• Korting bij NS

    woensdag 03 februari 2016
    Word lid

    Nieuws

    Studenteninspraak op universiteiten en hogescholen verbeterd

    Vandaag is er in de Tweede Kamer ingestemd met veel wetswijzigingen die de studenteninspraak op hogescholen en universiteiten verbetert. De Landelijke Studentenvakbond(LSVb) heeft zich ingezet voor meer inspraak voor studenten in deze zogenaamde Wet Versterking Bestuurskracht. Voorzitter Stefan Wirken: ’Na de studentenprotesten van vorig jaar is dit echt een stap vooruit en zal de student meer over haar of zijn onderwijs te zeggen krijgen.‘

    Zo krijgen opleidingscommissies instemmingsrechten op belangrijke besluiten. Deze commissies zijn het inspraakorgaan op het niveau van de opleiding. Deze opleidingscommissies waren tot op heden vaak nog een tandeloze tijger met enkel wat adviesrechten. Dit amendement maakt het mogelijk dat er echte inspraak komt op opleidingsniveau. Wirken: ‘Opleidingscommissies zitten het dichtst op het onderwijs. Het is niet meer dan logisch dat daar een fundamenteel deel van de inspraak plaatsvindt.’

    Daarnaast moet bij het benoemen van een lid van het College van Bestuur van een universiteit of hogeschool er altijd tenminste één student en één docent in de sollicitatiecommissie zitten. Ook wordt het mogelijk om collegeldvrij te besturen voor studenten die een fulltime bestuursjaar doen. Tot op heden moeten zij wel collegegeld betalen om aan hun universiteit of hogeschool het bestuursjaar te doen en daarnaast hun recht op een OV-kaart en lening te behouden. Dit terwijl zij geen onderwijs volgen of tentamens maken. Wirken: ‘Met de invoering van het leenstelsel is het extra belangrijk dat studenten niet de rekening gepresenteerd krijgen voor onderwijs dat zij niet volgen’

    Ook het afpakken van studiepunten als rendementsmaatregel is door de Tweede Kamer een halt toegeroepen. Veel universiteiten en hogescholen beperken de geldigheidsduur van behaalde studieresultaten vaak tot vier jaar zodat studenten gedwongen worden snel te studeren. Wanneer studiepunten uit het eerste jaar vervallen moeten studenten deze punten opnieuw halen. Dit kost vaak zoveel tijd dat daardoor ook de punten uit het tweede jaar vervallen. Met het amendement mag de geldigheidsduur van studieresultaten alleen beperkt worden vanwege verouderde kennis. Studiepunten voor een tentamen geschiedenis zullen niet snel vervallen, maar bij een snel veranderende ICT-opleiding zou het nog wel mogelijk kunnen zijn.

    Ondoordachte huurwetgeving raakt vooral studenten

    Vanavond bespreekt de Tweede Kamer de Wet doorstroming huurmarkt. Deze wet maakt onder andere een tijdelijk huurcontract van vijf jaar voor onzelfstandige woonruimte mogelijk. De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) is van mening dat dit voorstel ondoordacht wordt ingevoerd en zijn doel voorbij schiet. LSVb-voorzitter Stefan Wirken: “Dit tijdelijke huurcontract wordt bijna terloops ingevoerd in het kader van de verhoogde asielinstroom. Over de gevolgen voor studenten lijkt niet te zijn nagedacht.”

    De Wet doorstroming huurmarkt bestaat uit een verzameling uiteenlopende voorstellen voor wijzigingen in de huurwetgeving. Een onderdeel daarvan is de invoering van een tijdelijk contract voor één jaar voor zelfstandige woonruimte. Minder bekend is echter dat ook voor onzelfstandige woonruimte (kamers) een nieuwe tijdelijke contractvorm wordt ingevoerd die voor een termijn van maximaal vijf jaar kan worden gebruikt. Uit de toelichting bij de wet blijkt dat deze nodig is om op korte termijn onderdak te regelen voor het grote aantal asielzoekers en statushouders. Bij de uitwerking van de tijdelijke contracten blijkt echter dat de wet niet voor een beperkte groep wordt ingevoerd, maar voor iedere kamerbewoner kan worden gebruikt. De verwachting is daarom dat veel studenten hiermee te maken zullen krijgen.

