Het bindend studieadvies
Aan de meeste hogescholen en enkele universiteiten wordt gewerkt met het bindend studieadvies (BSA). De student krijgt dan tegen het einde van zijn eerste jaar een studieadvies van de instelling waaraan hij studeert, en moet dat advies verplicht opvolgen als het negatief is. Dat wil zeggen dat de student bij een negatief bindend studieadvies de opleiding het jaar daarop aan deze instelling niet kan hervatten, ook niet als deeltijdstudent of extraneus. Andere opleidingen waar dezelfde propedeuse voor nodig is zijn ook niet meer mogelijk aan deze instelling. Het advies wordt gegeven op basis van een studiepunten-norm; er wordt wel rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden die een rol gespeeld hebben bij het niet halen van deze norm.
De consequenties van een negatief bindend studieadvies zijn groot. De student is een jaar studiefinanciering kwijt, krijgt te horen dat hij niet goed genoeg wordt geacht voor zijn studie en ziet zijn toekomstperspectieven omgegooid worden. Met zo'n invloedrijke regeling moet natuurlijk bijzonder voorzichtig omgesprongen worden. De opleiding die gebruik maakt van het bindend studieadvies moet dan ook aan een aantal eisen voldoen, die geregeld worden in de WHW, Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek:
1. Een opleiding mag alleen een bindend studieadvies geven als ze daarvoor toestemming heeft van het bestuur van de instelling waar de opleiding onder valt. Een bindend studieadvies dat is gegeven zonder dat de opleiding toestemming heeft van het College van Bestuur om dat soort adviezen te mogen geven, is niet rechtsgeldig.
2. De opleiding mag slechts een bindend studieadvies geven als ze ervoor gezorgd heeft dat de studiebegeleiding en de studeerbaarheid van het programma niets te wensen overlaten. Als deze niet goed zijn valt het niet alleen de student aan te rekenen dat hij niet het gewenste aantal punten heeft behaald.
3. De student moet op tijd in het jaar een waarschuwing krijgen dat hij bij onvoldoende verbetering een negatief bindend studieadvies zal krijgen. Het is belangrijk dat er genoeg tijd zit tussen deze waarschuwing en het uitbrengen van het definitieve studieadvies: de student moet de gelegenheid krijgen om alsnog te kunnen laten zien dat hij wel geschikt is voor de studie, en dus genoeg studiepunten kan halen om door te mogen gaan.
4. Het bestuur van de instelling is verplicht om de student de gelegenheid te geven om gehoord te worden, als de opleiding erover denkt hem een negatief bindend studieadvies te geven.
5. Het spreekt voor zich dat de opleiding van het begin af aan heel duidelijk heeft moeten aangeven dat er gewerkt wordt met een bindend studieadvies. Studenten moeten dit al weten voor ze een keuze hebben gemaakt voor de betreffende opleiding.
Persoonlijke omstandigheden
Alleen factoren die betrekking hebben op studievoortgang en studieresultaten mogen de basis zijn voor een bindend studieadvies. Het bestuur van de instelling moet in zijn afweging de persoonlijke omstandigheden van de student betrekken die een rol hebben gespeeld bij de studievertraging. Voorbeelden van persoonlijke omstandigheden zijn: ziekte, een stoornis, zwangerschap, bijzondere familie-omstandigheden, lidmaatschap van een raad van de instelling.
Het is trouwens erg belangrijk om persoonlijke omstandigheden die invloed hebben op je studievoortgang te melden bij de studieadviseur zodra ze zich voordoen, dus niet pas aan het eind van het jaar!
Soms is het bindend studieadvies maar een bepaalde termijn geldig. Na deze termijn kun je je dan weer gewoon inschrijven en opnieuw met de studie beginnen of verdergaan. Je kunt ook altijd gewoon aan de opleiding vragen of je je weer mag inschrijven. De kans daarop is natuurlijk niet zo groot.
Oneens met het advies?
Als je een bindend studieadvies hebt ontvangen en het niet eens bent met deze beslissing, kun je een gesprek hierover aanvragen bij de studieadviseur. Als de adviseur je niet kan helpen, kun je in beroep gaan tegen de beslissing bij het College van Beroep voor de Examens (COBEX). Zo’n beroep is opgebouwd uit een aantal stappen, die je kunt vinden op de volgende pagina. Deze stappen gelden overigens niet voor alle vormen van in beroep gaan.
