De onderwijs en examenregeling (OER)
InleidingIedere opleiding (in het Hoger Onderwijs) is wettelijk verplicht om alle informatie over hoe een studie verloopt in een boekje te zetten. Dit boekje heet de Onderwijs en Examen Regeling (OER). Dit boekje is er voornamelijk om je duidelijkheid te verschaffen over de opleiding. Veel belangrijker is nog dat je er je rechten uit kunt halen.
Er is een onderscheid in zaken die in een OER moeten staan en zaken die erin geregeld kunnen zijn. Dit zijn de belangrijkste punten die er volgens de wet in moeten staan:
• De inhoud en doelstelling van de opleiding: Art. 7.13a
• Alle afstudeerrichtingen: Art. 7.13b
• Informatie over richtlijnen en data tentamens: Art. 7.13h
• De studielast voor de opleiding en per vak: Art. 7.13e
• Speciale examenregelingen voor gehandicapten: Art 7.13m
• Een maximum nakijktermijn voor tentamens: Art. 7.13o
• De tijd dat een nakijknorm voor (ook mondelinge!) tentamens beschikbaar is ter inzage: Art. 7.13o
• Ingangseisen voor deelname aan tentamen (niet voor deelname aan colleges, die moeten altijd open zijn): Art. 7.13s
• Alle regels over vrijstellingen voor vakken en manieren waarop je daarvoor in aanmerking komt: Art. 7.13r
Belangrijke dingen die erin opgenomen kunnen worden (en waarvan het gebruikelijk is dat ze in de OER staan):
• Maximum bedrag studiespullen (boeken, schrijfspullen e.d.)
• De hoeveelheid contacturen die er per vak zijn
• De regelingen voor afstudeerbegeleiding
• Mogelijkheden tot onderwijsevaluatie
• Regelingen over studiebegeleiding
Omdat de wet nogal vaag is op dit gebied hebben we hier een bespreking van de OER per wetsartikel geplaatst vind je op de volgende pagina’s.
Artikel 7.13Bespreking van eisen uit artikel 7.13 uit ‘Wet op het Hoger Onderwijs en wetenschappelijk onderwijs.
De hieronder besproken punten bepalen niet inhoudelijk hoe de OER eruit moet zien. Ze geven aan welke regelingen minimaal in de OER moeten worden opgenomen, maar zeggen niet wat die regelingen inhoudelijk moeten bepalen.
a. Inhoud opleiding en examensIn de OER moet staan wat de doelstelling van de opleiding is. Verder moet worden vermeld welke tentamens tot de opleiding horen en of ze mondeling, schriftelijk of op andere wijze worden afgenomen. Tenslotte moet erin opgenomen zijn welke examens er zijn. Dat is natuurlijk in eerste instantie het afsluitende examen voor de opleiding, maar als er andere fasen zijn die met een examen worden afgesloten moeten ook deze worden genoemd in de OER.
b. Afstudeerrichtingen en differentiatiesAls er voor een opleiding verschillende afstudeerrichtingen zijn, moeten deze met de bijbehorende tentamens in de OER zijn opgenomen. Voor (leraren)opleidingen op het terrein van de kunst moet de inhoud van differentiaties binnen die opleidingen worden opgenomen.
c. EindtermenDe doelstelling van de opleiding (zie onderdeel a) geeft aan wat de opleiding wil bereiken met de student. Deze eisen moeten in de eindtermen verder uitgewerkt worden. In de OER moet staan welke kwaliteiten de student aan het eind van zijn opleiding moet hebben verworven op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden. Uit de beschrijving van de verschillende vakken en de examens moet vervolgens blijken hoe een student die kwaliteiten tijdens zijn opleiding gaat verwerven.
d. Inrichting praktische oefeningenIn sommige opleidingen is het volgen van gewone lessen of colleges niet voldoende en worden er ook andere vormen van onderwijs aangeboden. Je kunt hierbij denken aan het maken van scripties, werkstukken, proefontwerpen, het uitvoeren van onderzoekopdrachten, het deelnemen aan veldwerk of excursies, stages en dergelijke. Hoewel voor gewone lessen/colleges aanwezigheid niet verplicht mag worden gesteld voor het mogen maken van een tentamen, vormt het deelnemen zelf bij deze praktische onderwijsvormen een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan er dus een aanwezigheidsplicht gesteld worden. In het geval dat praktische oefeningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat studenten de eindtermen (zie c) kunnen halen, moet de inrichting van deze oefeningen in de OER worden opgenomen.