    De LSVb maakt zich zorgen dat studenten naast campuscontracten en, bijvoorbeeld, antikraak-contracten, nu met nog meer tijdelijke huurcontracten te maken krijgen. Dit is vooral een probleem, omdat deze nieuwe contracten niet gebonden zijn aan een bepaalde doelgroep of type pand. De verhuurder hoeft niet te motiveren waarom geen gebruik kan worden gemaakt van een contract van onbepaalde tijd en krijgt dus alle ruimte om voor een tijdelijk contract te kiezen.

    Verder is de LSVb van mening dat het wetsvoorstel niet goed doordacht is. Verschillende onderdelen en waarborgen van het éénjarige contract lijken, bijvoorbeeld, gekopieerd te zijn naar de vijfjarige variant, zonder oog te hebben voor het verschil in tijdsduur. Zo zijn beide contracten niet tussentijds door de huurder te beëindigen. Wirken: “Bij een éénjarig contract valt dit misschien te overzien, maar vijf jaar vast zitten aan een huurcontract lijkt ons zeer onwenselijk.” Ook wordt, om tegemoet te komen aan de angst dat tijdelijke contracten als proefperiode worden gebruikt, de bezwaarperiode richting de huurcommissie verlengd van zes naar achttien maanden. Wirken: “Dat is een heel goed idee voor éénjarige contracten, omdat huurders dan kunnen wachten tot ze een contract voor onbepaalde tijd hebben voor ze bezwaar maken tegen een te hoge huurprijs. Bij contracten die maximaal vijf jaar duren biedt dit echter geen oplossing.”

    Hoewel de LSVb veel bezwaren heeft bij de manier waarop de tijdelijke contracten zijn vormgegeven, zijn er ook kansen. Voor internationale studenten die tijdelijk in Nederland studeren zou het tijdelijke huurcontract een uitkomst bieden. Bij de contracten die op dit moment voor uitwisselingsstudenten worden gebruikt gelden, bijvoorbeeld, geen maximumhuurprijzen. Dat is bij de nieuwe tijdelijke contracten wel het geval. Wirken: “Wij zouden graag zien dat de problemen voor internationale studenten worden opgelost, maar helaas worden er met het wetsvoorstel zoals het nu voorligt ook een hoop nieuwe problemen gecreëerd."

    De Landelijke Studentenvakbond ziet mogelijkheden om het wetsvoorstel te verbeteren en roept de Kamer dan ook op dit te doen. Wirken: “Zorg dat een tijdelijk contract alleen gebruikt mag worden in situaties die ook echt tijdelijk van aard zijn. Daarnaast zou het beter zijn om de tijdelijke contacten voor onzelfstandige woonruimte, net als bij zelfstandige woonruimte, maximaal één jaar te laten duren.”

    Lot studenteninspraak in handen Tweede Kamer

    Vandaag behandelt de Tweede Kamer de in juli bekendgemaakte Wet Versterking Bestuurskracht. Dit wetsvoorstel bevat voorstellen om de studenteninspraak in het hoger onderwijs te verbeteren. Het wetsvoorstel gaat volgens de Landelijke Studentenvakbond(LSVb) echter nog niet ver genoeg. Daarom heeft de LSVb samen met het Interstedelijk Studenten Overleg ingezet op aanpassingen van de wet. Voorzitter Stefan Wirken: ‘Na jaren oproep voor meer inspraak voor studenten, wordt het nu tijd dat er echt wat verandert’.

    De LSVb heeft gepleit voor extra instemmingsrechten voor medezeggenschapsraden. Zo moet het mogelijk worden dat medezeggenschapsraden instemmingsrecht krijgen op fusies en grote huisvestingsplannen. Ook pleit de LSVb ervoor dat studenten in de sollicitatiecommissie zitten voor nieuwe bestuurders. De minister wil slechts adviesrecht op het benoemingsprofiel. Wirken: ‘Adviesrecht op het benoemingsprofiel is een advies op een vacaturetekst. Dat is geen echte inspraak’.

