van Lisa Westerveld
De actieve student werkt keihard en wordt gestraft
Dat ‘de’ actieve student niet studeert, maar alleen bier zuipt en borrels organiseert is natuurlijk onzin. In ‘De ‘actieve student’ is iemand die veel zuipt en niet studeert’ (Volkskrant 3 maart), maakt Leon van Wijk een karikatuur van deze student. De kracht van ‘het studentenleven’ is juist dat er zo veel verschillende actieve studenten zijn. Zij zitten in besturen van studenten(gezelligheids)verenigingen, maar ook studie-, sport- en culturele studentenverenigingen bestaan uit leden en besturen die ‘actieve studenten’ worden genoemd. En laten we niet de studenten vergeten die lid zijn van medezeggenschapsraden en opleidingscommissies, en op die manier de kwaliteit van het onderwijs verbeteren.
Verantwoordelijk zijn voor een vereniging van honderden leden of in een medezeggenschapsorgaan meebesluiten over zaken die belangrijk zijn voor de hogeschool of universiteit, kost tijd. Samen met het hebben van een bijbaan is het een van de meest genoemde activiteiten die zorgen voor studievertraging. Veelal is het actief zijn te vergelijken met een vrijwilligersfunctie; er staat niet of nauwelijks een vergoeding tegenover, maar het werk is nuttig en natuurlijk ook leerzaam. Geen wonder dat de boete die studenten moeten betalen wanneer zij uitlopen met hun studie op veel weerstand stuit. Deze ‘langstudeermaatregel’, die 3000 euro per jaar vertraging kost, houdt immers geen rekening met studenten die vertraging oplopen door bestuurs- en medezeggenschapswerk.
Het amendement collegegeldvrij besturen, ingediend door Boris van der Ham (D66) en Anne-Wil Lucas (VVD) lijkt een erg sympathieke maatregel om actieve studenten te helpen. Met het amendement willen Kamerleden dat fulltime studentbestuurders zich kunnen uitschrijven bij hun onderwijsinstelling. Hierdoor lopen zij strikt genomen geen studievertraging op (zij studeren dan immers een jaar niet) en ontlopen de boete van 3000 euro. In een verklaring stelt Van der Ham: ‘Het kan gaan om bestuurswerk, het bouwen van een solarauto of deelname aan een Olympisch roeiteam. In alle gevallen dient het te gaan om actieve studentenbijdragen die van groot belang zijn voor de ontwikkeling van de student, voor het studieklimaat en voor Nederland.’
Helaas worden bovengenoemde activiteiten meestal parttime gedaan. Verreweg de meeste bestuurders van de eerder genoemde studie,- sport, – en culturele verenigingen, alsmede de meeste leden van medezeggenschapsraden studeren daarnaast. Topsport doe je niet een jaartje fulltime en daarna niet meer. Voor de studenten die de solarauto bouwen geldt bovendien dat zij verplicht vakken moeten volgen. Juist deze groepen hebben dus niets aan het amendement. De fulltimers die wel baat hebben bij uitschrijving zijn vooral bestuurders van de gezelligheidsverenigingen van universiteiten.
Van Wijk heeft een punt als hij stelt dat ‘collegegeldvrij besturen’ niet een heel goed idee is. Het amendement schiet zijn doel voorbij door juist degenen die hun tijd niet besteden aan bier drinken over te slaan. Helaas begaat hij dezelfde fout als de indieners van het voorstel door te doen alsof er één type bestuurder is.
Lisa Westerveld was van 2007-2009 voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb).

Home