e. Studielast opleiding en onderdelenDe studielast van een opleiding en van ieder onderdeel daarvan wordt uitgedrukt in studiepunten. Eén studiepunt staat gelijk aan 40 studie-uren. Het is verstandig een standaardnorm vast te stellen waarin wordt bepaald hoe de studiebelasting wordt gemeten; bijvoorbeeld hoeveel bladzijden studieliteratuur gelijk staat aan één studiepunt, hoeveel tijd een student nodig heeft om een college voor te bereiden. De studielast van de hele opleiding is wettelijk bepaald en niet voor iedere opleiding hetzelfde. De studielast van de onderdelen (per vak dus) moet worden uitgedrukt in hele studiepunten.
f. Nadere regels voor verwijzingDe regels voor het (bindend) studie-advies aan het eind van het eerste jaar of later in de studie, opgesteld door het instellingsbestuur, moeten in de OER worden opgenomen.
g. Grotere studielast zonder studiefinancieringHet is mogelijk dat het instellingsbestuur vaststelt dat de studielast groter is, dan de periode waarvoor een student studiefinanciering kan ontvangen. Als dat zo is dan moet dat opgenomen worden in de OER.
h. Aantal, volgtijdelijkheid en data tentamensIn de OER moet zijn opgenomen welke tentamens er zijn en hoe vaak die kunnen worden afgelegd. Soms is er voor dit laatste een centrale regeling die bijvoorbeeld bepaalt dat elk tentamen ieder jaar drie keer kan worden afgelegd. In dat geval moet dit worden overgenomen in de OER. Verder moet de OER vermelden wanneer je die tentamens kunt afleggen.
i. Voltijdse, deeltijdse of duale inrichtingOpleidingen kunnen op verschillende manieren worden ingericht: voltijds, deeltijds of duaal. Duaal houdt in dat er een combinatie van opleiding en werk is. De inrichting moet in de OER worden geregeld.
j. Afleggen van tentamens en examensDe volgorde waarin, de tijdvakken waarbinnen en het aantal malen per studiejaar dat tentamens en examens kunnen worden afgelegd moeten in de OER zijn opgenomen. Voor tentamens volgt dit ook al uit onderdeel h.
k. Geldigheidsduur tentamensVan tentamens kan de geldigheidsduur beperkt worden, maar alleen als dit in de OER is opgenomen. De examencommissie mag wanneer zo’n beperking is opgenomen de geldigheidsduur verlengen. Er kunnen goede redenen zijn om de geldigheidsduur te beperken: de kennis die de student in de opleiding krijgt kan bijvoorbeeld regelmatig veranderen. Wanneer er een dergelijke beperking in de OER is opgenomen, let er dan op dat de termijn niet te kort is.
l
en n. Wijze van tentaminerenOnderdeel l geeft aan dat tentamens mondeling, schriftelijk of op andere wijze kunnen worden afgenomen. Bij ‘andere wijze’ kun je bijvoorbeeld denken aan een praktische oefening. Voor ieder vak moet in de OER worden aangegeven op welke manier het tentamen zal plaatsvinden. In bijzondere gevallen kan de examencommissie een andere manier toestaan dan in de OER beschreven staat. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een student die nog maar één tentamen moet afleggen om te kunnen afstuderen, terwijl dat tentamen pas 6 maanden later plaats zal vinden.
m. Faciliteiten voor gehandicapte studentenIn de OER moet geregeld worden hoe lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte studenten tentamens kunnen afleggen. Gezien het soort handicaps dat genoemd wordt zal het vaak gaan om een manier die anders is dan voor gewone studenten.
o. Nakijktermijn tentamens In de OER moet zijn opgenomen wat de maximale nakijktermijn is voor tentamens. Als er een manier is waarop (bij bijzondere omstandigheden) van die termijn kan worden afgeweken moet die ook in de OER zijn opgenomen.
