Opinie: BaMa invoering

De invoering van Bachelor-Master is altijd, met vele kanttekeningen, gesteund door de LSVb. De toverwoorden keuzevrijheid, flexibele leerwegen en internationalisering in het BaMa voorstel zijn in werkelijkheid een extra keuzemoment; verbeterde HBO-WO doorstroom en meer mogelijkheden om in het buitenland te studeren, wogen voor de LSVb zwaarder dan de angst dat BaMa zou worden aangegrepen als een bezuinigingsmaatregel en de selectiemogelijkheden die dit stelsel biedt.

De mooie woorden bleken helaas vaak niet te worden omgezet in mooi beleid. Voordelen die BaMa biedt worden daardoor vaak niet gerealiseerd, terwijl de invoering zware nadelen met zich mee brengt. Waar ligt dit aan en wat moet er nu gebeuren?

Er lijkt veel te verwijten aan de overhaaste invoering van het BaMa stelsel. Studenten in medezeggenschap zijn op veel instellingen gepasseerd bij het opstellen van nieuwe programma's, overgangsregelingen zijn haastig in elkaar gedraaid, en veel masteropleidingen zijn nog steeds niet af, waardoor de student in totale duisterheid achter blijft.

Keuzevrijheid kan alleen tot stand komen, als studenten daadwerkelijk weten wat ze kunnen kiezen. Transparantie in het onderwijsaanbod, duidelijkheid over toelatings en selectie-eisen zijn absoluut noodzakelijk en lijken tot op heden vaak te ontbreken. Masters zijn nog onvoldoende ontwikkeld, waardoor studenten tijdens hun bachelor slecht op de hoogte zijn van wat hun te wachten staat en aan welke vakken ze moeten voldoen. Het is de verantwoordelijkheid van instellingen om deze voorlichting drastisch omhoog te schroeven.

De haast heeft geleid tot vele invoerproblemen, maar wellicht nog kwalijker is dat deze grote stelselverandering, niet gepaard is gegaan met de financiele middelen die nodig zijn voor de invoering. De HBO-WO doorstroom kan onmogelijk verbeteren als de Staatssecretaris hier geen middelen voor beschikbaar stelt. Op het kantoor van de LSVb regent het klachten van HBO studenten die willen doorstromen naar een universitaire master maar geen aansluitend programma kunnen vinden en ook de HBO-master lijkt, zolang de staatssecretaris wekelijks een ander bericht doet uitgaan over de bekostiging van deze masters, nauwelijks van de grond te komen.

In de wet staat zwart op wit vastgesteld dat alle studenten oude-stijl hun opleiding binnen redelijke termijn moeten kunnen voltooien. Nu al blijkt dat op veel opleidingen hier niet aan wordt voldaan. Soms is het harde dwang, soms zachte, hoe dan ook, studenten kunnen vaak niet de opleiding afmaken waar ze voor gekozen hebben. Verantwoordelijkheid wordt constant afgeschoven, waarvan de student de dupe wordt. Het ministerie zal moeten investeren in de overgangsregelingen, maar dat neemt niet weg dat de instellingen garant moeten staan voor goede regelingen.

Tegelijkertijd met de Bama zijn ook veel onderwijsvernieuwingen een feit. Aanwezigheidsplicht en het afschaffen van herkansingsmogelijkheden staan echter haaks op het streven om de student meer keuzevrijheid te geven. De beslissing over deze leer en toetsingvormen liggen, terecht, op instellingsniveau. Zolang de medezeggenschapsorganenen hier echter slechts zeer beperkte invloed op kunnen uitoefenen, lijkt BaMa vooral een speeltje van instellingsbesturen. Het daadwerkelijk verbeteren van inspraakmogelijkheden is dus bittere noodzaak om BaMa in de handen te geven van de grootste belanghebbende van goed onderwijs, de student.

POLL

In deze koude maanden droom ik over...