk moet zijn voor vrouwen om een gezin met een topcarrière te combineren. Dit vergt echter wel aanpassingen van de universiteit.

Op de Universiteit Leiden wordt men zich steeds meer bewust van het gebrek aan vrouwelijke hoogleraren en het percentage vrouwelijke medewerkers neemt ieder jaar toe. Gerards vindt het positief dat de man/vrouw balans steeds meer gelijk getrokken wordt, het werkt immers wel zo prettig als je niet alleen maar mannelijke collega’s hebt.

Voor ambitieuze studentes die in de toekomst een hoogleraarschap ambiëren: laat je niet ontmoedigen, er is een positieve ontwikkeling gaande. Zo bieden verschillende universiteiten  programma’s aan om het vrouwelijke aandeel aan de universiteit te verhogen, zoals het ‘Rosalind Franklin Fellowship’ van de Rijksuniversiteit Groningen en het ASPASIA-programma van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Ook gaat de babyboomgeneratie hoogleraren, bestaande uit voornamelijk mannen, de komende vijf jaar met emeritaat. Deze vrijkomende posities zullen wellicht voor een groot deel opgevuld worden door talentvolle, vrouwelijke wetenschappers.


 Grafiek uit “Monitor vrouwelijke hoogleraren 2009”, pagina 8, van stichting Beauvoir, VSNU, LNVH en SoFoKleS. Lees hier het hele rapport.

POLL

In de vakantie ga ik