Category Archives: rapport

Beleidsstuk Onderwijs en Geld opinieartikel publicatie rapport

Sociaal leenstelsel privatiseert onderwijs

Onder het motto ‘studeren is investeren’ probeert het kabinet het gedeeltelijke privatiseren van het onderwijs te verkopen als sociaal beleid. Bovendien is het, door een forse daling van het aantal studenten, een doemscenario voor de kenniseconomie.

Door de basisbeurs en de ov-jaarkaart af te schaffen zal de overheid zelf minder investeren in toegankelijkheid van het onderwijs. Vanaf 2017 komt er dan langzaam geld vrij voor de kwaliteit van het onderwijs. Kortom de student van vandaag en de afgestuurde van morgen moeten de rekening betalen voor jarenlange onderbestedingen in het onderwijs.

Wat zijn de effecten op het inkomen van deze groep? Het is redelijk om aan te nemen dat de meeste studenten hun inkomensval van 20 tot 40% zullen compenseren met een lening. Volgens onze berekeningen gaat de gemiddelde afgestudeerde er straks tussen de € 70 en € 97 per maand op achteruit. Dit betekent een kostenpost van € 12.700 tot € 17.500 voor starters met een diploma.

Dat is evenveel als een nieuwe auto of een behoorlijk deel van een starterswoning. Dit zijn slechts de extra bedragen: een uitwonende student die zijn hele studie leent, is straks ongeveer € 340 per maand kwijt aan het afbetalen van zijn studielening. Tel daar de kosten van kinderen, de auto, de hypotheek en natuurlijk de zorgverzekering nog maar bij op.

Het CPB heeft berekend dat slechts een heel klein deel van de studenten zal uitvallen. Maar hoeveel duidelijkheid bieden deze cijfers? Het CPB berekent alleen de effecten van de afschaffing van de thuiswonende beurs. Zij gaat er ten onrechte vanuit dat alle studenten thuis blijven wonen om kosten te sparen. Bovendien heeft zij de rentekosten en de kosten van de ov-jaarkaart niet meegerekend. In een berekening met dezelfde aannames als het CPB voorspellen wij een doemscenario voor de kenniseconomie: de studentenpopulatie kan met 7 % tot maximaal 10 % afnemen.

Het kabinet geeft het tegenargument: iemand met een diploma op zak verdient 1,5 tot 2 keer zoveel als iemand zonder diploma. Maar het gaat hier om gemiddelden: een verpleegkundige wordt harder geraakt dan een manager. Bovendien weten we nog niet of de ‘diplomabonus’ zo groot blijft als straks 50% van de arbeidsmarkt hoog opgeleid is. Toch gaat iedere student er op een gelijke manier op achteruit. Is het voorstel wel zo goed doorgerekend? En willen we deze beroepen echt ontmoedigen voor de komende generaties?

Bovendien is het afschaffen van de basisbeurs vooral pijnlijk voor de student aan de onderkant van de onderwijspiramide. Het voorstel geldt voor de hele linie, zonder rekening te houden met achtergrond.

De afgelopen jaren zijn juist wat kansen geboden voor jongeren die zich vanuit het mbo kunnen optrekken. Zo is er bijvoorbeeld de ‘associate degree’ gecreëerd waarin studenten een echt hbo-diploma kunnen halen. Het kabinet moet deze kwetsbare groepen compenseren.

Het voorstel van het kabinet heeft weinig met sociale idealen te maken. Het gaat VVD en PvdA vooral om een gedeeltelijke privatisering van het hoger onderwijs. Het voorstel hevelt € 1,2 mrd over van burgers naar het  hoger onderwijs. Het Kamerdebat woensdag zou dus ook moeten gaan over de wenselijkheid van weer een nieuwe privatiseringsronde in de publieke sector.