    Daarnaast zal er vandaag aandacht besteed worden aan de rol van de opleidingscommissies. Deze commissies zijn het inspraakorgaan op het niveau van de opleiding. Deze opleidingscommissies zijn volgens de LSVb vaak nog een tandeloze tijger met enkel wat adviesrechten. Een amendement moet het mogelijk maken dat opleidingscommissies transformeren naar opleidingsraden met formele instemmingsrechten. Zo moeten opleidingscommissies instemmingsrecht krijgen op de belangrijke besluiten van de opleiding. Wirken: ‘Opleidingscommissies zitten het dichts op het onderwijs. Het is niet meer dan logisch dat daar een fundamenteel deel van de inspraak plaatsvindt.’

    Ook moet het mogelijk worden dat een studentlid in het bestuur van alle hogescholen en universiteiten komt wanneer de centrale medezeggenschapsraad dat wenselijk acht. Hier is maanden geleden al een motie voor aangenomen die de minister genegeerd heeft. Het wetsvoorstel zal vandaag om 14:15 in de plenaire zaal worden behandeld.

    Niet stopzetten studenten-OV kost student honderden euro’s

    Minister Bussemaker wil de boete voor het niet op tijd stopzetten van de OV-studentenkaart verhogen naar 300 euro per maand. De verhoging wordt ingevoerd omdat studenten na het afstuderen zouden blijven reizen op hun OV-studentenkaart. Studentenorganisaties het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) vinden de boete onredelijk hoog, met name voor studenten die hun OV-studentenkaart net te laat stopzetten. LSVb-voorzitter Stefan Wirken: ‘Het is belachelijk dat studenten met een boete van 300,- worden gestraft als zij per ongeluk hun ov-studentenkaart niet op tijd hebben stopgezet.’

    Nu de verhoging nog niet is ingevoerd moet de student elke maand al bijna 200 euro betalen als hij zijn OV-studentenkaart was vergeten stop te zetten. In de eerste acht maanden van 2015 leverde de boete maar liefst 25 miljoen euro op. Na de verhoging door minister Bussemaker moet een student de eerste maand direct 300 euro betalen. ISO-voorzitter Linde de Nie: ‘Wij pleiten ervoor om de boete stapsgewijs te verhogen. Met een getrapte ophoging worden studenten in de eerste paar weken niet direct geconfronteerd met een te hoge boete.’

    Door de boetes stapsgewijs te verhogen pak je uiteindelijk de student die bewust misbruik maakt van zijn OV-studentenkaart, maar worden ‘vergeetachtige’ studenten niet direct disproportioneel hard aangepakt. De studentenorganisaties pleiten ervoor om de eerste boete rond de 50 euro te maken, en pas bij langer gebruik de boete te verhogen naar 300 euro.

    De studentenorganisaties hekelen daarnaast ook het achterhaalde systeem van het stopzetten. Studenten moeten hun OV-studentenkaart nog steeds stopzetten bij een fysieke automaat. Zij kunnen dit niet digitaal doen. Dit leidt tot problemen als een student bijvoorbeeld zijn OV-studentenkaart kwijt is of in het buitenland verblijft. Wirken: ‘Het zou ideaal zijn als de OV-studentenkaart automatisch stopgezet wordt wanneer een student afstudeert, dan zijn al deze boetes sowieso overbodig.’

    Update: in tegenstelling tot wat eerder in dit persbericht werd vermeld, is de boete voor het niet stopzetten van de OV-studentenkaart nog niet verhoogd. Het wetsvoorstel hierover moet nog door de eerste en tweede kamer, de verhoging van de boete zou in moeten gaan per 1 januari 2017.

    Studiepunten worden niet meer afgepakt

    Gisterenavond laat is door de inzet van de Landelijke Studentenvakbond een motie van Kamerleden Mohandis (PvdA) en Van Dijk (SP) aangenomen waardoor studiepunten niet zomaar meer mogen worden afgepakt. Universiteiten en hogescholen kunnen behaalde studiepunten nu nog afnemen als een student volgens hen te lang over zijn opleiding doet. LSVb-voorzitter Stefan Wirken: “Het afpakken van studiepunten als rendementsmaatregel is eindelijk een halt toegeroepen.”

    Onder de huidige wetgeving mag elke hogeschool of universiteit zelf bepalen wanneer studiepunten vervallen. Universiteiten en hogescholen beperken de tentamenresultaten nu vaak tot vier jaar, waardoor je als student gedwongen wordt om binnen vier jaar af te studeren. Wanneer studiepunten uit het eerste jaar vervallen moeten studenten deze punten opnieuw halen. Dit kost vaak zoveel tijd dat daardoor ook de punten uit het tweede jaar vervallen. Wirken: “Studenten komen door het steeds weer afpakken van studiepunten in een vicieuze cirkel terecht, afstuderen wordt zo een lang en frustrerend proces”.

