Onze advocaat van Stibbe, Tom Barkhuysen, in een filmpje over de rechtszaak tegen de langstudeerboete. Het filmpje verscheen eerder op het Digitale Ublad (DUB).
Onze advocaat van Stibbe, Tom Barkhuysen, in een filmpje over de rechtszaak tegen de langstudeerboete. Het filmpje verscheen eerder op het Digitale Ublad (DUB).
Studenten op de universiteit van Amsterdam en de TU delft maken zich terecht zorgen om een nieuwe regeling waarbij een onvoldoende gecompenseerd mag worden, betogen studenten Eline Peters en Joost Verhoeks. Het kan de eerste stap zijn in een proces van verschraling het het hoger onderwijs.
In hun opiniestuk van 1 februari betogen prof. dr. Arnold en drs. van den Brink dat compensatoir toetsen niet tot verslechtering van het onderwijs en dat de ophef hierover overdreven is. Jammer is dat zij in hun artikel voorbeelden aanhalen die niet overeenkomen met de situatie op zowel de Technische Universiteit Delft als de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Bij de UvA wordt het binnenkort binnen bepaalde curricula mogelijk een 5 met een 7 te compenseren. De Amsterdamse studentenvertegenwoordiging reageerde geschokt. Ook vanuit Delft kwamen kritische geluiden over het invoeren van compensatiemogelijkheden binnen universitaire modules.
Arnold en van den Brink zijn niet ongerust en stellen dat als een vak ‘gesplitst’ wordt, compensatie niet tot lagere eisen leidt, maar juist tot hogere eisen. Daarnaast suggereren ze dat hooguit een 5 gecompenseerd wordt en beargumenteren ze dat het verschil tussen een 5 en een 6 zeer arbitrair is, en geen werkelijk kennisverschil bevat.
Splitsen
Het splitsen van vakken is het onderbrengen van bijvoorbeeld een acht puntsvak in twee vier puntsvakken. Hoewel Arnold en van den Brink absoluut gelijk hebben dat er hogere eisen worden gesteld als vakken worden gesplitst, wil men zowel in Delft als Amsterdam helaas iets heel anders invoeren: compensatie gaat daar mogelijk worden gemaakt binnen clusters of modules. Reeds bestaande vakken worden samengebracht tot één cluster of module. Een voorbeeld waaruit een cluster aan de UvA kan bestaan zijn de vakken Latijn en Grieks.
Omdat binnen de module gecompenseerd kan worden betekent dit dat als iemand een 5 voor Grieks heeft, hij met een 7 voor Latijn het cluster haalt . De geschetste situatie van het splitsen van vakken is dus totaal niet aan de orde. Sterker nog, exact het omgekeerde is waar: de vakken worden samengevoegd waarna compensatie mogelijk is.
Ook de situatie waarbij een 5 met een 6 gecompenseerd kan worden is slechts gedeeltelijk aan de orde. Hoewel op de UvA de 5 wel als laagst mogelijke cijfer voor compensatie genomen wordt, wordt in het adviesrapport van de TU Delft zelfs gesproken over het compenseren vanaf een 4. Het verschil tussen een 4 en een 6 is groot en representeert wel degelijke een kennisverschil.
Politieke druk
Instellingen erkennen zelf wel dat wanneer je minder kennis in huis hoeft te hebben, de kwaliteit van je diploma daalt. Zo stelt Aldert Kamp, onderwijsdirecteur op de TU Delft, in de Volkskrant van 5 januari dat als studenten een voldoende met een onvoldoende kunnen compenseren het niveau naar beneden gaat. Dat dit de TU Delft niet tegenhoudt om compensatoir toetsen in te voeren is te danken aan de maatschappelijke en politieke druk, zo valt in het 2011 uitgekomen rapport-Brakels te lezen.
Langstudeerders zijn ook voor instellingen duur en de bezuinigingen op het hoger onderwijs maken dat er meer op rendement gestuurd moet worden. Daarnaast zijn de instellingen moreel gebonden om toegankelijk onderwijs te bieden nu de student de financiële druk van een boete voelt. Wij vrezen dat compensatoir toetsen (UvA en TU Delft), versimpeling van tentamens (VU) en het schrappen van vakinhoud (TU Delft) slechts de eerste reacties zijn op de verschraling van het hoger onderwijs klimaat in Nederland.
Prof. dr. Arnold en drs. van den Brink slaan in hun laatste zin de spijker op zijn kop: ‘Een goed vormgegeven compensatieregeling is een aanwinst voor de kwaliteit van het onderwijs’. Helaas is de compensatieregeling in Delft en Amsterdam door perverse prikkels van de overheid niet goed vormgegeven. Het is dan ook jammer dat beide heren studenten die goed onderwijs willen, wegzetten als mensen met een ‘populistisch onderbuikgevoel’. De onrust over het halen van een diploma met onvoldoendes is volkomen terecht.
Op dit moment is studiekeuze en –begeleiding een ‘hot item’. Het wordt steeds duurder om te switchen van studie waardoor het maken van een weldoordachte keuze nog belangrijker is geworden.
