Inventarisatie kamernood 2001
De LSVb heeft ook in 2001 geïnventariseerd hoe hoog de woningnood was voor studenten in verschillende steden. Hieronder vind je de cijfers.
Amsterdam (ASW, SHPA, ASVA Studentenunie):
7400 wachtenden op een bestand van ruim 5700 kamers. Minimale wachttijd van 2 jaar, wachttijd voor woningen in het centrum en omgeving langer dan 4 jaar. Inschrijvingen stijgen, doorstroom daalt.
Utrecht (SSH):
7300 wachtenden op een bestand van 5800 kamers. Wachttijden minimaal 18, maximaal 34 maanden. De wachttijden worden steeds langer t.o.v. voorgaande jaren. Oorzaken zijn vooral stijging van de inschrijvingen en een afname van particulier kameraanbod.
Eindhoven:
1200 wachtenden op een bestand van zo’n 1300 woningen. Wachttijd is opgelopen tot 18 maanden, door groei in eerstejaars en weinig doorstroom naar nieuwe woningen.
Tilburg (Wonen Midden-Brabant, JIP):
3150 wachtenden (was in 1999 nog 1750!) op een dikke 1500 kamers. Wachttijd tussen 8 en 18 maanden, afhankelijk van moment van inschrijven. Dit jaar voor het eerst nijpende kamernood, door veel nieuwe studenten.
Nijmegen (SSH):
1600 wachtenden op een totaalbestand van 4200 woningen. Wachttijd maximaal 1 jaar, maar voor het centrum tot 4 jaar. Meer problemen dan vorig jaar, door toename buitenlandse studenten en stagnatie bij de woningbouwverenigingen in KAN-gebied.
Den Haag (Duwo):
660 wachtenden voor de zomer. Wachttijd van 7 tot 12 maanden, stijgt door grote toestroom nieuwe en buitenlandse studenten. In 2003 worden er 300 nieuwe woningen opgeleverd.
Enschede (SSH):
630 wachtenden op een totaalbestand van 2200 woningen. Eind februari moet elke student een kamer hebben. Normaal is de wachtlijst eind september weggewerkt, maar er zijn de laatste 2 jaar weinig uitschrijvingen vanaf de campus.
Delft (DUWO-Kamerwinkel TUD, mede-initiatief van VSSD):
3000 wachtenden. Eind december hebben alle wachtenden een kamer, nu staan er studenten op de camping. De VSSD-kamerwinkel voert een actie om particulieren ertoe te brengen kamers voor korte termijn aan te bieden, om zo de druk op de kamermarkt tussen augustus en december op te vangen.
Groningen (SSH):
750 wachtenden op 3300 woningen. Eind december moet elke student een kamer hebben. De aanmeldingen blijven gelijk, maar de kamermarkt wordt krapper, door sloop van studentenwoningen en andere huurwoningen. Ook vindt grote stagnatie plaats in de doorstroom.
Leiden (SSH):
600 wachtenden. Druk neemt iets toe, meer studenten, minder kamers. Meeste studenten hebben binnen 4 tot 12 maanden een kamer.
Rotterdam (Stadswonen):
3000 wachtenden op 6000 kamers. Wachttijd opgelopen van 3 tot 9 maanden, door algemene woningnood.
Wageningen (SSH, kamerbalie):
472 wachtenden op een bestand van 4400 woningen. Iedereen heeft binnen een half jaar een kamer. Meer inschrijvingen dan voorgaande jaren, door toenemende aantallen buitenlandse studenten en regionale functie (Ede). Het aantal particuliere kamers is gedaald.
Maastricht (Kamerburo):
Geen wachtenden op een kamerbestand van 8852 kamers, onder meer door een goedkoop en uitgebreid kameraanbod in België. In Maastricht dus geen kwantitatieve, maar beperkte kwalitatieve kamernood.
Afkortingen:
SSH = Stichting Studenten Huisvesting
JIP = Jongeren Informatie Punt
SHPA = Studenten Huisvestingsplatform Amsterdam
VSSD = Vereniging voor Studie- en Studentenbelangen te Delft
DUWO = Woningbouwvereniging in Delft en Den Haag
augustus 2001, Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)