    De motie bepaalt dat het beperken van tentamenresultaten niet meer als rendementsmaatregel mag worden gebruikt. Slechts wanneer er onderwijsinhoudelijke redenen voor zijn, mogen studiepunten vervallen. Studiepunten voor een tentamen geschiedenis zullen niet snel vervallen, maar bij een snel veranderende ict-opleiding zou het nog wel mogelijk kunnen zijn. Verouderde kennis wordt de enige grond waarop instellingen de geldigheidsduur mogen beperken.

    Wanneer studiepunten worden afgenomen moet de student ook gehoord worden over zijn persoonlijke omstandigheden. Een student die niet kan studeren door een ziekte of handicap moet meer tijd krijgen om te studeren. Ook moet een student de ruimte hebben om zich te ontplooien door een bestuursjaar of vrijwilligerswerk. Wirken: “Het afnemen van studiepunten moet maatwerk worden, elke student moet de ruimte hebben om op zijn manier te studeren”.

    De tekst van de motie is hier te lezen.

    ISO en LSVb: behoud OV-studentenkaart cruciaal voor toegankelijk hoger onderwijs

    De OV-studentenkaart moet in haar huidige vorm behouden blijven, dat is de belangrijkste aanbeveling van de Taskforce Beter Benutten. In de Taskforce hebben studentenorganisaties, ministeries en vervoerders gesproken over het beter benutten van het OV, waardoor in 2025 200 miljoen euro bespaard kan worden. De Taskforce heeft onder andere onderzocht of het mogelijk is om de spits te mijden door meer digitalisering in het onderwijs of door korte ritten te vervangen door de fiets.

    Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) zijn tevreden dat de Taskforce erkent dat de OV-studentenkaart in haar huidige vorm behouden moet blijven. Na de invoering van het leenstelsel is de OV-studentenkaart van cruciaal belang voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Uit het CBS rapport blijkt dat een groot deel van de jongeren tussen 17-22 jaar thuis is blijven wonen in 2015. Er zijn 15% minder jongeren verhuisd voor hun studie dan in 2014. Linde de Nie, voorzitter van het ISO: “Stel je voor dat nu ook het reizen wordt ingeperkt? De OV-studentenkaart is een absolute voorwaarde is om de toegankelijkheid van het Nederlandse hoger onderwijs te waarborgen.” LSVb voorzitter Stefan Wirken vult aan: “De studenten-OV moet behouden blijven. We zullen ons altijd verzetten tegen verdere bezuinigingen die studenten ontmoedigen om te gaan studeren op de plek die zij willen.”

    De studentenorganisaties vinden verder dat de kwaliteit van onderwijs altijd voorop moet staan bij het bedenken van maatregelen om op de uitgaven van de OV-studentenkaart te besparen. Wirken: “Onderwijskwaliteit moet centraal blijven staan bij het beter benutten van de OV-studentenkaart, niet de bezuinigingen."

    Het is nu aan studentenbonden en medezeggenschapsorganisaties om in de regio’s samen met onderwijsinstellingen, vervoerders en lokale overheden om concrete maatregelen te bespreken om het openbaar vervoer en onderwijsfaciliteiten aldaar beter te benutten. Om het betrekken van studenten mogelijk te maken is het noodzakelijk dat ook de onderwijsinstellingen verantwoordelijkheid nemen voor het beter benutten van de OV-studentenkaart. De Nie: “Het wordt tijd dat ook instellingen meedenken om het studenten-OV op de lange termijn veilig te stellen. Keuzevrijheid en toegankelijkheid zijn ook voor hen van groot belang.”

    Diensten

    Onderzoeksbureau

    Trainingen op Maat

    Studentenlijn

    • LANDELIJKE STUDENTENVAKBOND

      Post: Postbus 1335, 3500 BH Utrecht

      Bezoek: Drieharingstraat 6, 3511 BJ Utrecht

      lsvb@lsvb.nl
      +31 (030) 231 64 64

    LET OP: Deze website is geoptimaliseerd voor Chrome of Internet Explorer 9 en later