p en q. Inzien gemaakte tentamens en de gehanteerde normenVolgens onderdeel p moeten studenten de door hun gemaakte tentamens in kunnen zien. Dit is belangrijk om te controleren of er wel op de goede manier is nagekeken en om eventueel beroep tegen het cijfer in te kunnen stellen. Voor ieder schriftelijk tentamen worden normen op papier gezet, die worden gehanteerd bij correctie. Studenten moeten ook kennis kunnen nemen van deze normen en van de vragen en opdrachten van het tentamen. In de OER moet worden bepaald op welke manier en hoe lang studenten dit kunnen. Als dit voor alle vakken binnen de opleiding hetzelfde is kan het een algemene regeling zijn, anders moet het per vak vermeld worden. Docenten moeten ook voor mondelinge tentamens criteria opstellen, zodat willekeurige beoordelingen worden voorkomen. Deze verplichting kun je vastleggen in de OER. Het is raadzaam controle op de naleving en beroep (bij de Examencommissie) vast te leggen in de OER. Je kunt bijvoorbeeld bepalen hoe gecontroleerd wordt dat docenten dit altijd doen en wat de rechten van de student zijn als de docent de criteria niet wil geven.
r. Gronden voor vrijstelling van tentamensDe examencommissie kan vrijstellingen geven als een student in het hoger onderwijs bepaalde tentamens of examens heeft gehaald of buiten het hoger onderwijs bepaalde kennis of vaardigheden heeft opgedaan. De gronden waarop die vrijstellingen verleend worden moeten in de OER worden opgenomen. Als er binnen de opleiding vaste vrijstellingen worden gegeven voor bijvoorbeeld studenten die eerder een bepaalde opleiding hebben gevolgd (wordt ook wel verkort programma genoemd) moet dit dus in de OER worden opgenomen.
s. IngangseisenAndere tentamens In de OER moet worden vastgelegd aan welke ingangseisen een student moet voldoen, wil hij deel kunnen nemen aan een tentamen. In dit onderdeel wordt aangegeven dat als een ingangseis is, dat een bepaald ander tentamen behaald moet zijn voordat de student kan deelnemen aan het tentamen, dit moet worden opgenomen in de OER. Dat wil dus zeggen, dat een student wel aan een vak kan deelnemen (bijvoorbeeld hoorcolleges, werkgroepen of een leeronderzoek), waarvoor aan de ingangseis (nog) niet is voldaan, maar niet aan het daarbij behorende tentamen. Dus: een ingangseis mag nooit gelden voor het volgen van onderwijs. De WHW bepaalt namelijk dat een student die het collegegeld heeft betaald aan het onderwijs mag deelnemen. De wet geeft maar een paar mogelijkheden om die toegang tot het onderwijs te beperken en daaronder wordt niet de mogelijkheid genoemd om studenten van het onderwijs uit te sluiten als ze een bepaald tentamen niet hebben gehaald (artikel 7.34). Ingangseisen mogen alleen gesteld worden als dat nodig is: te denken valt aan een tentamen van een vak dat voortbouwt op de kennis van een ander vak.
t. Ingang: deelname praktische oefening Als er praktische oefeningen in de opleiding zitten (zie onderdeel d) kan worden bepaald dat aan deze oefeningen deelgenomen moet zijn voordat het tentamen afgelegd mag worden. Als dit zo is moet dit in de OER zijn opgenomen. De examencommissie kan hiervan vrijstelling verlenen in bijzondere gevallen, soms met het stellen van vervangende eisen.
u. Studievoortgang en studiebegeleidingIn de OER moet geregeld worden hoe de studievoortgang van studenten wordt bewaakt. Daarnaast moet de OER aangeven hoe de individuele studiebegeleiding wordt vormgegeven.
v. Vrijstelling bij doorstroom beroepsonderwijs – hboWanneer een student eerst een bepaalde beroepsopleiding heeft gevolgd en vervolgens een verwante hbo-opleiding gaat volgen kan het instellingsbestuur een vrijstelling van 42 studiepunten geven. De manier waarop het instellingsbestuur die gevallen beoordeelt moet in de OER geregeld worden.
Andere regelingenRegelingen die in andere Wetsartikelen nog te vinden zijn over OER:
Duale opleidingAls de opleiding duaal wordt aangeboden moeten de volgende punten in de OER worden opgenomen:
• De minimale studielast van het onderwijsdeel
• De minimale periode die gewerkt moet worden
• De minimale studielast van het werkgedeelte.
Eisen bij niet voldoen aan vooropleidingseisenVoor een opleiding kunnen eisen aan de vooropleiding worden gesteld. Zo kunnen profielen of bepaalde vakken verplicht gesteld zijn. Het instellingsbestuur kan bepalen dat als iemand niet aan die eisen voldoet toch wordt ingeschreven voor de opleiding onder voorwaarde dat de student inhoudelijk wel aan de eisen voldoet. Er kan ook vrijstelling worden verleend op basis van bijvoorbeeld een buitenlands diploma. De eisen en de manier waarop vrijstelling kan worden verleend, moeten in de OER worden opgenomen.
