Barriere regelingen ingevoerd op Radboud Universiteit Nijmegen

De Radboud Universiteit (RU) heeft zich in het verleden vaak verzet tegen studentonvriendelijke barrièremaatregelen, zoals het Bindend Studieadvies of BSA en de harde knip. Ondanks dat (of juist omdat?) de instelling weinig dwingende barrièremaatregelen hanteert, heeft de universiteit landelijk gezien heel aardige studierendementscijfers. Echter, in de strijd om nóg betere rendementen moeten in de toekomst ook de studenten van de RU er aan geloven. In een voorstel van het College van Bestuur wordt gepleit voor verschillende keiharde barrièreregelingen.

De voorstellen zijn te vinden in het stuk “Studierendement en –begeleiding in de bachelorfase” van het College van Bestuur, dat momenteel nog besproken moet worden met de verschillende medezeggenschapsorganen. Het stuk geeft een breed pakket aan oplossingen om de rendementen te verbeteren, waarvan de voorstellen om het zogenaamde “P-in-2” en “B-in-5” universiteitsbreed in te voeren het meest in het oog springen. Deze regelingen houden in dat een student zijn studiepunten verliest wanneer hij niet zijn propedeuse heeft gehaald in twee jaar, respectievelijk zijn Bachelor gehaald heeft in vijf jaar. De B-in-5 is in Nijmegen vorig jaar ingevoerd bij de managementfaculteit, wat tot de nodige ophef leidde. Er werden zelfs kamervragen over gesteld door de SP.

Radboud-woordvoerder Hooglugt wil liever niet al te gedetailleerd ingaan op het stuk, omdat het nog besproken moet worden met de medezeggenschap. Hij benadrukt dat het in het algemeen van belang is dat het studierendement verbetert en wijst op een aantal aangekondigde maatregelen, die bedoeld zijn om eerstejaars gelijk intensief bij de studie te betrekken en een juiste studieritme te geven. Zo komen er minimaal 15 tot 20 contacturen per week in het eerste jaar, wordt de nieuwe student beter inzicht gegeven in wat de opleiding precies inhoudt en kan een student zo makkelijker beoordelen of de juiste studiekeuze gemaakt is. Op de opmerking dat er, naast die maatregelen, ook veel dwingende maatregelen genomen worden, antwoordt Hooglugt alleen met “ja, want studeren is niet vrijblijvend”. Om daar nog aan toe te voegen dat juist ook deze maatregelen eerst met de medezeggenschap besproken moeten worden.

Opmerkelijk aan het voorstel van het CvB is dat het probleem wel gedefinieerd wordt (teveel studie-uitval) en dat er een heel pakket aan oplossingen klaar ligt, terwijl de oorzaak van de problemen niet duidelijk is. Ook Hooglugt moet toegeven dat het niet duidelijk is waarom studenten vaak uitlopen, of later in hun studie switchen. Gerard Oosterwijk, voorzitter van de LSVb, denkt dat de harde barrières niet de oplossing zijn: “Het probleem is vaak dat er te weinig persoonlijke aandacht en te weinig begeleiding is voor studenten. Dan helpen dwingende regels niet. Sterker nog, door dat soort barrièreregelingen vallen juist studenten uit die, als ze een beetje meer tijd hadden gekregen, wèl een diploma gehaald zouden hebben.”

Studenten lijken tot nu toe niet gecharmeerd. Ook Jonas Sweep, voorzitter van de Nijmeegse studentenvakbond AKKU, is niet enthousiast en noemt de in het stuk gepresenteerde barrièremaatregelen “slecht en weinig motiverend voor studenten”. Gerard Oosterwijk van de LSVb gaat nog een stapje verder en noemt de plannen belachelijk: “De Radboud is een universiteit en geen school. Als dit doorgaat raad ik de studenten in Nijmegen aan om keihard actie te gaan voeren.”

Comments are closed.