Category Archives: Onderwijs en Geld

Onderwijs en Geld Persberichten

ISO en LSVb blij met doorzetten regeling tweede studies

Ook volgend jaar betalen studenten die een tweede studie zijn gestart tijdens hun eerste studie, deze tegen het reguliere collegegeld. “We zijn hier erg blij mee,” zeggen de studentenorganisaties. “De Nederlandse economie is gebaat bij een zo goed mogelijk opgeleide samenleving. Zeker in tijden van crisis moet de overheid een tweede studie aanmoedigen.”

In 2010 werd afgesproken dat excellente studenten die een tweede studie naast een eerste volgen niet ontmoedigd mochten worden. Deze studenten konden, als zij een tweede studie startten voordat een eerste studie is afgerond, deze tweede studie tegen het normale collegegeldtarief afmaken. Deze afspraak zou aankomend jaar vervallen, maar studentenorganisaties, onderwijskoepels en het ministerie vinden dit niet wenselijk. Dit betekent dat de afspraak wordt doorgezet en vanaf 2014-2015 wordt verankerd in de wet. In de nieuwe afspraak wordt deze mogelijkheid uitgebreid met universitaire bachelors. “Het was vreemd dat een relatief grote groep die een tweede bachelor volgde naast een eerste, officieel niet van deze regeling gebruik mochten maken”, aldus de studentenorganisaties.

De studentenorganisaties zullen ervoor blijven pleiten dat ook het starten van een tweede studie na afronding van de eerste studie betaalbaar moet worden. Daarnaast is het van groot belang dat ook de mogelijkheid om een schakelprogramma te volgen betaalbaar blijft. Vooral studenten die na een studie op een hogeschool naar de universiteit willen, lopen nu het risico duizenden euro’s te moeten betalen voor een studietraject van één jaar.

Geen studiefinanciering, geen…. Onderwijs en Geld van de redactie

Geen studiefinanciering, geen medezeggenschap

De nieuwe regering van PvdA en VVD wil de basisbeurs voor nieuwe studenten afschaffen vanaf 2014. Studenten verliezen bovendien ook hun OV-kaart vanaf 2016. De LSVb onderzoekt welke gevolgen dit zal hebben. Deze week: wat betekent het afschaffen van de basisbeurs voor de medezeggenschap?

Door het stelsel van lenen en schulden opbouwen om de studie te kunnen bekostigen zal meer druk komen te staan achter het studeren. Omdat studenten logischerwijs zo min mogelijk willen lenen, zo min mogelijk schulden willen maken en zo snel mogelijk van dit schuldenstelsel af willen zijn, zullen zij minder snel geneigd zijn om buiten-curriculaire activiteiten te ondernemen. De student wilt immers geen studievertraging oplopen. Hierdoor is er minder deelname aan activiteiten als bijvoorbeeld de medezeggenschap binnen een instelling en dat betekent op zijn beurt weer een gat in de kwaliteitshandhaving van het onderwijs en van een instelling zelf.

De medezeggenschap is de structuur van studenten en medewerkers die als gesprekspartner en controlerend orgaan dienen van de bijbehorende bestuurlijke laag. Zij hebben bepaalde rechten waardoor zij een stem hebben bij het nemen van beslissingen aangaande beleid, de vormgeving hiervan en de uitvoering. Zij dienen volgens de wet  actief betrokken te worden door het bestuur bij zaken en zij zijn de vertegenwoordiging van de studenten en het personeel naar het bestuur toe. Zij hebben dus een belangrijke taak, want de medezeggenschap heeft het bestuur als gesprekspartner aangaande het gehele reilen en zeilen binnen een instelling of faculteit/domein.

Als er per jaar 13.000 studenten minder instromen op het HBO[1], betekent dat er 13.000 studenten minder zullen zijn die buiten curriculaire activiteiten kunnen gaan ondernemen. Hierdoor valt er een grote terugloop te verwachten op het gebied van animo voor de medezeggenschap. Na enkele jaren zijn er in verschillende jaargroepen minder studenten en zo dus minder potentiële kandidaten voor de medezeggenschap. Een verontrustende zaak, want minder animo betekent minder controle op afstudeertrajecten, iets wat de medezeggenschap wel degelijk op kan merken, zoals eerder is gebleken.

