Harde knip eist tol
Eén vak niet gehaald en daarom maanden moeten wachten voor je aan je master mag beginnen. De harde cesuur na de bachelor eist zijn tol. Studenten en faculteiten eisen versoepeling.
Stel, je hebt alles voor je bachelor gehaald, op één vak na. Door dit ene vak moet je maanden, en in het ergste geval wel twee jaar wachten tot je eindelijk aan je master kan beginnen. Dit fenomeen heet de bachelordip. Daar komen studenten in terecht die de dupe zijn geworden van de harde cesuur. Deze maatregel houdt in dat een student pas tot de masterfase wordt toegelaten wanneer hij de bachelor volledig afgerond heeft. Omdat een groeiende groep studenten last krijgt van deze regeling, willen de faculteiten Rechten en Letteren snel een onderzoek naar de harde cesuur. Maar hoe vangen studenten deze studieonderbreking op?
Lizzy Diercks, vijfdejaars geschiedenisstudente, kwam in zo’n dip terecht. ‘Ik heb deze zomer tot begin september stage gelopen. Mijn verslag had ik ingeleverd. Ik heb wel mijn stagebegeleider verzocht om het snel na te kijken, want ik wist dat er in oktober een deadline was, maar ik dacht dat er wel over viel te praten.’ Ondertussen was Diercks al aan het masterprogramma begonnen. ‘Ik kon pas eind oktober echt mijn bachelor aanvragen omdat het verslag nagekeken was. Maar volgens de coördinator was dit te laat en niet volgens de regels. Ik heb dus twee maanden voor niks die vakken gevolgd en kwam van de een op de andere dag in een gat terecht. Het was met de verloren maand december gewoon te kort dag om voor die periode nog iets van een stage te regelen. Ik ga nu deze maand met mijn master beginnen’. Om het gat op te vullen werkt Lizzy bij een pizzeria. ‘Ik ben nu natuurlijk qua tijden wat flexibeler. Verder zat ik al in de redactie van een historisch tijdschrift en ik werk ik mee aan de studentenradio. In januari ben ik tien dagen naar Florence geweest.’
Bas Opdam, vierdejaars politicologie vermaakt zich met besturen. Hij zit in de dip omdat hij nog voor dertien punten aan keuzevakken moest halen. ‘Om het gat op te vullen zit ik in het bestuur van de SPIL (studievereniging van politicologie, red.). Verder ga ik misschien nog een taalcursus doen.’
Deze studenten hadden een gat van enkele maanden. Maar er zijn ook gevallen die nog schrijnender zijn. Vierdejaars pedagogiekstudent Suzan Dortland loopt waarschijnlijk een studievertraging van maar liefst twee jaar op. ‘Ik moet voor mijn bachelor nog een vak halen, dit kan alleen in oktober of in januari. Ik heb ervoor gekozen om dat vak afgelopen januari te doen en dan de rest van het jaar in het bestuur van Njord te gaan. Maar nu heb ik het vak weer niet gehaald. Dat zou dus betekenen dat ik bijna twee jaar studievertraging oploop voor één vak. Er ligt nu een brief bij de examencommissie, het hangt nu van hen af.’
Erwin Muller, onderwijsdirecteur bij Rechten, is voorstander van een grondig onderzoek naar de ontstane situatie. ‘Wij vragen een totale evaluatie van de harde cesuur en willen zien of er geen rare dingen gebeuren. We vragen voor eventuele schrijnende gevallen de scherpe kantjes van de regeling af te vijlen.’ Muller gaf aan te vrezen dat Leiden door de harde cesuur studenten verliest. ‘Door deze ongewenste gevolgen bestaat de kans dat zulke studenten een master gaan volgen bij een andere universiteit waar de eisen minder streng zijn.’
‘Harde cesuur is een waardeloos systeem’
Peter Kwint is zo’n student. Hij studeerde politicologie in Leiden, maar is inmiddels bezig met een bachelor filosofie in Amsterdam. ‘Het werd me ontraden om in februari aan de master te beginnen. Eerlijk gezegd had ik het ook wel gehad met Leiden. Ik was al met een studie filosofie in Amsterdam begonnen om het gat op te vullen. Ik denk nu aan een master politieke filosofie. Het heeft uiteindelijk allemaal goed uitgepakt omdat ik de studie filosofie echt enorm leuk vind.’ Hij kwam in de dip terecht omdat hij te laat was met de inschrijving voor een tentamen. ‘Daarom mocht ik ook het hertentamen niet doen. Ik heb wel uitgelegd hoe belangrijk dit was, maar het mocht niet baten. Had ik gewoon aan het hertentamen mee mogen doen dan had ik mijn bachelor binnen drie jaar afgehandeld. Met veel gedoe heb ik het vak uiteindelijk in januari gehaald.’ Ook Suzan Dortland overweegt haar master ergens anders te doen. ‘Ik wil echt niet nog een jaar wachten op een master. Dan maar bij een andere universiteit.’
