HBO-bachelors hebben behoefte aan eigen professionele master

Na de afronding van een hbo-bacheloropleiding doorstuderen in een masterprogramma is niet eenvoudig. In het hbo zijn nauwelijks bekostigde masters en aan de universiteit vergt dit een toelatingsexamen, een tijdrovend schakelprogramma op eigen kosten en vaak dan ook nog een masterstudie die langer duurt. Daar moet verandering in komen. Dat is in het belang van studenten die meer in hun mars hebben. Het is ook in het belang van de maatschappij, omdat Nederland behoefte heeft aan meer afgestudeerde masters. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en de HBO-raad zien twee oplossingen: overheidsbekostiging voor hbo-masteropleidingen en afspraken tussen hogeschool en universiteit over een beter aansluitende leerroute, waardoor de schakelprogramma’s vervallen.

“ Vooral de overstap van hbo-studenten naar de wo-masteropleiding is hier een punt van zorg. Weliswaar hebben individuele universiteiten en hogescholen hier afspraken over gemaakt, maar het effect van deze afspraken is strenge toelatingseisen en soms langdurige schakelklassen”, zo luidt een van de conclusies in het rapport “ BaMa ontkiemt” dat de Inspectie van het onderwijs op 23 mei publiceerde. Het rapport vormt een evaluatie van de invoering van de bachelor/masterstructuur in het hoger onderwijs.

De zorg van de Inspectie komt voort uit het feit dat afgestudeerde HBO-bachelors steeds meer barrières ontmoeten als zij willen doorstromen naar een masteropleiding aan de universiteit. Daartoe behoren vaak een assessment en als de student deze horde met succes heeft genomen dan volgt een zogenaamd schakelprogramma op eigen kosten, dat al snel een jaar duurt, waarna hij of zij pas kan instromen in de masteropleiding.
Pikant is in dit verband dat de universiteiten voor de eigen bachelorstudenten andere criteria hanteren volgens datzelfde rapport van de inspectie. Zij mogen in vrijwel alle gevallen aan een masteropleiding beginnen zonder dat ze de bacheloropleiding hebben afgerond.

Het is dus lastig voor HBO-bachelors om door te studeren aan de universiteit. Nu is in de Bologna Verklaring, die leidde tot de invoering van de bachelor/masterstructuur, bepaald dat er in het hoger onderwijs drie niveaus zijn: bachelor, master en doctor. Elke student met een bacheloropleiding op zak heeft het recht op een masteropleiding. Voor de universiteiten is dit goed geregeld, want er is voor elke bachelor van de universiteit tenminste één doorstroommaster. Voor de hbo-bachelors is dit niet goed geregeld. Het hbo heeft op enkele uitzonderingen na alleen private masteropleidingen, die voor de student al snel vier keer zo duur zijn. En dus zit er voor ambitieuze hbo’ers weinig anders op dan door te stromen naar de universiteit.
 
Zijn die strenge instroomeisen voor de masteropleiding aan de universiteit nu eigenlijk een probleem? Ja is het antwoord. Zowel voor de student als voor de maatschappij.
•    Twee van drie studenten in het hoger onderwijs volgt een hbo-opleiding. Als ze meer willen dan een bachelortitel zijn ze bijna verplicht om zich te laten omscholen tot academicus. Veel hbo-bachelors beginnen daar niet aan en zouden het liefst willen doorstromen naar een professionele masteropleiding.Trouwens ook universitaire studenten die er achter komen dat een meer op de professiegerichte leerroute hen beter past kunnen niet uit te voeten, want ook voor hen zijn de kosten van de commerciële hbo-masteropleidingen te hoog. Dit gedoe past slecht bij alle mooie verhalen over vraaggestuurd onderwijs, waarbij studenten zelf hun studiepad bepalen. Als we daar wat van willen realiseren wordt het hoog tijd dat de drie niveaus, bachelor, master en doctor, zowel op de hogeschool als op de universiteit bekostigd worden door de overheid.
•    Ook maatschappelijke belangen zijn hiermee gediend. Thans stroomt nog geen tien procent van de hbo-bachelors door naar een wetenschappelijke master, dat zal met alle aanwezige barrières zeker niet stijgen. En dat is wel nodig. Want Nederland heeft niet alleen te weinig hoger opgeleiden, maar ook te weinig masters in vergelijking tot andere landen. In ons land beschikt 22% van alle hoger opgeleiden over een mastertitel, in de Angelsaksische landen is dit zo’n 30%.

Zijn er ook oplossingen voor het gesignaleerde probleem. Jazeker, we noemen er twee.
•    Het is in het belang van student en maatschappij als de overheid de HBO-masteropleidingen gaat bekostigen. Voor de student die gekozen heeft voor de professionele oriëntatie in het hoger onderwijs biedt het de kans om zich verder in de professie te kunnen ontwikkelen. De maatschappij is daar ook bij gebaat. Want juist in een kennissamenleving is er meer behoefte aan mensen die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van beroepen.
•    Hogescholen en universiteiten maken zodanige afspraken dat hbo-studenten zo vroeg mogelijk tijdens hun opleiding worden voorbereid op de universiteit. Dat geldt natuurlijk niet voor alle hbo-studenten, maar vooral voor hen die een mastertitel aan de universiteit willen behalen. Als hbo-studenten al tijdens hun bacheloropleiding worden voorbereid op de overstap moeten ze binnen hun eigen domein, dus natuur en techniek bijvoorbeeld, zonder problemen verder kunnen studeren aan de universiteit. En ontdekt de universiteit dan bij de intake nog wat leemten in de gevolgde hbo-opleiding dan worden die tijdens de masterfase bijgewerkt. Op deze wijze kunnen de schakelprogramma’s vervallen.
 
Op 13 juni spreekt de Tweede Kamer over de nieuwe wet op het hoger onderwijs. Dan gaat het ook om toelating tot de opleidingen. Een goede gelegenheid om de doorstroomproblematiek aan te kaarten. Ook een mooi moment om te kiezen voor het bekostigen van de niveaus bachelor, master en doctorate in het hbo. Daardoor kunnen studenten binnen hun eigen professionele oriëntatie doorstuderen en wordt de beroepskolom volledig ontwikkeld.


Doekle Terpstra, voorzitter HBO-raad
Kim Toering, voorzitter LSVb

POLL

In het OV is mijn chipkaart