De afgelopen jaren is er landelijk gezien al een daling wat betreft animo voor de medezeggenschap. Er stellen minder studenten zich kandidaat voor de medezeggenschap, er is minder animo voor of zelf minder sprake van de verkiezingen voor de zetelverdeling binnen een raad, de raden zijn minder bezet en de medezeggenschap leeft, over het algemeen, minder dan jaren geleden.

Waar het over het onderwijs zelf gaat, dient de medezeggenschap (al dan niet) in te stemmen met de Onderwijs- en Examen Regeling (OER) alvorens deze in het daaropvolgende collegejaar ingevoerd kan worden. In de OER staan bijvoorbeeld het programma van het onderwijs, de bijbehorende studiepunten en de inhoud van de toetsing en examinering. Het is dus van belang dat er aandacht besteed wordt aan deze functie van kwaliteitscontrole.

Een ander punt is de begroting van de instelling. De medezeggenschap heeft daar, op het moment van schrijven, adviesrecht op. Dat betekent dat er advies gegeven mag worden over de uitvoering van de aangeboden begroting het aankomende kalenderjaar. Als de medezeggenschap positief adviseert kan de begroting op de gepresenteerde wijze ten uitvoer gebracht worden. Als er echter negatief geadviseerd wordt door de medezeggenschap wordt dit al lastiger – maar niet onmogelijk. Waar het bestuur niet zomaar het niet-instemmen van de medezeggenschap aan de kant kan schuiven, werkt dit anders bij adviesrecht: Het advies van demedezeggenschap kan door het bestuur terzijde worden gelegd, mits met redenen omkleed[2]. En dit kan natuurlijk op diverse wijzen gedaan worden.

Het is van belang dat er met kwaliteit gekeken wordt naar de begroting en de intenties erachter, dat er met kwaliteit gekeken wordt naar de OER en de gedachten erachter en dat er vanuit de medezeggenschap met kwaliteit gekeken wordt naar de instelling en naar het bestuur. De functie van controle en gespreksartner is wettelijk vastgesteld en noodzakelijk voor transparantie en kwaliteit. Het heet medezeggenschap, niet weinig-tot-niks-te-zeggenschap.

 

Door:  Lars van Rooijen (SOM-bestuurder, oud-studentenraad Hogeschool Leiden, student PABO)


[1] Onderzoek van de HBO-raad over minder studenten door leenstelsel
[2] http://wetten.overheid.nl/BWBR0005682/geldigheidsdatum_09-12-2012

Beleidsstuk Onderwijs en Geld opinieartikel publicatie rapport

Sociaal leenstelsel privatiseert onderwijs

Onder het motto ‘studeren is investeren’ probeert het kabinet het gedeeltelijke privatiseren van het onderwijs te verkopen als sociaal beleid. Bovendien is het, door een forse daling van het aantal studenten, een doemscenario voor de kenniseconomie.

Door de basisbeurs en de ov-jaarkaart af te schaffen zal de overheid zelf minder investeren in toegankelijkheid van het onderwijs. Vanaf 2017 komt er dan langzaam geld vrij voor de kwaliteit van het onderwijs. Kortom de student van vandaag en de afgestuurde van morgen moeten de rekening betalen voor jarenlange onderbestedingen in het onderwijs.

Wat zijn de effecten op het inkomen van deze groep? Het is redelijk om aan te nemen dat de meeste studenten hun inkomensval van 20 tot 40% zullen compenseren met een lening. Volgens onze berekeningen gaat de gemiddelde afgestudeerde er straks tussen de € 70 en € 97 per maand op achteruit. Dit betekent een kostenpost van € 12.700 tot € 17.500 voor starters met een diploma.

Dat is evenveel als een nieuwe auto of een behoorlijk deel van een starterswoning. Dit zijn slechts de extra bedragen: een uitwonende student die zijn hele studie leent, is straks ongeveer € 340 per maand kwijt aan het afbetalen van zijn studielening. Tel daar de kosten van kinderen, de auto, de hypotheek en natuurlijk de zorgverzekering nog maar bij op.

