LSVb standpunt leerrechten

Leerrechten zijn in eerste instantie een studierantsoen. De tijd dat een student voor het normale collegegeld kan studeren wordt beperkt tot zijn cursusduur plus anderhalf jaar.
Na deze periode moeten studenten flink meer gaan betalen voor hun ontplooiing.
Maar leerrechten zijn ook meer. Leerrechten beogen de kwaliteit en de flexibiliteit van het onderwijs te verbeteren. In het stelsel dat nu voorgesteld wordt is de LSVb echter cynisch over deze beoogde uitwerkingen. Voordat leerrechten echt iets voor studenten kunnen betekenen, moet er echter nog een hoop veranderd worden.

Periode
In het voorstel van de staatssecretaris worden leerrechten per jaar uitgekeerd aan de instelling. Een student neemt dan ook per jaar zijn leerrechten op. In de filosofie van leerrechten klinkt dat vreemd. Indien een student pas na een jaar van studie kan wisselen, verliest hij kostbare studietijd en gaan er vanuit de overheid kostbare investeringen verloren.
De keuzevrijheid van de student zal hier niet mee stijgen, deze zal eerder dalen. Wil een student op elk moment de mogelijkheid krijgen om een andere studie te kiezen, dan zullen leerrechten niet per jaar, maar per week of maximaal per maand uitgekeerd moeten worden. Zo kan een student binnen een redelijke termijn bepalen of een studie bij hem past en zal zijn keuze daarin gefaciliteerd moeten worden. Overigens wordt er ook in de huidige systematiek van studiefinanciering uitgegaan van deze eenheid.

Uitlooptijd
Binnen de huidige plannen moeten studenten na anderhalf jaar uitlooptijd meer gaan betalen. Filosofie hierachter is dat langzame studenten hierdoor sneller zullen gaan studeren. Daarnaast redeneert Rutte dat studenten die extra ontplooiing zoeken hier maar extra voor moeten betalen. Hierdoor worden juist ook ambitieuze studenten, die we in een kennismaatschappij hard nodig hebben, gestraft. Het gaat hierbij voornamelijk om  studenten die een verkeerde keuze hebben gemaakt, maatschappelijk actieve studenten, studenten die een extra master willen volgen en studenten die een programma in het buitenland willen volgen.
Gaan we heel veel uitzonderingen in het model creëren, dan moet iemand bepalen wat maatschappelijk relevante activiteiten zijn en wat niet. Dit is onmogelijk te meten op centraal of decentraal niveau. Om een enorm bureaucratisch systeem te voorkomen pleit de LSVb voor een integraal model van cursusduur plus 3 jaar. Dit model sluit aan bij het prestatieregime van de studiefinanciering en kost de overheid niets meer dan het voorgestelde model*.

Differentiatie binnen het model
Leerrechten per maand leveren de student al een grote mate van flexibiliteit op. Toch is volgens de LSVb voor een aantal studenten maatwerk nodig. Het gaat hierbij voornamelijk om studenten die al nadeel hebben van het huidige stelsel. Voor de volgende groepen pleit de LSVb voor een verruiming van het model:
-    Studenten in schakelprogramma’s tussen HBO en WO
-    Studenten die in medezeggenschap zitten
-    Studenten die bestuurlijk actief zijn
-    Deeltijdstudenten en duale studenten
Met name de studenten in schakelprogramma’s krijgen in de leerrrechtendiscussie nog onvoldoende aandacht. Op dit moment is er nog geen wettelijk kader voor deze programma’s, waardoor studenten geconfronteerd worden met hoge kosten en onduidelijke selectiecriteria. Deze situatie is vreemd, aangezien een schakelprogramma kostenefficiënt is en studenten maximale ontplooiing gunt.
Ook wordt er nog onvoldoende rekening gehouden met deeltijdstudenten en duale studenten. Deze studenten kenmerken zich door een langere studieperiode, waarnaast zij werken of andere activiteiten ontplooien (bijvoorbeeld de opvoeding van hun kinderen). Deze groep, de ‘LevenLangLeren-groep’, waarin veel tweede kans onderwijs te vinden is, staat juist centraal in de discussie rondom de kenniseconomie.

Omstandigheden
Tot slot zijn er nog studenten die buiten hun schuld langer over hun studie doen. Ook binnen het huidige studiefinancieringsstelsel hebben deze studenten recht op een uitzondering. Het gaat hier om mensen die uitlopen door een functiebeperking, zwangerschap, langdurige ziekte of het verliezen van een naaste. Ook vallen in deze groep studenten die een onstudeerbaar programma volgen. Deze laatste groep studenten verdient niet alleen aandacht voor extra leerrechten, maar ook voor de bewijslast die geleverd moet worden. Hoewel er voor deze groepen nu al uitzonderingen bestaan, wordt er door de enorme bureaucratie maar zelden gebruikt van gemaakt.

Maximering en staffeling collegegeld
In het belang van de toegankelijkheid is het relevant om na te denken over de maximering van het collegegeld. Ervaringen uit het buitenland leren ons namelijk dat indien dit niet gebeurt, instellingen voor hoger onderwijs de neiging hebben om qua collegegeld sterk omhoog te schieten. Ook in Nederland hebben vele collegevoorzitters al gepleit voor een verhoging van het huidige collegegeld. Om de prijzen voor studenten die slechts hun studie af hoeven maken niet de pan uit te laten rijzen pleit de LSVb voor de verplichting om het collegegeld slechts op de gemaakte kosten te baseren (de zogenaamde staffeling). Toch blijft een bepaalde maximering nodig. Ook in een ander financieringsstelsel mogen studenten niet op basis van financiële argumenten gedwongen worden uit te stromen.
Daarnaast heeft een maximering van het collegegeld tot € 4.500 enorme gevolgen voor de studentenpopulatie. Achttien procent van de studenten geeft aan voortijdig met hun studie te stoppen als het bedrag voor hun uitlooptijd zo hoog wordt**.  De LSVb pleit daarom voor een maximering van € 2.500.


*) Het gaat hier slechts om de vaststelling van het maximale collegegeld. De bekostiging zou moeten lopen via het voorgestelde maand-model. De staatssecretaris heeft daarnaast nooit kunnen aantonen dat studenten die langer over hun studie doen ook daadwerkelijk meer kosten. Het argument van verwatering van middelen gaat hierdoor niet op.
**) Dit cijfer is gebaseerd op een onderzoek van Newcom Reseach & Consultancy uit december 2004. In het onderzoek wordt aangegeven dat 18 % van de studentenpopulatie in het nieuwe stelsel geen master zal volgen, terwijl ze dat in het huidige stelsel wel van plan zijn.

POLL

In deze koude maanden droom ik over...