Het blijkt echter dat 1 op de 3 hoger opgeleiden niet binnen het eigen vakgebied werkzaam is. Dit bevestigt de opvatting dat dé juiste studiekeuze niet bestaat. Interesses veranderen of men kan toe zijn aan iets anders. Werkgevers kijken blijkbaar breder dan naar de initiële opleiding van (potentiële) werknemers. Een geruststelling voor de studiekiezers: een studiekeuze is belangrijk, maar niet allesbepalend.
Eens in de vier jaar komt de minister of staatssecretaris voor het hoger onderwijs met een vierjaren plan om de visie van dat kabinet op het hoger onderwijs te geven. Hierin worden de lijnen geschetst waar de overheid het hoger onderwijs graag zou zien over 4 jaar. Het laatste vierjaren plan kwam in de zomer van 2011 uit, de Strategische Agenda, Kwaliteit in verscheidenheid. Hierin zijn veel van de aanbevelingen van de commissie Veerman overgenomen. Nieuw is echter de enorme koppeling die gemaakt wordt met de zogenaamde topsectoren. Hierdoor dreigt de academische vrijheid in Nederland in het geding te komen. Verder nog meer selectie, collegegelddifferentiatie en meer eisen van studenten terwijl er weinig tegenover gezet wordt.
De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) is zeer teleurgesteld in de strategische agenda die staatssecretaris Halbe Zijlstra vandaag heeft gepresenteerd. Met deze strategische agenda wordt destudent zijn vrijheid in studiekeuze ontnomen en komt deze in handen van deuniversiteit. Studenten moeten hun eigen toekomst kunnen bepalen, net als iedereen.
Door collegegeldverhoging in te voeren, belemmert de staatssecretaris de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Hierdoor wordt het wel of niet volgen van een goede opleiding een financiële afweging. “Studenten moeten altijd een goede opleiding kunnen volgen, ook als zij niet zo veel geld hebben.” zegt Pascal ten Have, voorzitter van de LSVb.
Om de juiste student op de juiste plek te krijgen, pleit de LSVb voor eerlijke voorlichting en matching. Vanaf het eerste contact met de universiteit of hogeschool hoort de student goede informatie te krijgen over de opleiding. Dat is nu lang niet altijd het geval. Universiteiten en hogescholen moeten objectieve informatie over de vakken, het aantal contacturen en de onderwijsvormen van de opleiding in hun voorlichting opnemen.
Door voorafgaand aan de studie gesprekken te laten plaatsvinden tussen de student en de opleiding, ontstaat bij de student een beter beeld van de studie en de universiteit of hogeschool. De uiteindelijke studiekeuze blijft dan bij de student. “Alsstudent en universiteit of hogeschool samen de juiste opleiding vinden, zijn beiden daarmee geholpen”, aldus ten Have.
Dit stelt de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) naar aanleiding van het onderzoek van de onderwijsinspectie naar het bindend studie advies. De inspectie maakt hierin nog eens pijnlijk duidelijk dat het bsa vooral wordt gezien als middel om de rendementen zo snel mogelijk te verhogen. Dit druist volledig in tegen de oorspronkelijke functie, een bindende verwijzing in de propedeuse om studenten zo snel mogelijk op de juiste opleiding te krijgen. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) vindt het op basis hiervan tijd om het bsa gefundeerd af te schaffen.
In haar onderzoek concludeert de inspectie dat het oriënterend karakter van het eerste jaar onvoldoende is. Dit is een zorgwekkende bevinding omdat deze oriënterende functie de belangrijkste reden is geweest om het bsa per wet mogelijk te maken. Juist in het eerste jaar is deze functie cruciaal omdat studenten moeten ontdekken wat hun eigen kwaliteiten en voorkeuren zijn in deze periode van nieuwe ervaringen en ontwikkelingen.
Daarnaast concludeert de inspectie ook nog eens dat bindende studieadviezen herhaaldelijk worden verstrekt zonder waarschuwing, terwijl dit wel verplicht wordt in de wet. Doordat bij de meeste adviezen een exit-gesprek ook volledig ontbreekt, verwaarlozen instellingen de verantwoordelijkheid voor de verwijzing van studenten. Hiermee wordt aangetoond dat het bsa alleen maar wordt gebruikt om de rendementen te verhogen. Dit maakt het bsa zeer onwenselijk en onwettig. Niet in de laatste plaats omdat ook nergens onomstotelijk bewezen is dat een bsa de rendementen ook echt verbetert.
Voorzitter LSVb Gerard Oosterwijk: “Uit dit rapport blijkt dat het bsa door instellingen wordt gebruikt om studenten gemakkelijk van de opleiding te sturen, dat hierbij de wet overtreden wordt en de verwijsfunctie verwaarloosd wordt. Studenten worden van opleidingen verwijderd en zo nodeloos in het systeem rondgepompt tussen studies. Het wordt tijd dat instellingen zich richten op alle andere middelen om studenten zo snel mogelijk op de juiste opleiding te krijgen en de uitval in het hoger onderwijs te verminderen.”
Hier kun je het inspectierapport bindend studie advies vinden.