Als een persoon van 21 jaar of ouder niet voldoet aan de gestelde eisen, kan het instellingsbestuur beslissen dat die persoon toch voor de opleiding mag worden ingeschreven als uit een speciaal onderzoek (Colloqium Doctum) blijkt dat hij wel het vereiste niveau heeft. Ook de eisen die in zo’n onderzoek worden gesteld moeten in de OER worden opgenomen.
Niet verplichte regelingenDe wet bepaalt alleen welke regels minimaal onderdeel van de OER uitmaken. Als er andere belangrijke regels zijn met betrekking tot de opleiding is het natuurlijk verstandig die ook op te nemen. Daarnaast kan de OC verbeteringen binnen de opleiding bereiken door bepalingen voor de OER voor te stellen. Je kunt hierbij aan de volgende onderwerpen denken.
BoekenprijzenIn de studiefinanciering is een vast bedrag gereserveerd voor studiekosten per jaar. Hierbij wordt uitgegaan van 42 studiepunten per jaar. Dat wil zeggen dat als een student het normale programma van 42 studiepunten in een jaar volgt hij wordt geacht niet meer dan dat bedrag aan boeken en andere studiekosten (papier, pen, ander studiemateriaal, eventueel excursies) uit te geven. In de OER kun je opnemen dat dit bedrag het maximum bedrag aan studiemateriaal per jaar is en per vak kun je ook aangeven wat het maximum bedrag is.
ContacturenIn de OER kan bepaald worden hoeveel contacturen het onderwijsprogramma moet bevatten. Ook de vorm ervan kan aangegeven worden. Als OC kun je daarmee invloed uitoefenen op de hoeveelheid colleges en de grootte ervan.
AfstudeerbegeleidingDe vanzelfsprekendheid van afstudeerbegeleiding staat soms onder druk door de massaliteit van sommige opleidingen en de beperkte budgetten. Is dit voor jullie opleiding een reëel gevaar? Dan kun je ervoor kiezen in de OER een aantal zaken op te nemen, bijvoorbeeld het recht op individuele afstudeerbegeleiding, het aantal uren dat een student minimaal recht heeft op begeleiding (de contacturen en de voorbereidingstijd van de docent), de keuzevrijheid van de student om een bepaalde begeleider te kiezen die bij het scriptie-onderwerp past en de voorwaarden waaraan een externe begeleider moet voldoen wat betreft opleiding en/of ervaring.
StudiebegeleidingJe kunt de studiebegeleiding invullen en minimale eisen opstellen in de OER. Zo kun je bijvoorbeeld bepalen hoe vaak en op welke manier een student contact heeft met de studiebegeleider, hoeveel studenten een studiebegeleider maximaal kan begeleiden, etc.
OnderwijsevaluatieAlle vakken moeten regelmatig beoordeeld worden. Een aantal bepalingen over evalueren vindt je misschien al in het instellingsdeel van het studentenstatuut. Je kunt deze verder uitwerken in de OER door bijvoorbeeld aan te geven hoe de resultaten aan studenten beschikbaar worden gesteld en welke consequenties negatieve beoordelingen hebben.
Als er iets fout is...OK, er is iets fout, wat moet je nu gaan doen. Niet meteen een advocaat inschakelen, dat moet niet nodig zijn.
Als het goed is, is er een Opleidingscommissie die de plicht heeft om de OER elk jaar te controleren en te bekritiseren. Als je dus een probleem hebt stap je naar hen toe. Vervolgens moet het opleidingshoofd op de kritiek reageren. Hij heeft niet de plicht om de voorgestelde wijzingen door te voeren, maar hij moet wel gegronde redenen aanvoeren om dat niet te doen. Als dit fout gaat, zal de Opleidingscommissie naar de Medezeggenschapsraad of Deelraad stappen. Deze raad heeft direct invloed op de OER.
Er moet ook een termijn vastgesteld zijn waarin het desbetreffende opleidingshoofd zal moeten reageren op een voorstel. Deze termijn moet in de statuten van de Opleidingscommissie vastgesteld zijn.
Als er toch nog problemen, vragen, opmerkingen zijn, Lees je OER goed door of:
Bel de LSVb Studentenlijn! 030 - 231 3029
Of mail natuurlijk:
studentenlijn@lsvb.nlMet dank aan de ASVA