De nieuwe regering van PvdA en VVD wil de basisbeurs voor nieuwe studenten afschaffen vanaf 2014. Studenten verliezen bovendien ook hun OV-kaart vanaf 2016. De LSVb onderzoekt welke gevolgen dit zal hebben. Deze week: wat betekent het afschaffen van de basisbeurs voor de medezeggenschap?
Door het stelsel van lenen en schulden opbouwen om de studie te kunnen bekostigen zal meer druk komen te staan achter het studeren. Omdat studenten logischerwijs zo min mogelijk willen lenen, zo min mogelijk schulden willen maken en zo snel mogelijk van dit schuldenstelsel af willen zijn, zullen zij minder snel geneigd zijn om buiten-curriculaire activiteiten te ondernemen. De student wilt immers geen studievertraging oplopen. Hierdoor is er minder deelname aan activiteiten als bijvoorbeeld de medezeggenschap binnen een instelling en dat betekent op zijn beurt weer een gat in de kwaliteitshandhaving van het onderwijs en van een instelling zelf.
De medezeggenschap is de structuur van studenten en medewerkers die als gesprekspartner en controlerend orgaan dienen van de bijbehorende bestuurlijke laag. Zij hebben bepaalde rechten waardoor zij een stem hebben bij het nemen van beslissingen aangaande beleid, de vormgeving hiervan en de uitvoering. Zij dienen volgens de wet actief betrokken te worden door het bestuur bij zaken en zij zijn de vertegenwoordiging van de studenten en het personeel naar het bestuur toe. Zij hebben dus een belangrijke taak, want de medezeggenschap heeft het bestuur als gesprekspartner aangaande het gehele reilen en zeilen binnen een instelling of faculteit/domein.
Als er per jaar 13.000 studenten minder instromen op het HBO[1], betekent dat er 13.000 studenten minder zullen zijn die buiten curriculaire activiteiten kunnen gaan ondernemen. Hierdoor valt er een grote terugloop te verwachten op het gebied van animo voor de medezeggenschap. Na enkele jaren zijn er in verschillende jaargroepen minder studenten en zo dus minder potentiële kandidaten voor de medezeggenschap. Een verontrustende zaak, want minder animo betekent minder controle op afstudeertrajecten, iets wat de medezeggenschap wel degelijk op kan merken, zoals eerder is gebleken.
De afgelopen jaren is er landelijk gezien al een daling wat betreft animo voor de medezeggenschap. Er stellen minder studenten zich kandidaat voor de medezeggenschap, er is minder animo voor of zelf minder sprake van de verkiezingen voor de zetelverdeling binnen een raad, de raden zijn minder bezet en de medezeggenschap leeft, over het algemeen, minder dan jaren geleden.
Waar het over het onderwijs zelf gaat, dient de medezeggenschap (al dan niet) in te stemmen met de Onderwijs- en Examen Regeling (OER) alvorens deze in het daaropvolgende collegejaar ingevoerd kan worden. In de OER staan bijvoorbeeld het programma van het onderwijs, de bijbehorende studiepunten en de inhoud van de toetsing en examinering. Het is dus van belang dat er aandacht besteed wordt aan deze functie van kwaliteitscontrole.
Een ander punt is de begroting van de instelling. De medezeggenschap heeft daar, op het moment van schrijven, adviesrecht op. Dat betekent dat er advies gegeven mag worden over de uitvoering van de aangeboden begroting het aankomende kalenderjaar. Als de medezeggenschap positief adviseert kan de begroting op de gepresenteerde wijze ten uitvoer gebracht worden. Als er echter negatief geadviseerd wordt door de medezeggenschap wordt dit al lastiger – maar niet onmogelijk. Waar het bestuur niet zomaar het niet-instemmen van de medezeggenschap aan de kant kan schuiven, werkt dit anders bij adviesrecht: Het advies van demedezeggenschap kan door het bestuur terzijde worden gelegd, mits met redenen omkleed[2]. En dit kan natuurlijk op diverse wijzen gedaan worden.
Het is van belang dat er met kwaliteit gekeken wordt naar de begroting en de intenties erachter, dat er met kwaliteit gekeken wordt naar de OER en de gedachten erachter en dat er vanuit de medezeggenschap met kwaliteit gekeken wordt naar de instelling en naar het bestuur. De functie van controle en gespreksartner is wettelijk vastgesteld en noodzakelijk voor transparantie en kwaliteit. Het heet medezeggenschap, niet weinig-tot-niks-te-zeggenschap.
Door: Lars van Rooijen (SOM-bestuurder, oud-studentenraad Hogeschool Leiden, student PABO)
[1] Onderzoek van de HBO-raad over minder studenten door leenstelsel
[2] http://wetten.overheid.nl/BWBR0005682/geldigheidsdatum_09-12-2012