Download notitie over de invoering van het sociale leenstelsel en de afschaffing van de basisbeurs en de Ovjaarkaart

Geen studiefinanciering, geen…. Onderwijs en Geld onderzoek Persberichten rapport samenwerking

Meerderheid Nederland noemt invoering leenstelsel onacceptabel

Afschaffen basisbeurs beïnvloedt studiekeuze en gaat ten koste van studietijd

 Een meerderheid van alle studenten, scholieren en ouders is fel tegenstander van het voornemen van het kabinet om de basisbeurs af te schaffen. Dit blijkt uit een eerste tussenstand van de enquête studerenmoetkunnen.nl van FNV Jong en de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Met een leenstelsel zullen minder scholieren gaan studeren en wie nog wel gaat studeren, zal onder financiële druk minder tijd aan de studie besteden.

Huidige studenten

Iets meer dan de helft van de huidige hbo- en wo-studenten geeft aan met basisbeurs al niet rond te komen. Ruim tweederde van de studenten en 72% van de scholieren en mbo’ers geeft aan zonder basisbeurs zeker of waarschijnlijk meer te gaan werken. Liefst 93% van deze groep geeft aan dat deze tijd waarschijnlijk of zelfs zeker ten koste van hun studie gaat.

Toekomstige studenten (scholieren en MBO- studenten)

Tweederde van scholieren en Mbo-studenten geeft aan zeker wel naar het hoger onderwijs te willen. Maar als de studiefinanciering wordt omgezet in een studielening zou 50% hier waarschijnlijk tot zeker van af zien. De dreiging van een hoge studieschuld belet hen om door te studeren.

Ouders van scholieren en MBO-studenten

Ruim een kwart van de ouders (28%) denkt dat zijn/haar kind waarschijnlijk van een studie  zal afzien als de studiefinanciering wordt omgezet in een lening. Negen op de tien maakt zich grote zorgen over de toekomstige studieschuld van hun kind. Tweederde van de ouders denkt dat de angst van hun kind voor een lening en studieschuld van groot belang is in de keuze of zij wel of geen hoger onderwijs gaan volgen. 74% vindt het afschaffen van de studiefinanciering zeer onacceptabel.

Dennis Wiersma (FNV Jong) ziet de studieschulden flink uit de hand lopen: “Grote groepen jongeren geven aan dat ze meer moeten gaan werken naast hun studie om de studieschuld een beetje in de hand te kunnen houden, maar ondertussen geeft 1 op de 5 jongeren die een bijbaan zoekt nu al aan dat ze die niet kunnen vinden. Dan lopen de studieschulden al snel harder op dan ingecalculeerd.”

Kai Heijneman (LSVb): “Niet de bijbaan maar studie moet de hoofdzaak  zijn. Met een leenstelsel dreigt het omgekeerde te gebeuren. Daar moeten we echt voor oppassen. Zeker nu uit meerdere onderzoeken blijkt dat een te grote bijbaan de kans op afstuderen verkleint.”

De enquête www.studerenmoetkunnen.nl is al door meer dan 5.000 ouders, scholieren en studenten ingevuld.

 

huisvesting onderzoek Persberichten publicatie rapport

Tekort en prijs kamers stijgt

De kamernood is opnieuw gestegen. Het huidige tekort bedraagt 30.000 studentenwoningen, tegenover een kleine 29.000 vorig jaar. Opvallend is dat in veel steden ook de huurprijs voor studentenkamers bij woningcorporaties flink stijgt. Dit zijn de opvallendste conclusies uit de Kamernoodinventarisatie 2012 van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb).

De LSVb is blij dat de ergste tekorten in de steden buiten de randstad, zoals in Maastricht, Wageningen en Nijmegen, zo goed als weggewerkt zijn. “Helaas blijft het tekort in Amsterdam (9000) en Utrecht (6700-9000) onacceptabel hoog”, zegt LSVb-voorzitter Kai Heijneman. “Deze twee steden zijn samen verantwoordelijk voor bijna tweederde van de totale kamernood in Nederland.” Ook in Leiden (3650), Delft (3600) en Den Haag (3000) blijft er een groot tekort aan woonruimte voor studenten.