Als er haast bij een bepaalde beslissing is, omdat je als student bijvoorbeeld wel al wilt kunnen beginnen met het tweede jaar, kan er een voorlopige voorziening aangevraagd worden. Het aanvragen hiervan is alleen mogelijk tegelijk met een beroepsschrift, of als er al een beroepsschrift is ingediend, en zorgt ervoor dat de voorzitter van het COBEX snel een tijdelijke uitspraak doet waar beide partijen zich aan moeten houden tot de definitieve beslissing is genomen.
Het kan natuurlijk zo zijn dat je niet tevreden bent met de uiteindelijke beslissing van het COBEX. In dat geval kun je de zaak nog voorleggen aan een civiele rechtbank of aan een administratieve rechter. In die gevallen moet je griffierechten gaan betalen.
In beroep bij het COBEX
De onderstaande stappen zijn een samenvatting van hoe het in beroep gaan bij het COBEX in zijn werk gaat.
Stap 1
De eerste stap bestaat uit het schrijven van een beroepsschrift dat 'ontvankelijk' verklaard wordt. Hiertoe moet het aan een aantal eisen voldoen en binnen een termijn van vier weken nadat het besluit bekend gemaakt is, worden ingediend. In een beroepschrift moet in ieder geval worden vermeld:
- je naam, adres en woonplaats;
- welk orgaan het besluit voor een bindend studieadvies heeft genomen
- het besluit waartegen het beroep wordt ingesteld (duidelijk omschreven, bij voorkeur met het besluit als bijlage)
- de gronden waarop je in beroep gaat;
- de datum en je handtekening.
Stap 2
Het beroepsschrift wordt door het COBEX aan het orgaan gezonden waartegen het beroep gericht is, voordat het in behandeling wordt genomen. Dit orgaan moet nu gaan bekijken of het mogelijk is om een "minnelijke schikking" (een onderlinge overeenkomst) te treffen tussen beide partijen. In sommige gevallen lijkt dit een zinloze stap; het COBEX mag er dan voor kiezen om deze stap over te slaan. Als de twee partijen er in slagen om onderling tot overeenkomst te komen, stopt de beroepsprocedure.
Stap 3
Als er geen schikking tot stand is gekomen krijgt de wederpartij (waartegen het beroep is gericht) de kans om schriftelijk te reageren op het beroepschrift in een verweerschrift. Vervolgens krijgt de aanvrager (degene die in beroep is gegaan) de gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren in een repliek. Eventueel kan de wederpartij hier weer op reageren in een dupliek. Vervolgens stelt de secretaris van het COBEX een datum vast voor een zitting waarin het beroep zal worden behandeld.
Stap 4
Tijdens de zitting krijgen beide partijen de gelegenheid om hun zaak nog eens kort te verduidelijken voor het COBEX. Hierbij kunnen de voorzitter en de leden van het COBEX vragen stellen aan de partijen. Daarnaast kunnen partijen, via de voorzitter, met elkaar in gesprek gaan. De voorzitter van het COBEX kan in een bepaalde situaties besluiten af te zien van het horen van partijen en onmiddellijk uitspraak doen. Dit heet een voorzittersuitspraak.
Stap 5
Tussen de datum van ontvangst van het beroepschrift en de uiteindelijke uitspraak mag niet meer dan 10 weken zitten. Wanneer het COBEX de bestreden beslissing gedeeltelijk of geheel vernietigt, kan ze bepalen dat de wederpartij opnieuw in de zaak moet beslissen, deze keer met de uitspraak van het COBEX in het achterhoofd. Ook kan het COBEX bepalen dat een tentamen, examen, toelatingsonderzoek of enig onderdeel daarvan opnieuw moet worden afgenomen onder de voorwaarden die het COBEX stelt. Het COBEX is echter niet bevoegd om zelf een nieuwe beslissing te nemen. De uitspraak van het College van Beroep voor de Examens is voor beide partijen bindend.