Inventarisatie kamernood 2003
Elk jaar onderzoekt de LSVb de kamernood. Ook in 2003 is dat het geval. De meting is gehouden in de laatste week van juni. Een groot deel van de aankomend eerstejaars studenten is dan al op zoek naar een kamer. De cijfers die de LSVb gebruikt zijn afkomstig van de plaatselijke stichtingen voor sociale huisvesting van studenten. Dat betekent dat de cijfers een minimumindicatie geven voor het aantal studenten dat op zoek is naar een kamer. Veel studenten zoeken namelijk buiten deze stichtingen naar een kamer en het werkelijke aantal kamerzoekenden ligt dus nog hoger liggen.
Amsterdam
Op een kamerbestand van 7000 zijn er 6000 studenten die een kamer zoeken. De gemiddelde wachttijd voor een onzelfstandige wooneenheid is minimaal 30 maanden.
Breda
Breda heeft dit jaar nog geen harde cijfers over de kamernood. Wel concluderen de woningcorporaties dat het probleem iets groter is dan vorig jaar. Vorig jaar waren er 606 studenten op zoek naar een kamer met een gemiddelde wachttijd van iets meer dan 13 maanden. Opvallend is dat Bredase scholen denken dat studenten door het kamergebrek worden ontmoedigd om in Breda te komen studeren.
Delft
Op een kamerbestand van 4500 zijn er minimaal 2270 studenten die een kamer zoeken in Delft. De wachttijd voor een onzelfstandige woonruimte ligt gemiddeld tussen de 3 en de 6 maanden.
Den Haag
Op een kamerbestand van 1900 zijn er 1700 kamerzoekenden. De wachttijd is minimaal 6 maanden.
Enschede
In Enschede is een student maximaal 4 maanden op zoek naar een kamer. Er staan 500 studenten als woningzoekende ingeschreven bij het bureau jongerenhuisvesting op een totaal woonbestand van 775 kamers. Leiden Op een kamerbestand van 4215 zijn er ongeveer 2500 studenten op zoek naar een kamer.
Groningen
Op een kamerbestand van 3000 zijn er ongeveer 1500 studenten op zoek naar een kamer. De gemiddelde wachttijd is 6 maanden.
Maastricht
Veel studenten die in Maastricht gaan studeren accepteren een kamer in België. De busverbindingen daarheen zijn echter slecht en bijna iedereen zoekt direct weer verder. Om een kamer in Maastricht zelf te krijgen is een wachtlijst van minimaal 1 jaar.
Nijmegen
In Nijmegen zijn er 1800 kamerzoekenden op een totaal kamerbestand van 4000. De wachttijd is minimaal 12 maanden.
Rotterdam
Het kamerbestand is 6500 en er zijn 4750 mensen op zoek naar een kamer. In dit cijfer is echter ook de kwalitatieve doorstroom meegenomen. Het aantal studenten dat op zoek is naar hun eerste kamer ligt waarschijnlijk rond de 2000. De wachttijd is gemiddeld 11 maanden. Als we de kwalitatieve eisen buiten beschouwing laten, dan is de wachttijd 8 maanden.
Tilburg
Er zijn hier 4077 studenten op zoek naar een kamer . Het aanbod van de SSH bestaat uit 1500 kamers. De gemiddelde wachttijd is 18 maanden.
Utrecht
Utrecht heeft 6000 studenten die een kamer zoeken op een kamerbestand van 7000. De gemiddelde wachttijd voor een onzelfstandige wooneenheid ligt op 20 maanden. Hiermee is de wachttijd iets gedaald ten opzichte van 2002.
Wageningen
Op een kamerbestand van 4400 zijn er 602 Nederlandse studenten op zoek naar huisvesting. Buitenlandse studenten zijn hierbij nog niet meegerekend. Zij hebben een kamergarantie die echter wel de capaciteit verder beperkt. De doorstroom is laag. Wel worden er nieuwe eenheden gebouwd. Sinds januari 2003 zijn er ongeveer 100 eerstejaars aan een kamer geholpen.
Bijzonderheden/Conclusies
• Begin juli 2003 zijn er ongeveer 30.000 studenten op zoek naar een kamer. In juli 2002 waren dit er ook 30.000. Daarmee is het recordaantal van vorig jaar geëvenaard.
• Veel corporaties geven aan dat de buitenlandse studenten dit jaar wel goed opgevangen zullen worden (in tegenstelling tot vorig jaar). Dat is positief nieuws, hoewel de instroom van buitenlandse studenten de totale capaciteit van het kamerbestand direct beperkt.
• In een aantal steden is de wachtlijst opgelopen tot 12 maanden of meer. Dat houdt in dat veel eerstejaars studenten uit 2002 nog geen kamer gevonden hebben. De aankomend studenten van 2003 worden achter hen geplaatst. Zo blijft de wachtlijst groeien en duurt het voor aankomend studenten steeds langer om een kamer te vinden.
• Een aantal steden werkt niet met wachtlijsten. Hier kunnen alle studenten direct beginnen met hospiteren. Dat betekent echter dat het onmogelijk is om aan te geven wanneer zij op een kamer kunnen reageren. Op één enkele vrijkomende kamer kunnen tientallen studenten afkomen. Studenten die al lang op zoek zijn hebben evenveel kans als studenten die net begonnen zijn. Dit leidt ertoe dat niemand inzicht heeft in de omvang van de kamernood en zorgt ervoor dat de meeste kamerzoekenden vele malen moeten hospiteren op overvolle hospiteeravonden.
• Door het opheffen van wachtlijsten kunnen corporaties geen duidelijkheid meer geven over het aantal studenten dat een kamer zoekt. Het aantal inschrijvingen is ook niet duidelijk.
• De verwachting is dat studenten de komende jaren mobieler gaan worden door het bachelor-masterstelsel. De LSVb is hier groot voorstander van, maar verwacht dat deze mobiliteit ernstig belemmerd wordt door de onmogelijkheid om op korte termijn een nieuwe studentenkamer te vinden in een andere stad.
• Corporaties stellen dat het ook langer duurt voordat studenten kunnen doorverhuizen naar een zelfstandige woonruimte. In Utrecht duurt deze periode gemiddeld 8 jaar, in steden waar de situatie minder nijpend is, zoals Groningen, nog altijd 3 jaar. Studenten schrijven zich vaak pas in op het moment dat ze daadwerkelijk bereid zijn om naar een dergelijke starterswoning te verhuizen. Dat betekent dat zij vanaf dat moment nog 3 jaar moeten wachten. De doorstroom in studentenkamers wordt hierdoor ernstig belemmerd.