Het CPB heeft berekend dat slechts een heel klein deel van de studenten zal uitvallen. Maar hoeveel duidelijkheid bieden deze cijfers? Het CPB berekent alleen de effecten van de afschaffing van de thuiswonende beurs. Zij gaat er ten onrechte vanuit dat alle studenten thuis blijven wonen om kosten te sparen. Bovendien heeft zij de rentekosten en de kosten van de ov-jaarkaart niet meegerekend. In een berekening met dezelfde aannames als het CPB voorspellen wij een doemscenario voor de kenniseconomie: de studentenpopulatie kan met 7 % tot maximaal 10 % afnemen.

Het kabinet geeft het tegenargument: iemand met een diploma op zak verdient 1,5 tot 2 keer zoveel als iemand zonder diploma. Maar het gaat hier om gemiddelden: een verpleegkundige wordt harder geraakt dan een manager. Bovendien weten we nog niet of de ‘diplomabonus’ zo groot blijft als straks 50% van de arbeidsmarkt hoog opgeleid is. Toch gaat iedere student er op een gelijke manier op achteruit. Is het voorstel wel zo goed doorgerekend? En willen we deze beroepen echt ontmoedigen voor de komende generaties?

Bovendien is het afschaffen van de basisbeurs vooral pijnlijk voor de student aan de onderkant van de onderwijspiramide. Het voorstel geldt voor de hele linie, zonder rekening te houden met achtergrond.

De afgelopen jaren zijn juist wat kansen geboden voor jongeren die zich vanuit het mbo kunnen optrekken. Zo is er bijvoorbeeld de ‘associate degree’ gecreëerd waarin studenten een echt hbo-diploma kunnen halen. Het kabinet moet deze kwetsbare groepen compenseren.

Het voorstel van het kabinet heeft weinig met sociale idealen te maken. Het gaat VVD en PvdA vooral om een gedeeltelijke privatisering van het hoger onderwijs. Het voorstel hevelt € 1,2 mrd over van burgers naar het  hoger onderwijs. Het Kamerdebat woensdag zou dus ook moeten gaan over de wenselijkheid van weer een nieuwe privatiseringsronde in de publieke sector.

Download notitie over de invoering van het sociale leenstelsel en de afschaffing van de basisbeurs en de Ovjaarkaart

Geen studiefinanciering, geen…. Onderwijs en Geld van de redactie

Geen studiefinanciering, geen ingenieurs

De nieuwe regering van PvdA en VVD wil de basisbeurs voor nieuwe studenten afschaffen vanaf 2014. Studenten verliezen bovendien ook hun OV-kaart vanaf 2016. De LSVb onderzoekt welke gevolgen dit zal hebben. Deze week: wat betekent het afschaffen van de basisbeurs voor studenten die een meerjarige master volgen?

Veel van de studenten die een meerjarige master volgen zijn te vinden in maatschappelijk zeer relevante studierichtingen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan bèta-, landbouw-, research-, of medische masters. In veel van deze sectoren is er een gigantisch tekort aan voldoende geschoold personeel. Het tekort zal bijvoorbeeld in de bètasector al oplopen tot 10.400 op WO-niveau in 2016.[1]

Doordat hun master minimaal één jaar langer duurt zal de groep studenten  met een meerjarige master meer moeten gaan lenen. Zij worden dus onevenredig hard geraakt bij het afschaffen van de basisbeurs en veel van de energie die het kabinet steekt in het stimuleren van de keus voor deze studies zal op deze manier verspilde moeite blijken.

Want je gaat je als student toch wel even achter de oren krabben. Behalve dat je studie een zeer hoge studielast heeft en een hoop inzet vraagt, zal de master ook nog een stuk duurder worden dan een eenjarige master. Het wordt dan voor een student aan de TU Delft student wel erg aantrekkelijk om tijdens de studie enkele schakelvakken richting bijvoorbeeld de studie econometrie te volgen en hier een eenjarige master te gaan volgen. Op deze manier lekken er heel veel aspirant-technici weg en dit maakt de ambitie om naar 40% afgestudeerde technici[2] te gaan onmogelijk.