Prof. dr. Henk Dekker, bestuurslid van de faculteit Sociale Wetenschappen, geeft aan een onderzoek naar de harde cesuur te steunen. Hij hoopt dat er ook aandacht naar de positieve kanten zal uitgaan. Dekker is namelijk tevreden met de harde lijn en niet bang hierdoor studenten kwijt te raken. ‘De master is maar één jaar, wat al belachelijk weinig is, dus maximale inzet is heel belangrijk. Het kan voor sommige studenten soms vervelende consequenties hebben, maar dat is je eigen verantwoordelijkheid. Ze weten van tevoren dat de regels zo zijn. En je kan die maanden ook gebruiken om extra dingen te doen, bijvoorbeeld in het buitenland studeren. Studenten moeten niet altijd in de slachtofferrol kruipen’
Ook de studieadviseurs van verschillende opleidingen geven over het algemeen aan voor de harde cesuur te zijn. Zo ook Louis Sicking, studieadviseur voor de geschiedenismaster. ‘Je kunt niet de toelatingseisen voor masteropleidingen voor interne doorstromers nog verder oprekken en tegelijkertijd een strikte toelatingsprocedure hanteren voor belangstellenden van buiten Leiden. Dit is discriminerend en zou een verdere rem betekenen op de mobiliteit van studenten tussen universiteiten. Terwijl het één van de doelen was van de BaMa-structuur die mobiliteit te vergroten. Het is heel simpel: als men geen barrières had gewild tussen bachelor en master, dan had men de oude doctoraalopleidingen moeten behouden.’
Volgens Arie de Groot, studiecoördinator van de opleiding culturele antropologie, komt het weinig voor dat studenten onverwacht in de dip belanden. ‘Ze zien het vaak al van tevoren aan komen en plannen dan leuke vakken om het gat te vullen. De harde cesuur heeft een goede inhoudelijke reden. De master is een heel intensief jaar. Als je daarnaast nog andere vakken moet halen, word je belemmerd.’ Alleen Anneke Mooi, hoofd bureau onderwijszaken van de faculteit Godgeleerdheid geeft aan dat ze de harde cesuur ‘zeer slecht’ vindt. ‘ Men moet sowieso veel soepeler met regels omspringen. Uiteindelijk dienen regels de mens en niet andersom.’
Wat vinden de gedupeerde studenten zelf van de harde cesuur? Diercks houdt er een dubbel gevoel aan over: ‘Ik snap dat er afspraken moeten zijn. Maar die hebben als doel mensen sneller af te laten studeren. Nu merk je dat net door die regels veel studenten een enorm gat hebben waardoor ze juist later afstuderen. Dit is een contradictio in terminis. In mijn geval ging er niemand op vooruit, ik had al maanden die vakken gevolgd en nu ga ik dus een halfjaar later afstuderen.’Opdam vindt dat het allemaal wel wat soepeler kan. ‘Ik heb het nu druk met het bestuur, maar ik kan me voorstellen dat het voor veel studenten heel vervelend is. Ik vind daarom dat het soepeler moet, zeker als het gaat om keuzevakken.’ Kwint noemt het een ‘waardeloos systeem’.
Ook studenten in de Leidse Studentenraad (LSr) en universiteitsraad verzetten zich al jaren tegen de harde cesuur. Paul Smit, fractievoorzitter in de universiteitsraad voor studentenpartij BeP, ‘Alledrie de studentenpartijen zijn tegen de harde cesuur. Het geeft studenten onbedoeld vertraging. Het is ook zo dat men op andere universiteiten soepeler is. Wij zijn er tegen dat Leiden de enige is. Dit kost ook studenten.’
Studenten en studentenpartijen vinden dus dat het soepeler moet terwijl de studieadviseurs voorstanders zijn van de harde lijn. De faculteiten Rechten en Letteren pleiten voor een grondig onderzoek. ‘Wij willen een totale evaluatie van de harde cesuur. Voor eventuele schrijnende gevallen vragen we de scherpe kantjes van de regeling af te vijlen’, aldus Muller. Het is nu aan het college van bestuur om te bepalen of het onderzoek er ook daadwerkelijk komt. Het is nog niet duidelijk wanneer de beslissing valt.
Christel Calsijn