De huurprijs van een studentenkamer stijgt in een jaar tijd explosief bij enkele woningcorporaties. De prijs van kamers met gedeelde keuken en/of badkamer stijgt met 18 % in Groningen, in Den Haag met 12% en in Maastricht met 11%. “Ook voor studentenwoningen met een eigen voordeur  moet de student meer betalen”, aldus LSVb-voorzitter Kai Heijneman. De huurstijging van deze zelfstandige woonruimte stijgt het hardst in Groningen  (20%), Enschede (12%) en Amsterdam (8%).

Gemiddeld moet een student negen maanden wachten voordat hij of zij een onzelfstandige kamer vindt, drie maanden minder dan vorig jaar. Op een zelfstandige kamer moet je langer wachten: gemiddeld meer dan drie jaar. Heijneman: “Je ziet grote regionale verschillen, in Zwolle heb je zo een kamer, maar in Utrecht wacht je anderhalf jaar op een onzelfstandige kamer en maar liefst acht jaar op zelfstandige woonruimte”.

De Landelijke Studentenvakbond roept gemeenten en woningcorporaties op om nog net dat stapje extra te zetten. In het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting is met deze partijen afgesproken dat in 2015 ruim de helft van het tekort (16.000 kamers) moet zijn weggewerkt. Heijneman: “Uit deze inventarisatie onder gemeenten en corporaties blijkt dat er nog wat zeilen bijgezet moeten worden om een einde te maken aan de Kamernood.”

 

De Kamernood inventarisatie is tot stand gekomen met behulp van gemeenten en woningcorporaties.

Grafische weergave:
Tekort Studentenwoningen

Het volledige rapport van de Kamernoodinventarisatie 2012 vind je hier:
Kamernoodinventarisatie 2012

 

Beleidsstuk Onderwijskwaliteit onderzoek publicatie rapport

Verleiden of voorlichten? Onderzoek naar voorlichtingsbrochures van universiteiten

 

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) heeft onderzoek gedaan naar voorlichtingsbrochures van universiteiten. Dat onderzoek verschijnt vandaag en is hier te lezen. 

Een goede studiekeuze is van groot belang voor de toekomstige student. Het is daarbij een keuze die bepalend is voor de toekomst van een student. Daarnaast zorgt het groeiende pakket aan maatregelen in het hoger onderwijs met onder andere het bindend studieadvies en langstudeerboete  voor extra druk om de juiste keuze te maken. Om deze redenen is het belangrijk dat studiekiezers beschikking hebben over objectieve en vergelijkbare voorlichtingsmaterialen. Studenten moeten niet verleid worden maar voorgelicht.

Uit het onderzoek komt naar voren dat veel informatie die voor studiekiezers van belang is bij het maken van hun keuze ontbreekt. Dat maakt het voor studiekiezers lastig een weloverwogen keuze te maken. Daarnaast blijkt dat er in veel brochures nog steeds misleidende informatie staat waardoor de student een onrealistisch beeld van een opleiding kan krijgen.

Ten slotte toont dit onderzoek aan dat er een groot verschil is tussen het voorlichtingsmateriaal van de verschillende universiteiten en de verschillende opleidingen.

Extern Onderwijskwaliteit publicatie rapport

studiekeuze belangrijk, maar niet allesbepalend

Op dit moment is studiekeuze en –begeleiding een ‘hot item’. Het wordt steeds duurder om te switchen van studie waardoor het maken van een weldoordachte keuze nog belangrijker is geworden.

Het blijkt echter dat 1 op de 3 hoger opgeleiden niet binnen het eigen vakgebied werkzaam is. Dit bevestigt de opvatting dat dé juiste studiekeuze niet bestaat. Interesses veranderen of men kan toe zijn aan iets anders. Werkgevers kijken blijkbaar breder dan naar de initiële opleiding van (potentiële) werknemers. Een geruststelling voor de studiekiezers: een studiekeuze is belangrijk, maar niet allesbepalend.