Ook het tekort aan  leraren wordt komende jaren schrikbarend hoog, vooral in het voortgezet onderwijs. Het tekort zal in 2015 en 2016 een hoogtepunt bereiken met ongeveer 4.000 vacatures op jaarbasis.[3] Om dit tekort weg te werken zijn er op korte termijn studenten nodig die de keus maken voor een onderwijsmaster. Momenteel kiezen al veel te weinig studenten voor deze meerjarige masters, en een financiële drempel voor deze masters zal het tekort aan leraren op de korte termijn enkel vergroten.

De forse financiële drempel die het afschaffen van de basisbeurs opwerpt voor meerjarige masters creëert een prikkel die de studiekeuze van studenten erg kan beïnvloeden. De LSVb vindt dit zeer bezwaarlijk omdat de keus voor een studie niet af zou mogen hangen van financiële aspecten. Integendeel, iedere student moet juist geprikkeld om te kiezen voor zijn of haar passie.

Door: Bas Vollebregts (Voorzitter VSSD, student Technische Bedrijfskunde)



[1] ROA (2011). Arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2016

[2] Masterplan Bèta en Technologie (2012), Naar 4 op de 10

[3] Ministerie van OCW, Nota Werken in het onderwijs 2012

Onderwijs en Geld Persberichten

LSVb: Bussemaker zet botte bijl in studiefinanciering

Studenten adviseren Bussemaker huiswerk opnieuw te doen

UTRECHT, 18 januari 2013 – Minister Bussemaker zet de botte bijl in de studiefinanciering. Niet alleen wordt met de invoering van een leenstelsel de toegang tot het onderwijs beperkt, ook zien studenten van dit geld vooralsnog geen cent terug in de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dit blijkt uit de brief die minister Bussemaker vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) is teleurgesteld dat alle adviezen die Bussemaker in de afgelopen maanden van studenten heeft gekregen in de wind zijn geslagen. Kai Heijneman, voorzitter van de LSVb: “Je kunt niet de studiefinanciering en de ov-kaart afschaffen, het kamertekort op laten lopen en daarnaast weigeren geld uit te trekken voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit kabinet toont zich op geen enkele manier bewust van de gevolgen van dit beleid voor studenten.”

Bij de LSVb is de meeste verbazing gewekt doordat het kabinet niet alleen van plan is de basisbeurs af te schaffen, maar ook de aanvullende beurs voor studenten met ‘weigerachtige en onvindbare ouders’ te schrappen. Dit treft een groep studenten die door zeer vervelende omstandigheden geen financiële steun kan krijgen van de ouders. Heijneman: “Het leenstelsel is al een heel slecht idee, maar om dan ook nog de aanvullende beurs af te pakken van een groep kwetsbare studenten overschrijdt werkelijk elke morele norm.”

Opmerkelijk is daarnaast dat het kabinet geen enkele les lijkt te trekken uit het proces rondom de langstudeerboete. Niet alleen wordt een grote groep huidige studenten opnieuw onvoorzien geconfronteerd met een zware bezuiniging, ook is het wat de LSVb betreft onbegrijpelijk dat het kabinet opnieuw in zeer korte tijd een zeer rigoureuze maatregel wil invoeren. Bij de langstudeerboete leidde dat tot veel fouten, onzorgvuldigheid en hoge, onnodige kosten.

Ook is het merkwaardig dat het kabinet weinig oog heeft voor de verhoudingen in de Eerste Kamer. Het is algemeen bekend dat er op deze manier geen politiek draagvlak is voor dit voorstel. Heijneman: “Wij willen minister Bussemaker daarom aanraden om haar huiswerk opnieuw te doen.  Wat ons betreft hoeft de minister niet bang te zijn dat ze er alleen voor staat. De LSVb is oprecht bereid om hierbij huiswerkbegeleiding te bieden.”