Geldstromen, hoe zat dat ook alweer?
De eerste geldstroom is al het geld dat rechtstreeks van de overheid komt.
De tweede geldstroom bevat geld uit de fondsen van NWO en KNAW. De overheid geeft geld aan NWO en KNAW, en die geven het weer aan universiteiten.
De derde geldstroom bestaat uit al het andere geld dat via (overheids)fondsen binnenkomt, en geld van non-profitorganisaties, geld uit het buitenland, geld van bedrijven etc. Alles dat niet direct vanuit de overheid of NWO/KNAW komt, is dus derde geldstroom. De verhouding tussen opdrachtgever en onderzoeker is hier het meest direct.
Geld uit de 2e en 3e geldstroom moet vaak worden gematcht. Dat betekent dat de universiteit zo’n 15% van het geld dat bijv. van NWO komt, zelf moet bijlappen. Dat wordt nu afgeschaft.
Plasterk hevelt nu 100 miljoen over van de eerste geldstroom naar NWO (de tweede dus). Dat betekent dat universiteiten minder geld krijgen , maar wel meer subsidies bij NWO kunnen binnenslepen. Dat kan er op uitkomen dat sommige universiteiten alles bij elkaar meer geld krijgen dan nu het geval is en andere minder. Dat is afhankelijk van de hoeveelheid geld dat ze binnen weten te slepen. Universiteiten met beter onderzoek kunnen dus meer geld